• Koen Vandenborre

De MVR

Kessel-Lo, 4 juni 2021


Dag Joost


Ik kan niet slapen. Een heldere manestraal valt door een kier in de gordijnen. Hij schijnt precies op mijn kussen. Wat er zich boven en onder mij bevindt, zorgt voor stress. Hoe ben ik toch in deze situatie beland? En misschien nog belangrijker, hoe kom ik er terug uit?


Wanneer je dit leest, ligt de Mariamaand achter ons. Ik probeer nog snel Haar zegen over me af te roepen in de hoop inspiratie te vinden voor een schrijven aan jou. Ik weet dat je uitkijkt naar mijn maandelijkse mijmeringen en beslommeringen, ik wil je dan ook niet teleurstellen, al valt het me deze maand wel erg moeilijk mijn hoofd erbij te houden. Je moet namelijk weten, de mot zit in mijn kop. Er zit drijfzand in mijn schoenen. Het spoort niet echt in mijn bovenkamer. Voorjaarsmoeheid.

– Of is er meer aan de hand?


Van achter mijn bureautje kijk ik uit op akkers en velden. Kraaien schooien de korrels van het veld. In de achtergrond rijzen de roemruchte Kesselse Bergen op. Soms, bij valavond, meen ik in het kreupelhout een verdwaalde Romeinse legionair te ontwaren, op zoek naar de nederzetting die er ooit moet geweest zijn. In mei groeien de kruinen dicht en worden de villa’s (en Romeinen) her en der op de flanken, aan het oog onttrokken. Het landschap ligt stil.

Als de zwaluw de voorbode van de lente is, is het passagiersvliegtuig een goede indicator dat de zomer eraan komt. Rond deze tijd zie je ze steeds vaker, traag en laag over de kam scheren. – Alleen, dit jaar is niet zómaar een jaar. Dit jaar blijft het stil in het luchtruim boven de Kesselberg. Dit jaar is onder boven, links werd rechts, vogels vliegen achterwaarts en de hemel blijft leeg. De mot zit in dit jaar. Dat merk je aan alles.


Neem nu het weer in de maand mei. Wat was dat voor iets? Elke dag leek zichzelf te willen verdrinken in de tristesse van de vorige. De gezwollen beken en rivieren lagen als kloppende aders op het landschap. De ene zondvloed was nog niet opgezogen door de omgeploegde akkers of daar was de volgende al – en onze hond Billy-Bob kwam als een natte dweil drie keer per dag de keuken in gezwabberd. Kortom, het was me wat met dat weer. Ja, de mot zat er goed in.

Toen we nog met knikkers speelden en in korte broek ravotten, stond ons Belgenland bekend om zijn regenweer. België als synoniem voor veel water en weinig zon. Dat was zo’n beetje de ingesteldheid waarmee elke Belg werd grootgebracht. Akkoord, Engeland stond op dat vlak op eenzame hoogte, maar België was eervol tweede. En daar waar het in Engeland een stukje van de volksaard was om paraplugewijs door het leven te gaan en elke regenbui te zien als een prelude op zonneschijn, voelde het in onze contreien toch vooral aan als een straf, ons van bovenaf opgelegd. Grijs weer voor een grijs volk. – Ondertussen is er veel veranderd. – Elk jaar waarschuwt een ernstig kijkende minister ons voor mogelijk watertekort. Hittegolven volgen elkaar op als vrouwen van Hendrik de Achtste. Rukwinden krijgen de allures van mistral en passaat, en fruittelers dansen heel de nacht als bezeten sjamanen tussen hun vuurpotten om de vrieskou te bezweren.


Of neem nu het Eurovisiesongfestival. Vroeger was dat een braaf familiefeest. Nog dampend van het bad, haren in zijstreep tegen het voorhoofd geplakt, knus in de zetel in onze sponzen pyjama, een glas Fanta en vijf soorten chips, ik herinner me zelfs loempia’s van bij de meeneemchinees op de hoek. Na de puntentelling teleurgesteld naar bed want België was weer in de staart geëindigd. Vandaag geen sponzen pyjama of loempia’s meer, tenzij op het podium want daar kan het niet gek genoeg zijn. Opgezweept door een uitzinnig regenboogpubliek knalt vuurwerk en schieten lasers onophoudelijk door de reusachtige feesttent terwijl prettig gestoorde Europeanen rappen, skatten, grungen, piaffen en in geval van de winnaars blaffen. Versta me niet verkeerd, Joost. Ik heb er van genoten, al vrees ik dat het meer zegt over mijn geestelijke gezondheid dan over het Eurovisiesongfestival.


En wat was dat met Jürgen Conings die de MVR met een raketwerper wil uitschakelen en daar applaus voor krijgt van de goegemeente? Om te beginnen zou het nu toch stilaan bekend moeten zijn bij iedereen met een polsslag dat enkel handenwassen, mondmasker en afstand houden helpt tegen het virus. Ik heb Vlieghe, Van Gucht noch Van Ranst iets horen zeggen over de ontsmettende eigenschappen van raketwerpers. Ik weet niet welke COVID-bordjes ze daar in de kazernes ophangen, maar daar zou toch eens naar moeten gekeken worden, het gaat ten slotte om ons belastinggeld. Gelukkig heeft Tom Van Grieken al laten weten dat geweld geen oplossing is. Als het van hem afhangt wordt dat virus op de eerst volgende vlucht retour gestuurd naar land van herkomst. Raus met dat vreemde gespaus! Eigen virus eerst!

Al moet het gezegd, Jürgen Conings is niet geheel kansloos. Tweeduizend jaar geleden was er nog een J.C. die een klein clubje fanatici om zich heen wist te verzamelen. Die was het ook niet eens met de experten en de opgelegde maatregelen. Zelfs wanneer hem op brutale, maar efficiënte wijze met twee andere beklaagden het concept van social distancing werd opgelegd op de berg Golgotha, wist hij van geen ophouden. De bookmakers gaven hem weinig kans, maar vandaag is hij in veel kringen nog steeds populair en brengt zijn bestseller nog steeds licht in donkere dagen. Je weet dus maar nooit hoe dit zal eindigen.

Al had ik van een militair meer strategisch inzicht verwacht. Als je van de MVR af wilt, volstaat het geduld te oefenen. Heb je die mens al eens goed bekeken als hij bij Phara zit? Mocht Jean-Marie Pfaff zulke wallen onder de ogen hebben, hij had er lang hangmat.nl op laten tatoeëren. En in de diepe groeven op het gelaat van de MVR kan Sven Nys met gemak een Wereldbeker veldrijden organiseren. De Grote Prijs Marc Van Ranst is geboren! Bier en bitterballen à volonté. Inkomsten en pret verzekerd. Genoeg om de volgende pandemie van onderzoeksgeld te voorzien. Maar bon, we wijken af. Wat ik wil zeggen, Joost, wacht gewoon nog even tot iedereen is ingeënt, en de MVR gaat in de mother of all winterslapen om 2 jaren nachtrust in te halen. Het zou me verbazen mocht die mens voor de Olympisch Spelen van 2032 (Tokio?) uit zijn bed komen. Al zou het natuurlijk kunnen dat de religie van J.C. (de nieuwe, niet de oude) tegen dan serieus voet aan de grond heeft gekregen met zijn aanhang wakadoodles. We weten sinds kort allemaal hoe exponentieel dingen kunnen groeien als we ons gezond verstand bij het leeggoed zetten. Het worden nog spannende tijden, voorwaar!


Je merkt het Joost, ik was de weg kwijt in mei. Hopelijk brengt juni raad en rust. Mijn vaccinatieprik komt eraan, dus dat zou weleens kunnen helpen. Alhoewel, helemaal gerust ben ik er ook niet in, als mijn volgende brief autistisch is, moet je het niet te ver gaan zoeken.


… Voor ik afrond moet mij nog iets van het hart, Joost. Ik heb getwijfeld maar ik weet dat wat ik je schrijf onder ons blijft en ik wil voor jou niets achterhouden. Het zal je ongetwijfeld met verstomming slaan, maar J.C. en ik kennen mekaar door Afghanistan. Nu hoor ik je denken: Koen op missie in Afghanistan, wat krijgen we nu! Ik kan je gerust stellen, Joost, ik heb nooit een voet in Afghanistan gezet. Neen J.C. en ik kennen mekaar uit de wereld van de filatelie – en neen dat heeft niets vandoen met geperverteerd gedrag met lederen swastika’s. Filatelie is de liefhebberij voor het verzamelen van postzegels. Het toeval wil dat we beide verknocht zijn aan het gekartelde kleinood. (Die J.C. toch, ruwe bolster, (heel) blanke pit.)

Het zit zo, ik was op zoek naar een zeldzame Afghaanse Taliban-postzegel en op een online forum voor filatelisten bood J.C. aan ernaar opzoek te gaan bij zijn eerst volgende missie aldaar. In ruil zou ik hem een oude Duitse postzegel uit 1936 van 18 cent bezorgen. Het nummer 18 op deze zegel schijnt een grote emotionele waarde te hebben voor hem. Je ziet het Joost, het was een win-win.

Groot was mijn verbazing wanneer hij onlangs aan mijn deur stond met de vraag enige dagen te mogen onderduiken. Er waren wat problemen met zijn werkgever. Een filatelist kan een andere filatelist moeilijk iets weigeren en dus zit J.C. voorlopig op onze zolder tot de bui overwaait. Ik heb ondertussen wel begrepen dat er meer aan de hand is dan gewoon een dispuut over maaltijdcheques, maar ik ga uit van het goede van de mens en hoop dat het allemaal koelt zonder opblazen.


Zo Joost dat was het. Hier moet ik afronden, de MVR laat net weten dat mijn WiFi in de kelder is uitgevallen. Pfff! Dit is echt de laatste keer dat ik mijn garage als safehouse ter beschikking stel.


Warme groeten,

je kozijn

Koen

2021, 1 juni, geheime locatie. (België). Foto: Koen Vandenborre.


Nadat ze mekaar twintig jaar uit het oog verloren, beloven twee neven elkaar elke twee weken op vrijdag een brief te schrijven. Je vindt ze verzameld in de rubriek Brievenpost.


Vind je deze post leuk? Geef hem een hartje!


Deze post delen op Facebook of Twitter? Dat is heel eenvoudig: klik op de knop linksonder en klaar. Een comment toevoegen is altijd leuk.



88 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven