top of page

Het interesseert me niet

  • Foto van schrijver: Joost Elli
    Joost Elli
  • 6 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen


Er stond onlangs een opmerkelijke bevinding in de krant, in een enquête over buren. “De beste buur is de buur waar je geen last van hebt.” Correct en een beetje ontnuchterend tegelijk. Merkwaardig hoe ik dat gezinnetje aan de overkant niet ken, bedacht ik me. Ik leef door mijn raam zo’n beetje met ze mee. Maar echt gesproken heb ik ze al meer dan een jaar niet … Ik zie ze komen en gaan, ik voorspel het vlekkeloos, alleen weet ik niet waarnaartoe. Ik weet hoe ze heten, maar mijn naam kennen ze denk ik niet. We zwaaien, als goede kennissen, al weten we van elkander niets.


Ach, die mensen zitten in een andere fase in hun leven, leg ik het mezelf uit. Ooit zat ik mee in die slipstream van kinderen, huizen kopen en profilerende jobs. Een gemene deler levert contacten. Maar de lijm raakt op. Ik leef alleen nog de petite histoire. En dat is op zich goed, het is waar ik altijd al het meest van hield. Die, als alles wegvalt, van onschatbare waarde zal blijken. De voortekenen zijn er: mijn sociaal weefsel dunt flink uit.


In de plaats van levensechte gesprekken te voeren kijken en luisteren we naar hoe anderen het doen. Terwijl mijn eigen soap naast mij op de stoep stond. Ik leefde jarenlang naast Raymond. Een langdurig zieke postbode. Dat zag je aan zijn jas, nog met de gekroonde leeuw in de posthoorn erop, die hij, zodra het wat frisser was, droeg. De ingeweken Tienenaar stond twintig jaar lang, behalve ’s zomers één week Blankenberge, in Hotel Franky, op zijn dorpel, de armen gekruist op zijn rug. De enige reden om daar van af te wijken was om zijn hangplanten water te geven, achterin. De rest van zijn tijd zocht hij, tevergeefs, naar een praatje. Ook bij mij ving hij meestal bot. Want ik had eigenlijk nooit zin in Raymond. Hij was in feite niets en toch heel erg aanwezig. “Ik was mijn ramen altijd met ammoniak” moet zowat het interessantste zijn dat hij mij ooit vertelde.


Ik beleef stilaan mijn ‘jaren met kinderen’ een beetje opnieuw. Uit hoofde van mijn peterschap. Ik ga weer naar mosselsoupers en steakfestijnen, maar nu als de nonkel. En ik word daar gelukkig van. Daar horen ook de schoolfeesten bij. Met tombola’s en pakjes vissen, hamburgers, op een echte pistolet, en smoutebollen op een hete dag. En natuurlijk die muffe zaaloptredens, met iets te luide juffen. “Dit was Floris’ laatste voorstelling,” zei zijn mama. Dat is het. Van die minimijlpalen. De kleinste speelde een rat. Hij toonde mij hoe hij zijn rattenkop had versierd. En hoe hij zijn naam kon schrijven. Jules, met een ‘u’ die altijd een tierlantijntje krijgt. Je bent knutselaar of je bent het niet. Ik zag voor het eerst dat hij linkshandig was. Het legde zijn scheppingsdrift uit.


Ik word beetje bij beetje een Raymond. Mensen vragen al lang niet meer naar mijn mening. Ze vragen hoe het gaat. Ik kan ermee leven. Met plezier. “Hoe was het zaterdag nog op het schoolfeest?,” vroeg een collega me. “Geweldig,” zei ik. “Fantastische hamburgers. Op een echte pistolet. Zo vind je ze niet meer.”

Met Kerst viel Raymond dood. Ik was er niet rouwig om. Maar ik was mijn ramen nog steeds met ammoniak. Er zit een scheur in mijn decor.



Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!

Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.

Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).


2026, 20 juni, Herent (Basisschool De Kraal) (België). Foto: Bart Cloots. Model: Jules Cloots.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page