• Joost Elli

Sylvie

Kessel-Lo, 3 december 2021


Beste Koen


Met kerst zal het zevenendertig jaar geleden zijn dat Censuur uitkwam. Jij kreeg toen, op dat feestje bij meter en vava, Here's to You Gang! van The Scabs en ik bracht mijn eigen plaat mee: Censuur, dat iconische album van mijn alter ego, Justin Elli, dat stierf bij de geboorte van mijn eerste dochter, in 1998, en daarmee definitief in de 27 club* werd bijgezet. Met Censuur was ik als liedjesschrijver op de top van mijn kunnen. En die plaat stond bol van de Sylvie’s …


Censuur was in Vlaanderen een break-upplaat avant la lettre. Buiten de landsgrenzen deed alleen Joni Mitchell al zoiets, met Blue. Plagiaat kan mij niet worden verweten, want ik had nooit van haar gehoord. Pas veel later vernam ik van Blood On The Tracks, waarvan Bob Dylan ontkent dat het ‘echt’ is, en Frank Sinatra Sings for Only the Lonely, maar daarop is geen enkele song zelfgeschreven, dus die telt maar half.


De jonge Tom Waits schreef Martha als een oude man die, na een levenlang uit elkaar, zijn jonge liefde weer opbelt. “Je moet niet vragen,” luidt de beschouwing, “wat een leven je al achter de rug hebt dat je op je vierentwintigste dit soort teksten schrijft.” Ik deed beter. Ik pende Censuur, en zijn voorganger Flying Out, twee complete albums, op mijn dertiende bij elkaar. Ik schreef meer dan een dozijn Martha’s. Ze heetten Sylvie. Koen, lag het alleen maar aan mij, dan was ik allang een grootheid. Jij weet dat.


In de Justin Elli Tales, mijn biografie die ik in 1990, vanuit het standpunt van een rockjournalist, over mijn jonge kunstenaarsbestaan schreef klonk het zo: “In juli ’83 kwam de belangrijkste inspiratiebron van de zanger in zijn leven: Sylvie. Maar kort al nadat ze officieel samen waren liep hun relatie spaak. Het was zomer 1984 en een eerste lp, meteen een pathetisch werkstuk, was klaar in een mum van tijd. (…) Acht nummers werden samengebracht op Flying Out.” Nooit nog schreef of zong ik meer over een vrouw dan over Sylvie.


Ik ben je nog steeds dankbaar, Koen, voor de kaften die jij voor die platen maakte. Ik vroeg je dat eens langs mijn neus weg en jij kwam luttele dagen later op de proppen met een gestileerd schilderij, los uit pols, van iets waarin we allebei een klapwiekende vogel zagen. Flying Out. Hahaha, zo ging dat: jij ontwierp een hoes en ik bedacht er de langspeler bij.


Het titelnummer haalde de plaat niet, want ik wilde vooral alle liedjes over Sylvie die ik had op Flying Out … En zoals dat met vinyl gaat moesten er vanwege de beperkte speelduur hartverscheurende keuzes worden gemaakt.

Op Flying Out staan drie songs waarop ik nog steeds bijzonder trots ben. En wie weet, op een dag, blaas ik dat oude Justin Elli-werk toch eens echt leven in. Met name Totaal van de kaart (goed gestolen van Het Goede Doel), het Stray Cats-achtige Alles liep in ’t honderd en Liefde aan diggelen (mosterd: Peter Koelewijn) kunnen de vergelijking met het gewauwel dat soms op Radio 2 valt te horen met gemak doorstaan.


Zes maanden later al volgde Censuur, mijn magnum opus, opnieuw met jou als hoesontwerper. We hadden er meteen dat Sgt. Pepper’s-gevoel bij, dat alles klopte: de muziek, de teksten en natuurlijk ook die iconische verpakking, met op de kaft de naakte Bo Derek in een scène uit Bolero, toen een veelbesproken film. Censuur is ongetwijfeld het beste wat we tot nog toe samen maakten. Jij geloofde echt in mij. En het enige wat me dat aan jou kostte waren wat pakjes sigaretten, rode Belga, die ik pikte van mijn vader. Ik vond dat een mooie familiedeal.


Waar het op Flying Out vooral nog om de kwaadheid ging, was Censuur een rouwalbum. Over vergane liefde en hoop, op herstel. Toppers waren Vervreemd van haar (in onvervalste Motown Sound), Liefde uit met Christmas (geheel in de tijdsgeest van Last Christmas en Do They Know It’s Christmas?), Ze lachte naar mij (in de kerk die zondag) en Sylvie, zo ongeveer de eerste Vlaamse powerballade. Ik neem aan dat deze brief trots ademt.


Wanneer ik vraag: ‘Hou je nog van mij’?

Ga je lachend weg

Zeg het dan, voel jij je niet vrij?

Of heb ik gewoon pech?


Ik maakte dat twee keer mee, Koen. Een vrouw die lachend wegliep, nadat ik aan haar vroeg: ‘Hou je nog van mij’? Dat komt binnen. Censuur was niet alleen een tragische terugblik maar ook een voorspeller. Wat een plaat …


Vandaag vertellen de teksten dat ik nog niet zo gek veel veranderde. Die veeleisendheid op het vlak van vrouwen had ik toen al. Dat maakte een quasi-einzelgänger van mij: ik had slechts enkele diepgaande relaties, maar die zijn dan ook bijzonder gebleken. In mijn jonge jaren had ik maar een paar vriendinnetjes. Want door die hoge maatstaf viste ik natuurlijk geregeld achter het net. Dat overkwam me bij Ilse L. - je kent haar zeer goed. Maar eenmaal beet waren het alleen maar prachtmeisjes. En Sylvie was er daar een van.


Ik had Sylvie eigenlijk voor een vriend geregeld, maar ging uiteindelijk zelf met haar aan de haal. “Ik ben vast geen partij,” dacht ik nochtans eerst. Ze was bijzonder mooi, blond en boomlang. Het soort van onbereikbare meisje. “Weet je wat?” sprak ik mij moed in. “Ik stap op haar af en zeg gewoon dat ik verliefd ben.” Die eenvoudige techniek zou later nog zijn diensten bewijzen: geen swipen, chatten of dic- en poeniepics. Gewoon gaan. En kijken wat er komt.


Sylvie en ik verloren elkaar uit het oog. Met dank aan die verguisde sociale media vonden we elkaar terug. Gewoon, als Facebook-vriend. Ze leidde een leven zoals ondertussen zovelen van ons: ze trouwde, kreeg net als ik twee prachtige dochters, ging uit elkaar en begon opnieuw. Ze bouwt al een tijdje met haar vriend aan een mooie plek, een eindje uit de buurt. Dat leer ik uit haar schaarse posts. En eerlijk, het voelt oprecht. Ik voel geen verliefdheid noch een verlangen. Het voelt alleen alsof ik een beetje … ‘begaan’ ben met haar. Lucky that you found someone to make you feel secure.**


Oude liefde roest niet, het is een fenomeen. Want hoewel wat Sylvie en ik hadden niet eens wat ernstigs was, zit ze toch in mijn hart. Misschien moet ze lachen, mocht ze dit lezen. Zo van: ‘Seriously’? Of stuurt ze mij een bericht: “Joost, wij hàdden niet eens een relatie.” Of haar vriend, met de boodschap dat ik haar maar eens met rust moet laten, hahaha (dat soort geinigheid overkwam me eerder al, met een ander).


Alleszins ben ik ze schatplichtig. Niemand, al heeft ze er verder zelf weinig verdienste aan, heeft mij zo geïnspireerd. Zij was de motor van die bijzonder productieve periode. En na haar vond ik die drive nooit meer weer.


Acht jaar geleden kwam ik terug naar hier, naar mijn oude buurt. Mijn relatie liep op de klippen en ik dacht dat dit de plek zou zijn waar ik kon herbronnen. Terug naar de oorsprong. Ik woon nu op twee huizen vanwaar ik opgroeide. Ik kwam naar hier om te kijken of ik datgene weer kon vinden wat me ooit erg gelukkig maakte. Of die ‘heilige grond’ me misschien weer kon helpen opnieuw aarden. En of ik op zijn minst erachter zou komen wàt precies mij toen zo in het hier en nu hield. Noem het melancholie. Of Sylvie. Misschien was het toch de liefde …


‘Uit het woud’ betekent haar naam, van het Latijnse Silva. Ik dacht altijd dat het wat met zilver had te maken. Want ik had goud in handen.


Zoals steeds, genegen


Je kozijn

Joost



Vind je deze blog leuk? Geef hem onderaan een hartje!


Deze blog delen op Facebook of Twitter? Klik op de knop linksonder en klaar. Een comment op de sociale media toevoegen is ook altijd leuk.

2021, 2 december, Leuven (Bilbo Records) (België). Foto: Bart Cloots.


* Meer over de 27 club, hier op Wikipedia.

** Uit Martha (Tom Waits).

49 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven