• Joost Elli

Braeke

Twee weken geleden werd meneer Braeke weggevoerd. Per ambulance. Ik zag hem sindsdien niet weer.


Bij het horen van een sirene kleef ik niet tegen het raam. Behalve als het geloei dichtbij stopt. Ik veins dan dat ik de vensterbankplant verzorg. Aldus herkende ik meneer Braeke. Hij was bij bewustzijn en keek bedrukt. In feite zag hij er uit zoals altijd, alleen lag hij nu neer.

Niettegenstaande we, met een korte tussenpoos, altijd slechts enkele huizen van elkaar woonden bleven meneer Braeke en ik voor elkaar vreemden. Ik kreeg van hem nooit een wedergroet. Zijn echtgenote zou een glazen oog hebben maar het scheen vooral hij die ermee kampte: ruim 45 jaar lang ontging ik hem. Ofschoon we, tot twee weken geleden dus, elkaar elke dag voorbijliepen. Dat wekt wrevel.


En toch, misschien was meneer Braeke wel de ideale buurman. Men betrapte hem nooit op overlast en kwam onberispelijk voor: gesteven hemd en de broek in de plooi. Daaronder: gepoetste mocassins. Pétrole Hahn hield zijn dunne haar strak. De enige stijlbreuk was een herbruikbare Carrefour-draagtas. Zonder kwam hij niet buiten.


Zo ging het jaren. Alleen liep hij steeds krommer en werd zijn hoofd roder. Kwatongen beweren dat hij aan de drank zat. Vandaar wellicht die zak.


Thuis hield hij, soms met zichtbaar afgrijzen, de omgeving in de gaten, vanop de bel-etage, doorheen de vitrages. Er was geen betere sociale controleur droombaar.


In een bedrijf heette meneer Braeke wellicht een ‘upholder’: plichtregels bleven onbetwist en hij was van hun nut doordrongen. Dat vertaalde zich in onberispelijk gedrag: conform het artikel 367 van het politiereglement Leuven ging de vuilzak pas ’s ochtends de stoep op. De hoogstammige boom in de tuin staat op 2 m van de erfafscheiding zoals in het veldwetboek bepaald. Snoeihout werd, ingevolge het artikel 395, geknipt tot op 2 m lengte en in met natuurtouw gebonden pakketten van maximum 25 kg aangeboden. Bij sneeuw werd het trottoir overeenkomstig artikel 357 geruimd tot tégen de straatgoot en in geval van ijzel gestrooid.


De brievenbus, met een klep van 25 bij 4 cm (die daarmee de door Bpost vereiste minimumafmetingen overtreft) is vlot bereikbaar vanop de openbare weg. Hoewel niet verplicht bracht meneer Braeke zijn naam, met het oog op een vlotte postbedeling door Bpost aangeraden, op de klep aan.


Het eigengekochte huisnummer hangt krachtens artikel 127 rechts van de voordeur op een geschatte hoogte van 2 meter (tussen de wettelijk gevraagde 1,60 en 2,10 m dus).

De legalistische Braeke kende ook zijn rechten en legde van daaruit elk grensoverschrijdend gedrag aan banden. Naar de geest van het artikel 414 met betrekking tot geluidshinder en middels een melding bij de politie fnuikte hij elk muziekpartijtje na 22 uur of zondags grasmaaien. Elke vorm van deviant gedrag waardoor hij zich mogelijk verongelijkt kon voelen volstond: een in het zwart werkende tuinman of een lockdownfeestje, het ontging meneer Braeke nooit.


Bij het driekoningenzingen al was hij een gevreesde partij. Aanvankelijk duwde hij nog nietszeggend een munt of twee van 25 centiem in onze hand. Later beriep hij zich op de artikels 83 en 87 van het politiereglement die onder meer stellen dat het verboden is om personen lastig te vallen. Hij zag ons van achter zijn glasgordijn komen en deed simpelweg niet meer open.


Volgens de letter van de wet is er haast geen voorbeeldiger burger dan meneer Braeke. Maar hij werd nog door niemand gemist. Hoe zou dat voelen, die wetenschap, in een ziekenhuisbed? Met àlles in orde zijn, maar niemand die naar je vraagt. Beter een verre vriend dan een meneer Braeke.

2020, 27 december, Kessel- Lo (België). Foto: Kristel Lamerichs (vocalcoachingleuven).

76 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven