top of page

De Poepende Man

  • Foto van schrijver: Joost Elli
    Joost Elli
  • 2 dagen geleden
  • 3 minuten om te lezen


Drie jaar geleden studeerde mijn dochter af. Een Master in de fotografie, aan LUCA, School of Arts. Tijdens de afscheidsceremonie in de tuin van een gehuurd Brussels pand nam een verwaaide jongeling plaats onder een wasdraad. Die ging hij drie kwartier te lijf met een strijkstok. Naast hem beeldde en schreeuwde een meisje iets uit wat nog het meest op een pijnlijke bevalling leek. “Dat wordt vast weer zo’n kunstenaar die zich onbegrepen gaat voelen,” zei ik tegen mijn dochter. “Hopelijk loopt het goed met hem af.”


Onlangs maakte ik op tv kennis met ene Antony Mark David Gormley. ‘Sir’. Hij exposeert, met tromgeroffel, in Antwerpen. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt door zijn normale voorkomen. Kijk, zo krijg je mij dus aan de kunst: geen fratserige uiterlijkheden, geen gek kapsel, geen zotte bril.


Gormley bewijst dat conceptuele kunst niet noodzakelijk hol hoeft te zijn. Zijn werken hebben een niet onaantrekkelijke insteek: hoe voelt het om gewoon in je lijf te zijn? Ze zijn “een uitnodiging tot nederigheid, een uitgeklede versie van beleven”. Hij haalde de mosterd bij het boeddhisme. Door doorheen zijn kamerbrede doolhoven van metalen hoepels en gangen te lopen ervaart de bezoeker opnieuw hoe het voelt om letterlijk in de wereld te staan. En dat is welkom. Want dat is me zo’n vervelend nevenverschijnsel: de neerbuigendheid van de cultuurminnaar. Die mag al eens met zijn voetjes op de grond worden gezet.


Veel van wat we vandaag weten hebben we aan de kunst te danken. Het vertelt iets over de tijd. Het begon met reproduceren, en dan koesteren, doorgeven en bewaren. Dat zat er bij de mens al heel vroeg in. Later werden daar smaak en fantasie aan toegevoegd. Niet alleen potten bakken, maar die ook versieren. Nutteloze schoonheid die ik paradoxaal genoeg wel begrijp. Maar die ‘redundantie’ was ook het begin van de uitwassen …


Kunst, en met name het wereldje eromheen, kan me maar zelden echt pakken. De eigengenoegzaamheid wringt. Toegegeven, die bij wijlen pedanterie wierp vruchten af. Die vernieuwingsdrang leidde ongetwijfeld tot een hoop shockerende dingen die vandaag als gewoon worden beleefd. Veel van wat ik geweldig vind werd destijds ongetwijfeld door de Joost Elli van zijn tijd weggezet als dwaas. En in die zin moet ik mijn neerbuigendheid over sommige kunstvormen dus maar wat zien te milderen. Het zou maar saai zijn, mochten we alleen nog maar doen wat werkelijk ‘oplevert’. Daar zitten we in onze meetcultuur al dicht genoeg tegenaan.


Dus: leve de kunst! Clashen heeft waarde. En er mag daarin ver gegaan worden. Er moét veel geproduceerd worden, want slechts een fractie doorstaat de tand des tijds. Wanneer het echter alleen nog maar gaat om de vernieuwing op zich, het maken van een statement, dan blijft er maar iets flinterdun over. Dan wordt het niet meer dan een moment, zonder eeuwigheidswaarde. Dan gaat het om aandachttrekkerij. Performance art bedient zich daar gretig van. Zo bengelt momenteel op de Biënnale van Venetië de halfnaakte Florentina Holzinger als klepel in een gigantische klok. Sofie Van de Velde vindt het heerlijk. “Het wordt natuurlijk al te vaak als seksueel bekeken, maar dat is niet de bedoeling. Het gaat om de kwetsbaarheid,” verzekert ze. Yeah, right. Volgens haar is performance art dé kunstvorm van het moment. “Dit is wat mensen willen zien.” De bloedernst is indrukwekkend. Ik blijf altijd een beetje verweesd achter, met de vraag wie hiervan bediend wil worden. En wie bepaalt dat dit ‘belangrijk’ is? Misschien ligt het antwoord net daar: bij de kleine groep mensen die bepaalt wat als relevante kunst geldt. Altijd dezelfde kleine kring.


En dan blijkt in de kunstwereld, die zich graag als vooruitstrevend, rebels en inclusief presenteert, vooral de culturele elite aan het stuur te zitten. Mensen van kleur mogen stilaan wat vaker het podium op, maar wie de budgetten verdeelt, de netwerken beheert en bepaalt wat als relevante kunst geldt, lijkt verdacht vaak op elkaar. Diversiteit bereik je niet door andere gezichten tentoon te stellen, maar door macht te delen. En laat dat nu net het moeilijkste zijn.


In Lelystad, dé Nederlandse polder, staat een indrukwekkende sculptuur van Gormley, van een hurkende figuur die de einder aftuurt, ‘symbolisch gelokaliseerd op de grens van land en water, waar je de maakbaarheid van Nederland bijna voelt.’ Exposure heet het. De meeste Lelystedelingen noemen hem gewoon De Poepende Man. Het mag de kunstliefhebber eraan herinneren dat als hij naar het toilet is geweest het ook gewoon stinkt. Ik polste onlangs nog eens bij mijn dochter hoe de jongen met de strijkstok het stelde. “Die doet het goed hoor,” zei ze. “Hij werkt in de Panos.”



Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!

Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.

Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).


2026, 5 juni, Leuven (Kruidtuin) (België). Foto: Bart Cloots. Standbeeld: Rembert Dodoens door Ad Wouters, 2017

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page