De latente mensen in je leven
- Joost Elli

- 11 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Het wordt zomer en toch gaapt er een zwart gat. Want de achterbuurvrouw ligt niet meer in de tuin. Simone is dood. Uit het niets. Het overvalt me iets te vaak: op een dag zijn de mensen die er altijd waren weg.
Enkele weken geleden at ik bij een oud buurmeisje. Vroeger een kwajongen, een beetje George uit De Vijf. We liepen elkaar na lange tijd tegen het lijf. Dan volgt: ‘we moeten nog eens afspreken.’ Daar zat ik dan, in een villa, met een arts, tot mijn verbazing haar man. We praatten de hele avond over warmtepompen en de mogelijke aanschaf van een paard. De sociale crash was totaal. De wildebras werd een doktersvrouw. Dan weet ik voor mezelf: dit is op.
Het doet zich keer op keer voor. En dus twijfel ik alsmaar meer over het herinvesteren in uitgedoofde vriendschappen. Aan de andere kant klinkt me dat te bot. Ik zoek naar iets tussenin. Misschien hoeft het niet altijd dat beladen ‘vriendschap’ te heten. Daar zit een begin en een einde aan. Het gaat meer om belangstelling, het niet negeren van een band die er, soms meer, soms minder, was en is.
In die gedachte komt een ander soort mensen in beeld: zij die al heel lang latent in je leven zijn, en een belangrijke bijrol blijken te hebben gespeeld, zonder label. En dat vaak niet eens weten. En waar je al helemaal nooit tegen zegt: ik ben blij dat je bestaat.
Simone was er altijd. Ze was een onthaalmoeder en zo leefde ik, haast onbewust maar er toch erg van genietend, mee op het ritme van borelingen en peuters. Wanneer ik ’s morgens mijn rolluiken optrok, ontving Simone al de eerste kleintjes. Om zes uur gingen de laatsten weer weg. Dan werd er gestofzuigd, en de maaltijden van de dag erna voorbereid. Tijdens de schoolvakanties zag ik hoe de kindjes, zonder fout, twee keer per dag buiten kwamen. De tuin in, en dan werd er gepicknickt, zoals ze dat noemde. Simone, en samen met haar al die dreumesen, gaf zo elke dag een beetje kleur.
In mijn tienerjaren kwam ik er vaker over de vloer. We hadden lange gesprekken. Ze bracht mij troost na het vroege sterven van mijn vader. Ze wees mij op de tragedie voor mijn moeder. “Jullie vinden jullie weg wel. Zij moet nu alleen verder.” Sommige mensen zeggen dingen die je nooit meer vergeet.
Ze was eenvoudig en ravissant tegelijk. De Vlaamse Bonnie St. Claire. Zodra het kon, kwam ze buiten. Van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar nam ze haar ‘zonnebad’. Ze zorgde goed voor zichzelf, was vaak op pad. Totdat het, een jaar geleden, plots allemaal goed was geweest. Ik had niks in de gaten. Ik moest haar overlijden op Facebook vernemen.
Wie dicht op elkaar woont, leeft met elkaar mee. Elke keer ik door mijn raam kijk, valt er wat te zien. Heel subtiel, met een arendsblik, neem ik akte van de dingen. Soms kruisen de blikken. En een vraag die ik mij daarbij heel vaak stel, is: steek ik mijn hand op? Je wil het ook niet al te veel laten opvallen dat je de boel screent. Maak ik een praatje? Dat doe ik nooit. Ik had haar kunnen laten weten dat ik haar een warm hart toedroeg. Niets meer. En op een dag is het te laat.
Met het verdwijnen van is er een ritueel verstoord. Simone ging graag dansen. Laten wij dat nu maar doen.
Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!
Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.
Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).

2026, 27 februari, Leuven (Sint-Pieterskerk) (België). Foto: Truus Elli.




💕