• Joost Elli

Marginalen

Afgezien van een handvol idealisten neemt geen mens het zomaar voor armoelijders op. Contact maken met de basse-classe blijft toch vooral een professionele aangelegenheid. Er valt geen eer mee te halen en vooral: niks te rapen. In de onderklasse is het vaak opgroeien voor galg en rad: je raakt er maar moeilijk uit. Het gaat niet over wit of zwart, het gaat over arm of rijk.


Niemand wil naast marginalen, zo heten ze het vaakst, wonen. Tenzij met de bedoeling een wijk naar zijn hand te zetten, ‘op te waarderen’. Verzaveling heet dat, naar de Brusselse Zavel: de yuppie-upperclass vermaakte die volksbuurt tot een trendy plek en rangeerde daarmee de oerbewoners uit. Dat fenomeen zie je steeds meer: een verpauperde wijk wordt gehypet en arbeidersgezinnen op die manier subtiel verjaagd door witte bakfietsmoeders die de huizenprijzen door het dak laten gaan. Onder goedklinkende voorwendsels als ecologischer wonen, een betere werk-privébalans, weg met Koning Auto!, betonstop nu! en een job dicht bij huis.

Gelukkig neemt het niet overal zo’n vaart. In mijn buurt gaan we door een transformatie. En die legt pijnpunten bloot. Want het oogt dan wel allemaal aimabel, die gerenoveerde arbeidershuisjes met Zonder Haat Straat-plakken achter hun ramen, toch verschijnen vooral de verdekte muren: zo wordt met de laatst overgebleven oorspronkelijke bewoners, met name ‘burgers met een migratieachtergrond’ (allochtonen mag niet meer), dan wel vredig naast elkaar geleefd, het is zelden mét elkaar. In de overgang naar een in feite white privilege-wijk zie je apartheid: op de stoep staan keuvelen doen wit en zwart in gescheiden groepjes. En op het jaarlijkse straatfeest van de Warme Wijk bespeur je nauwelijks ‘mensen van kleur’ (zo heten ze tegenwoordig).


Finaal blijven de, vaak ingeweken, kapitaalkrachtigen over. Het inwonersaantal van de stad neemt verder toe en de mindergegoeden verkasten naar nieuwe flatgebouwen, wat in het Engels zo mooi low right council blocks heet (het is bijna cancel blocks). Onder de vlag van menslievend beleid - weer zoveel sociale huisvesting erbij! - wordt er nog eens mee uitgepakt ook. Megalomanie (“onze stad blijft groeien!”) op de kap van kleine mensen.


Ik leefde jarenlang boven een werkloze alleenstaande moeder, drie pubers, een baby en de (vermoedelijke) vader van dat kind (yes, de dochter was een tienermama). Ik heb die bende vervloekt. Je wenst je er niet mee te vereenzelvigen. Toch nam ik het geregeld voor hen op, geschokt door hoe in clichés over dit soort 'uitschot' wordt gepraat. Niet in het minst door hoogopgeleid en zogenaamd welopgevoed volk. “Ze hebben geen geld, maar wel een grote oled-televisie, een hond en twee katten,” die dingen. Die mensen hebben geen wagen, gaan nooit met vakantie of uit eten. Ze kijken driehonderdvijfenzestig avonden per jaar tv, dan mag die tv best groot zijn. De enige vriendschap die ze kennen komt vaak van een dier. Zullen we ze dat gunnen? Zonder Haat begint maar al te vaak pas bij een andere huidskleur. Voor de manier waarop dit zich superieur voelend volkje zich uitlaat over bijvoorbeeld N-VA-stemmers of zelfs nog maar VTM-kijkers is maar één woord: uitsluiting. Zoals Jan Jaap van der Wal in De Ideale Wereld terecht aan Gloria Monserez, boegbeeld van de Warmste Week over ‘Kunnen zijn wie je bent’, vroeg: “Ik stem Vlaams Belang en ik vind Dries Van Langenhove een sympathieke knul! Mag ik dan mezelf zijn?”


Nergens heerst zoveel samenhorigheid als in de Vierde Wereld. Bij de kleine supermarkt even verderop staat een bank. Daarop zitten op ieder uur van de dag mensen. Ze werken niet, drinken en roken. Je kan je er aan ergeren. Dat ze het niveau van de buurt omlaag halen. De gerant zou ze kunnen wegsturen. Maar dat doet hij niet. Ze veroorzaken niet de minste overlast. Ze praten, écht, en zitten niet op hun gsm. Is het een fraai beeld? Neen. Het groepje wordt steeds groter. Iedereen is er welkom. Ze springen voor elkaar in de bres. Je ziet het gebeuren: is er eentje ziek dan doet een ander zijn boodschappen. Ze hangen aan elkaar. Bij valavond trekken ze naar hun flats. Ze wandelden, proefden de buitenlucht en hadden sociaal contact. Antigif voor depressie.


Ik kom graag in café In Den Ouden Tijd. Het gaat eraan toe precies zoals Vader Abraham het in zijn Kleine café aan de haven bezingt. Het is zo prettig niet met status bezig te moeten zijn. “Daar in dat kleine cafe aan de haven, daar zijn de mensen gelijk en tevree, daar telt je geld of wie je bent niet meer mee”. Dat doet geen enkel etablissement hen na. We hebben van dat plebs te leren. Ze zijn zichzelf. Alleen vertel ik natuurlijk niemand dat ik weleens In Den Ouden Tijd zit.



Vind je deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje! Delen op Facebook of Twitter kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.

2022, 29 mei, Leuven (Tiensevest, Café In Den Ouwen Tijd) (België). Foto: Truus Elli.


Doe jezelf een plezier, luister (nog) eens naar In 't kleine café aan de haven van Vader Abraham, op Spotify of op YouTube.


Op VRT.NU staat de prachtige documentairereeks De Onfatsoenlijken. Met name de eerste aflevering over armoede is een aanrader. Het programma is gebaseerd op het gelijknamige boek van Jan Antonissen (Pelckmans, 2018).

49 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven