• Koen Vandenborre

Raam-kozijn

Kessel-Lo, 15 januari 2021


Beste Joost

Sta me toe te openen met een persiflage (moest je het niet onmiddellijk herkennen, ga dan zeker op zoek naar het origineel. Ik meen uit je blog te hebben begrepen dat je het niet hoog op hebt met klassiekers. Dat zou na het lezen van dit boek wel eens snel kunnen veranderen).

Joost Elli, mijn neef-niet-nicht, mijn verre-buur. My homie, my brother – from another mother. Joos-Tel-Li: de tongpunt neemt drie treden langs het gehemelte en tikt bij drie tegen de tanden. Joos. Tel. Lee.

Neen, een Joost Joost ben je nog lang niet, daarvoor zijn jouw nimfijnen te oud. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat ik het door jouw geëtaleerde gedrag zomaar kan gedogen. Werkelijk, Joost, roken in achterkamertjes – viezerik! – en dat op jouw leeftijd. Ik heb er jou in de vroege jaren ’80 al voor gewaarschuwd. Blijkbaar zit ik meer in met jouw gezondheid dan jijzelf. Hetzij zo. Nogmaals, foei!

Los van de ethische overwegingen aangaande het door jouw gekozen tijdverdrijf, kan ik wel beamen dat observeren, turen, aandachtig kijken, of alert zijn voor wat er rondom gebeurt, essentieel is voor een creatief proces. Als van Gogh niet af en toe buiten kwam om opzij en omhoog te kijken, hadden we nooit een Sterrennacht of Korenveld met kraaien gehad. Of preciezer gesteld, ze waren er wel geweest, we hadden ze alleen nooit door zijn turende ogen mogen aanschouwen.

Zelf heb ik na jaren aarzelen, eindelijk de stap durven zetten naar de dichtkunst. Te moeilijk, te vaag, te saai, dacht ik … en laat het dat nu net allemaal niet zijn. Daar kwam ik achter door – juist – te gluren, te turen, te staren, te kijken, te loeren, te spieden, naar de meest banale dingen, en te doen alsof het de allereerste keer was dat ik het zag. Wat me daarbij zeker geholpen heeft is wandelen en foto’s nemen. Geen klassiek zie-eens-hoe-mooi-mij-wandeling-was-foto, maar wel op zoek gaan naar beelden die verborgen zitten in het decor: een los zittende stoeptegel, een colablikje op een vensterbank, een tuinierende bejaarde in een driedelig pak, ik zeg maar wat. Je legt de arrogantie af van al je protserige levenservaring en leert opnieuw kijken met de honger van kinderogen. Wat er dan gebeurt, Joost, is Harry Potter op speed. Of om het met de woorden van Freddie te zeggen: “It’s a kind of magic!”

En laat dat soort kijken nu heel nauw aansluiten bij de Japanse haiku – een ultrakort gedicht dat uitgaat van de zintuigelijke ervaring die verwondert (klinkt ingewikkeld maar in essentie gaat het over iets in de trant van: vijvers, kikkers en het onvermijdelijke plonsen).

Vandaar was de stap naar de gruwel van Jonge sla (Rutger Kopland) en het denken dat altijd maar (Remco Campert) plots veel minder groot. En net als bij een junkie werd de drang steeds groter ook met zwaarder spul te experimenteren. Voor ik het goed en wel besefte, zat ik ’s avonds onder een deken naar een YouTube filmpje te gluren van een ineengezakte Noorse dichter die, op de tonen van ijle pianoklanken, vanuit zijn rolstoel op een aartsdonker podium, in een onverstaanbaar fjordentaaltje poëtische melodieën uitraspte. En laat ik daar ook nog intens van kunnen genieten, sterker nog ik meende het zelfs op een existentiële manier te begrijpen.

Is er iets mis met mij, Joost? Zeg het mij.

Tot gluurs

Koen


PS: … en dan nog wat gluurmateriaal.

Voor hilarische haikuhumor, ga naar hier.

Kijk naar het ontroerend mooie Lamento van Remco Campert op YouTube.

En klik hier voor een poetry trip op radioactief fjorden-ijs van Nils Chr. Moe-Repstad (zo rond min 2).



42 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven