• Joost Elli

Bel me, schrijf me

Kessel-Lo, 28 januari 2022



Beste Koen


Maandagavond mat Het journaal de relschade van zondag op, in Brussel, na die betoging. In naam van het zelfbeschikkingsrecht moesten uitstalramen, lantaarnpalen en auto’s eraan geloven. Vroeger, bedacht ik me, hoorden daar steevast ook telefoonhokjes bij.


Telefooncellen waren af en toe levensreddend, letterlijk. En telefoneren tout court was van belang. Met soms dramatische afloop, zoals die keer dat ik er net niet in sloeg je tijdig te waarschuwen voor de nieuwste single van de Stray Cats, live op Toppop.


Zeven jaar geleden verdween het laatste telefoonhokje in ons land. En daarmee misschien ook wel deels het betere gesprek. Wat dat dan ook moge betekenen.

Ze hadden de draadloze telefoon nooit mogen uitvinden. De charme van een telefoontje plegen is er helemaal bij ingeschoten. Bellen werd maar beter niet zo goedkoop. Telefoneren was destijds een luxe, waarmee enige schaarste gepaard ging: je deed het berekend, in de daluren en niet te vaak interzonaal, anders werd het te duur. Je ging ervoor zitten. Je moest wel. Je dééd het, je nam het er niet bij.

Er is een fijn YouTube-filmpje waarin mensen in 1998 wordt gevraagd of ze een mobiele telefoon wel zouden zien zitten (die kwam toen net piepen). De meesten zagen er geen heil in en vonden het zelfs een vervelend idee. We zijn er flink ingeluisd. De smartphone met zijn appjes-sturen gaf het praatje uiteindelijk de genadestoot.


Liet ik je al mijn goede voornemens weten? Ze zijn totaal oninteressant, Koen, alleen deze wil ik je niet onthouden: ik ga nog meer present proberen te zijn.

Ik huiver een beetje bij de term maar voorlopig vind ik geen beter woord dat de lading dekt. Ik volgde ooit (onder dwang) de opleiding presentietheorie, gegeven door een psycholoog met een heuptas en een anorak, die hij aanhield (beeld je het voortdurende fff-fff-fff-geluid in). Vandaar mijn aversie voor dat woord. Waar die snijboon drie dagen nodig voor had vertel ik je nu in één zin: als ik ergens ben, ga ik daar ook proberen te zijn.


De telefoon met vaste lijn noopte mij tot presentie. De kabel herinnerde mij aan het gesprek. Een stuk van mijn presentie verdween met de opkomst van de gsm.


Toen je me vorige keer schreef over de eerste plaat die je kocht klonk je mij iets te veel als een zeur. Mijmerend over hoe alles vroeger beter was, dat gezanik. Tegelijkertijd vond ik de magie invoelbaar, van dat kleine grootse moment.

Als ik dan toch ook even mag: het is in overvloedige tijd lastiger geworden iets nog een event te laten zijn. Maar dat soort bedenkingen, Koen, maken van ons oude mannen omdat we andere maatstaven gebruiken. Maatstaven die jongelingen zich niet eens ingebeeld krijgen. En we moeten ons ervoor behoeden dat we niet teveel zemelen. Je weet maar nooit dat er af en toe iemand meeleest op mijn site.


Afgezien van de radio waren ooit zowat de enige manieren om muziek te leren kennen programma’s als Countdown en vooral het onnavolgbare Toppop, op de Nederlandse tv. Daags nadien was dat hét gespreksonderwerp op school. "Falco niet gezien? Je hebt wat gemist! Het gaat zo: Jeanny, quit livin' on dreams/Jeanny, life is not what it seems. Jeanny, na-nanana-na ... Volgende week zéker naar Countdown kijken!"


En soms werd over die dingen gebeld. Telefoneren deed je toen dus alleen als het er echt toe deed. Als de Stray Cats een plaatje uitbrachten bijvoorbeeld.


“Met Vandenborre,” klonk het dan met een vrouwenstem. De telefoon hing in de keuken en tante Hilda was altìjd in de keuken.

“Kan ik Koen dringend spreken?!” vroeg ik. “Ja, Joost. — KOEEEEEEN!” Dat moest reiken tot op jouw kamer op de tweede verdieping.

“Koen, je bent juist te laat! De Stray Cats waren net op Toppop! Met hun nieuwe single. Verdorie, toch …”

“Is ze goed?,” hijgde je. Je had toen de onhebbelijke gewoonte zwaar in de telefoon te ademen, ook in rust. Gek, dat doe je nu niet meer.

“Redelijk hard.” Dat is zoiets als speciaal, niet goed dus. Ik durfde eigenlijk helemaal niet toegeven dat Little Miss Prissy als ketelmuziek klonk. Zoiets zei je niet over de Stray Cats.


Het was een stuk eenvoudiger verwonderen, verbazen. Er hoorde gewoon vaker verplichte ontbering bij, meer geduld, heel anders dan nu, waarin alles min of meer onmiddellijk oplosbaar lijkt te zijn. Vrijwel niets lag voor het grijpen.


Het was toen een mens die vroeg ‘waar denk je aan’, geen sociaal medium. Ik schrijf jou graag, het brengt verstilling. The art of memoir. Maar in plaats van dat je altijd maar over platen of schilderijen doorboomt: hoe ìs het eigenlijk met je, Koen? Je mag me altijd bellen. Ook zomaar. Ik zal ervoor gaan zitten.

Alleszins tot schrijfs.



Je kozijn

Joost



Vind je deze blog leuk? Geef hem onderaan een hartje!

Deze blog delen op Facebook of Twitter? Klik op de knop linksonder en klaar. Een commentaar op de sociale media toevoegen is ook altijd fijn.

2022, 26 januari, Leuven (Vaart, Openbaar Entrepot voor de Kunsten (OPEK), www.opek.be, FB: @opek.leuven, IG: opek.leuven, (België)). Foto: Bart Cloots.


Bekijk het filmpje Mobiel bellen in 1998 van Frans Bromet op YouTube (YT: BrometFrans, FB: @fransbromet, Twitter: @enBromet, www.enbromet.nl).


(Her)beleef de première van de Stray Cats-single Little Miss Prissy in Toppop (29 november 1981). Het is naar deze aflevering dat in de brief wordt verwezen.


Jeanny van Falco. Waarschuwing: expliciete inhoud. Dit nummer werd destijds door enkele radiozenders uit de ether verbannen omdat het moord en verkrachting zou verheerlijken.


De telefooncel aan de het OPEK werd in maart 2021 gepimpt door de vzw TRILL, Leuven (www.trill.be).

46 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven