• Joost Elli

Altijd scherp (Jim Loehr & Tony Schwartz)

Altijd scherp is een warrig boek. In tegenstelling tot de meeste andere boeken die ik heb gelezen (dat klinkt gewichtiger dan het is, het zijn er heus niet zo erg veel, maar het bekt goed) leent dit zich niet tot het toilet. Het is wellicht ook een beetje een kwestie van smaak, de lay-out van Maven Publishing ligt me wat minder. Maar in dit geval, en ook in het geval van Eat that Frog (ook van Maven), is het eenieders plicht hier even doorheen te kijken.

Vooreerst dit: ‘Full engagement’, daar gaat het allemaal in essentie over, is me toch wat een te vaag begrip. Het essay werd voor mij een stuk makkelijker te begrijpen vanaf het moment dat ik het ging vervangen door ‘toewijding’. Wordt het allemaal wat lastig om volgen? Geen paniek, ik heb er zelf alles bij elkaar ongeveer vijf jaar over gedaan.

‘Toewijding’ valt een beetje samen te vatten als hetgeen wat je nodig hebt om het leven te leiden dat je wilt leiden. En dat is vaak heel wat anders dan het leven dat je nu leidt.

Tony Schwartz en Jim Loehr proberen elke dag de prestaties van anderen te verbeteren, al meer dan een kwarteeuw lang. Hier wordt met andere woorden dus niet uit de nek geluld. Met name Loehr werkt zowel met sportmensen en zakenmensen en wist daar een fijne parallel in te zien: succes (en dat is dus veel meer dan die succesvolle carrière) is topsport.

Wie niet verder wil lezen, doet er toch goed aan deze even mee te nemen: hoe vaker wordt gerust, des te hoger zullen de prestaties zijn.

Het boek is opgedeeld in twee stukken, maar dat is voor de rest van geen belang. Die obligate vervelende Amerikaanse casus zit er weer in (zie voor dat fenomeen ook onder meer Zo leeft u gelukkig en zonder zorgen), evenwel is hij soms als extra duiding nuttig. Maar die kan dus evengoed niet worden gelezen, of die kan à la limite wèl nog op de wc. Tip: doe dat nadien, werk eerst de theorie door.

We zeggen bijna allemaal tijd tekort te hebben om te doen wat we willen doen. Mis: we hebben vaak te weinig energie. Draai het om: wie alle tijd van de wereld heeft maar zich lusteloos voelt komt tot niks.

Ga maar na: worden we vrolijker van alleen maar een pak tijd? Neen. Het zijn onze gedachten, onze emoties en onze gedragingen die dat doen. Die geven ons energie. Of juist geen: denk maar aan hoe een dag compleet waardeloos kan aanvoelen, neem nu de klassieke zondag, waarop we dikwijls tijd zat hebben maar waarbij we ons ’s avonds compleet uitgehold kunnen voelen, futloos van … niks te doen.

De clou van het boek is dat in feite alle goeds in ons leven te maken heeft met een kundig energiebeheer. Prestaties, gezondheid en geluk zijn dingen die afhangen van onze energie en niet van onze tijd.

De auteurs komen met een nieuw paradigma (een duur woord voor ‘model’) dat in vele gevallen haaks staat op wat gangbaar is, in het bedrijfsleven maar evengoed in het dagelijkse leven. Hoewel ik het niet met alle elementen onvoorwaardelijk eens ben (zo heb ik vragen bij het altijd zo pertinent willen stellen van ‘doelen’, maar daar kom ik ooit ongetwijfeld op terug), is het zeker een grondige overpeinzing waard.

Volgens dit nieuwe eigenzinnige inzicht komt het erop aan je energie te managen (en dus niet je tijd) en moet je stress net gaan opzoeken in plaats van te vermijden wil je je prestaties verhogen. Dat is meteen een mooi voorbeeld van een parallel met de topsport en ook dat fraaie idee van het leven te zien als een reeks van sprints in plaats van een marathon komt uit die hoek. Hierbij wordt overigens de hilarische vergelijking gemaakt tussen de lelijke, uitgemergelde en er totaal vermoeid uitziende langeafstandsloper versus de lekkere stukken mooie energie die die sprinters zijn. Verder gaat het in het model over de productiviteit van het nietsdoen (zelf mijn grootste euvel, ik kan behalve slapen eigenlijk niet nietsdoen), dat voor mij dubieuze doelen stellen dus en het belang van rituelen (dé gamechanger voor mij - ik kan er nog veel, veel over vertellen - later).

Het is misschien niet zo eenvoudig om uit te leggen hoe je precies aan energie kan winnen, maar het behoeft niet veel denkwerk om te verzinnen wat zoal (veelal nutteloze) energie zuigt: slechte eetgewoonten zijn niet goed (ik, een beetje), te weinig rust nemen (ik!) of te weinig slapen (ik!) is niet goed, negativiteit helpt de zaak niet vooruit en een gebrekkige focus doet balen.

Volledige toewijding kent vier principes. Die zitten doorheen het boek op een nogal slordige manier verweven.

1. De vier principes van toewijding

Het eerste principe van toewijding: alle vier vormen van energie verdienen aandacht

Toewijding (die Full engament dus) vereist dat je je bezighoudt met vier vormen van energie. Alle vier! Ik heb behoorlijk lang gevochten met die begrijpen. Alleen al met ze allemaal proberen te onthouden had ik het knap lastig. Tegenwoordig heb ik het voor mezelf over FEMS: fysieke energie, emotionele energie, mentale energie en spirituele energie. Haak niet af omwille van dat laatste! Een probleem met spiritualiteit is dat er tuig bestaat (onder meer de yogayuppies) dat het begrip verkoopt als oplossing voor al je problemen - in plaats van het vooral te zien als hulpmiddel - en het volhangt met dure wol. Eenmaal van die wol ontdaan ontstaat er iets heel moois waarvan niemand eigenlijk ooit genoeg kan hebben. Het is essentieel deze vier energiebronnen zorgvuldig af te wisselen.

Het tweede principe van toewijding: vul energieverbruik af met energieaanvulling

Helaas valt energie niet zomaar ergens te kopen. Voor de meeste mensen is dat zelfs geen punt, we menen immers over een onuitputtelijke voorraad te beschikken. We denken maar zelden na over de hoeveelheid energie die we eigenlijk maar te besteden hebben … Maar: zowel bij onderbenutting (!) als bij overbenutting nemen onze reserves af. Dat heet dus ‘verbruik’. Wat betekent dat er ook moet worden ‘aangevuld’. Anders is het vat op een dag natuurlijk af.

Belangrijk is dat we bij dat verbruiken en aanvullen oog hebben voor de juiste verhouding. Aandacht dus. Wie dat niet doet, en dus een eerder afgevlakt, onbewust leven leidt, kan rekenen op miserie. Met andere woorden: als het verbruik groter is dan de aanvulling of omgekeerd, wanneer er meer wordt aangevuld dan verbruikt, dan is dat de oorzaak van heel veel ellende.

Nood hebben aan herstel, aan rust nemen, wat de facto het aanvullen van energie is, wordt helaas veeleer gezien als zwakte … Het zijn de ‘werkers’ die aanzien genieten. Onder meer als gevolg daarvan schenken we spontaan veel te weinig aandacht aan het aanvullen en vergroten van onze energiereserves. De meeste mensen zijn als marathonlopers: ze vallen daardoor emotioneel, fysiek en spiritueel stil. Ze verbruiken alleen maar energie.

Het derde principe van toewijding: grenzen verleggen om reserves te vergoten

Als topsporters hogerop willen geraken proberen ze hun grens te verleggen. Dat doet pijn. Een spier sterker maken, vrij vertaalt: de fysieke energiereserve groter maken maken, klinkt zelfs een beetje eng: we moeten we hem overspannen, er met overbelasten letterlijk kleine scheurtjes in maken. Na 24 tot 48 uur herstel is ze sterker geworden, beter in staat de volgende inspanning te verwerken.

Op dezelfde manier kunnen we ook onze andere energiereserves vergroten: empathie, geduld, focus, creativiteit, integriteit, commitment … er kan allemaal mee geoefend worden in het overschrijden van grenzen wat uiteindelijk tot méér ervan zal leiden.

‘Ergens sterker zijn uitgekomen’, na een stevige crisis is hiervan wellicht een bekend voorbeeld. Ik zeg het tegen iedereen die horen wil: niks zo goed voor een mens als een paar stevige crisissen. Ik haal ze er zo uit: mensen die in feite nog niks ernstigs hebben moeten doorstaan, voor wie altijd alles is opgelost … zijn per definitie niet erg interessant. Maar opgelet: na die stevige crisis moet er kunnen worden herstelt. Anders is al die ellende een maat voor niks geweest.

Het vierde principe van toewijding: positieve rituelen ontwikkelen

‘Ritueel’ is nog zo’n woord dat door de nazaten van Dolle Mina’s, geitenwollensokken en consorten, jaren geleden al, flink naar de kloten is geholpen. Het heeft ook van mij flink wat inspanning gevraagd om zonder ergeren met de term om te gaan. Maar laat ik duidelijk zijn: het implementeren van een aantal rituelen heeft mijn leven een flinke draai in de goeie richting gegeven. We zouden het net zo goed over ‘gewoonten’ kunnen hebben, maar dat woord doet dan net weer iets te veel afbreuk aan waarvoor rituelen nu precies staan.

Het valt als volgt te definiëren (let op het is een mondvol): een positief ritueel gedrag is een gedrag, gevoed door een diepgewortelde waarde, dat na verloop van tijd een automatisme wordt. Nou.

Een ritueel is van zichzelf dwingend. En dat is een flinke opsteker, omdat je dan aan de slag gaat zonder dat er wilskracht en zelfdiscipline bij komt kijken. Ik zeg het tegen Jan en alleman, de betweter die ik ben, ook in mijn werk met psychiatrische patiënten: met wilskracht en discipline alleen kom je niet ver. De hoeveelheid die we van die twee hebben overschatten we namelijk schromelijk. Zie het als een vaatje van waaruit we doorheen een dag maar heel weinig hebben te tappen. Rituelen hebben lost dat probleem gewoon op. Ik weet niet meer van wie ik deze komt, maar het is er boenk op: zelfs wat schijnt aan te vangen als de meest waardeloze dag ooit, krijgt met rituelen toch inhoud. Zin of geen zin: met rituelen doe je je ding. En ga je ’s avonds hoe dan ook tevredener slapen.

Rest er alleen nog: veranderen. En dat knap lastig zijn.


Je moet er dus even voor gaan zitten en nog wel heel lang ook, wil je dit allemaal een beetje kunnen begrijpen. Ik heb het gedaan en er voor mezelf een samenvatting (nu ja, ze is wel wat lijvig geworden ...) van gemaakt die hier kan worden nagelezen. Have Fun.






De Nederlandstalige uitgave is momenteel uit druk maar zo goed als elke bibliotheek heeft een exemplaar. De grotere online retailers (afgezien van Bol.com) schijnen ook nog wel een voorraadje te hebben.

Audible bracht een aantal jaren geleden een "abridged" versie in audioformaat uit, voorgelezen door de auteurs. Ik ben er niet meteen de grootste fan van. Wanneer je alleen maar gaat luisteren naar het boek houd je er niks aan over. Ik gebruik het luisterboek weleens als herhalingsoefing, maar daar houdt de meerwaarde wat mij betreft op. Ben je het Engels een beetje meester dan kan je je de aanschaf van de Engelstalige versie in EPUB overwegen. Het voordeel daarvan is dat je op een heel handige manier aantekeningen kan gaan maken. Ik lees (alleszins non-fictie) steeds vaker digitaal omwille van die reden. De Audiobook Store van Apple werkt voor al die aankopen doorgaans het meest eenvoudig.


61 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven