• Joost Elli

#FabreToo

Een halfnaakte dame blaast bellen met een grote kunstpenis; dan glijdt bij een ontblote Galliër een wierookvat uit zijn aars. Een roodgeschminkte man - knook in de mond, op het hoofd een bos bloemen - kruipt, door een deerne bereden, over de bühne: ze houdt halt, tilt haar gewaad en wrijft haar onbedekte vagina ostentatief in de ruiker. Het woord foef had hier niet misstaan. Hoe langer ze dat doet, des te prettiger het lijkt: het publiek smult en gilt zich mee in extase.

Wie zijn dit eigenlijk, de mensen die hiernaar komen kijken?


In het licht van zijn vermeende seksueel grensoverschrijdend gedrag sla ik met interesse gade wat ‘de poëzie van het bestaan’ is voor kunstenaar Jan Fabre. Want precies daaraan brengt deze grootofficier in de Kroonorde annex commandeur in de Orde van Leopold II hulde, met zijn kunstwerk Totem, op het Leuvense Ladeuzeplein. Ongetwijfeld, dacht ik, sijpelen zijn ideeën daarover door in zijn zogeheten performances. Performances laten meestal het ergste vermoeden, zie ook bovenstaande best off uit Jannemans nieuwste.


Er is wat met die kever, zoals iedereen Totem noemt. Ik weet nooit of ik hem lelijk of mooi vind. En de vettige schoentjes waarin zijn schepper staat vergemakkelijkt de keuze niet. Plots was hij daar, op een 23 meter hoge naald gespietst, in 2004, een geschenk van de 575-jaar oude universiteit aan de stad. Niemand die er verder naar vroeg — ook nu krijgt de geleedpotige vrijwel alleen van toeristen aandacht. In die zin is wat een logische vraag lijkt allerminst urgent: kan dit gewrocht van de gewaand loshandige Jan Fabre nog langer zo prominent in de stad blijven staan? Neen, mijn vraag is, na kennisname van zijn oeuvre: hoe is het er ooit kunnen komen?


Wie geshockeerd is door wat Fabre ten laste wordt gelegd zag wellicht, net als ik, nooit eerder zijn shows. Het is dan ook vreemd dat de danseressen die nu de kat de bel aanbinden zich lieten verrassen door dit sujet. Iemand die deze decadente platvloersheid als kunst verkoopt verraadt hoe pervers het er in zijn hoofd aan toegaat. Daar kan je in de coulissen miserie mee verwachten. "Loop met een grote boog om dat soort venten heen," adviseer ik mijn dochters. Waar is nu die vrouwelijke intuïtie?

Laat mij het minstens merkwaardig vinden hoeveel bijval die viezigheid kent, zelfs bij onze koningin Paola, die Fabre tot zijn grootste (ik schreef bijna goorste) fans rekent. Het respect dat deze fetisjist geniet is buitengewoon; dat die uiterst getroebleerde geest een monument mag bedenken in naam van de 42ste, nota bene vrome, universiteit van de wereld is op zijn minst opmerkelijk. Het was de toenmalig universiteitsbeheerder professor Vic Goedseels die in Fabre een ‘logische keuze’ zag. “Er moest over geschreven en gesproken worden,” vond hij. Hij kreeg later meer dan gelijk.

Het is in intellectuele kringen bon ton de kunstenaar los van zijn werk te zien. Bij een stilleven van een fruitschaal lijkt me dat mogelijk, wanneer het om symboliek gaat echter wordt het lastig. Want als de kunstenaar met zijn werk wat wil vertellen, dan is hij niet langer een toevallige uitvoerder. Ze zijn dan Maagdenburger halve bollen. Het is als wanneer je je piekerende geest betrapt: o, denk je, het is maar mijn geest die tobt, het is niet echt. Maar wat of wie is dan de entiteit die dàt denkt? En wie of wat is dan datgene dat zich afvraagt wat of wie de entiteit is die dàt dan denkt? Het eindigt in een ongrijpbaar droste-effect. De kunstenaar kan dan wel beweren dat het maar ‘zijn kunstenaar’ is die spreekt, maar welke geest stuurt dan die kunstenaar aan? Tenzij er sprake is van een gespleten persoonlijkheid komen kunstenaar en de man die de naam draagt van die kunstenaar elkaar onherroepelijk tegen. En dan nog.


Een man in zwart pak en met een zwarte paraplu staat naast een naakte vrouw van wie het bovenlichaam luchtblauw geschilderd is — dit is Magritte! Alleen: de vrouw op scène urineert. Zo wordt ze, vindt Fabre, een wezen van vlees en bloed. Of beter, van vlees en urine. Dit is wat Fabre noemt: de Belgische beeldcultuur citeren. Dit is voor Jan Fabre schoonheid en poëzie. Ik vind het … vreemd voor dit soort wansmakelijkheden te staan klappen. En daarover doordenkende: of de keuze van deze kunstenaar representatief is voor de bevolking. Je zou kunnen opperen dat een kunstwerk met de omvang van Totem een draagvlak moet vinden bij een groot publiek. Of, anderzijds en minstens, dat de kunstenaar door menigeen graag is gemogen. Dat hoeft niet doorslaggevend te zijn. Maar in het geval van de toch al zwaar gesubsidieerde Jan Fabre kunnen daar vraagtekens bij worden gezet. Vetzak.



Vind je deze blog leuk? Geef hem onderaan een hartje! Delen op Facebook of Twitter kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.

2022, 11 april, Leuven (Monseigneur Ladeuzeplein, Totem, Jan Fabre) (België). Foto: Bart Cloots.


Koen Vandenborre, mede-auteur op deze site, schreef op 6 mei een reactie op deze blog. Je leest ze hier. Meer van Koen op koenvandenborre.be.


Meer van Troubleyn (de theatercompagnie van Jan Fabre): FB/IG @troubleyn.janfabre/@troubleyn_janfabre, troubleyn.be. De open brief van de (voormalige) werknemers en stagiaires bij Troubleyn lees je hier.


Mis dit niet op het YouTube-kanaal van Troubleyn (video's met leeftijdsbeperking):

Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was (1982, 2012-herneming).

De macht der theaterlijke dwaasheden (1984, 2012-herneming).


Kijk hier een samenvatting van Belgian Rules.

Kijk hier een integrale zaalopname van Mount Olympus.


De uitspraak in de zaak Jan Fabre viel op 29 april 2022. Het vonnis luidde: Theatermaker en kunstenaarJan Fabre krijgt achttien maanden cel met uitstel voor geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk én de aanranding van één vrouw.

61 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven