De comeback van het ongemak
- Joost Elli

- 11 minuten geleden
- 3 minuten om te lezen
Twee weken geleden speelde ik mee in een kortfilm voor een studentenproject. Het scheelde geen haar of ik was van de set verwijderd. “Joost, je bent vuil,” wees een regieassistente naar mijn jas. “Maak me dan proper, VROUW,” antwoordde ik theatraal. De crew was van de hand Gods geslagen. Totaal verbouwereerd door wat ik dacht ‘een onnozel vrouwenmopje’ te zijn. Twee minuten later draaide de camera gewoon door.
Onlangs las ik een artikel met de ronkende titel: Waarom mentale veerkracht uit de jaren 60 en 70 vandaag steeds zeldzamer wordt. “Mensen vroeger,” schrijft de auteur, “ontwikkelden van nature weerbaarheid. Ze leerden noodgedwongen omgaan met onzekerheden en problemen, vaak ondersteund door familie en sociale netwerken.” Daar zit wel wat in. Want vandaag krijgt elk probleem een forum. Alles wordt benoemd, gedeeld, geduid en gevalideerd. En dat dat maakt het niet per se lichter.
In mijn tijd heetten de zwakke broertjes op school gewoon losers en bengelden ze onderaan de groep. Ik was er zelf lange tijd een. Dat was geen heldenstatus, maar het had wèl een voordeel: ik wist precies waar ik stond. Ik zat zeker niet altijd even prettig in mijn vel, maar het comfort en de geborgenheid in mijn familie maakte veel goed. Ik leefde in slechts twee werelden. Heel helder. Behalve de Amerikaanse feuilletons was er weinig om mij aan te spiegelen. Dat hield mij lang naïef. Achteraf bekeken was het een zegen. “Dat is nu eenmaal zo,” kreeg ik bij problemen vaak te horen. Dat werkte relativerend. Niet alles vroeg om een verklaring of een oplossing. Ik heb gehuild, ik was bij momenten depressief en radeloos, maar als de premisse is dat het nu eenmaal zo is, dan wordt het obstakel de weg. En wordt alles vanzelf minder zwaar. Vandaag lijkt de drang naar een frictieloos leven dominant. Alles moet vlot, efficiënt en pijnloos. Wat schuurt of vertraagt, geldt als achterhaald. In de virtuele wereld krijgt elke vraag een antwoord. En daar schuilt het venijn: hoe makkelijker ongemak kan worden ontweken, hoe intenser het voelt wanneer het wél opduikt. Wie niet meekan, labelt zichzelf al snel als kwetsbaar. Of verwacht dat de wereld zich aanpast. Dat zal niet gebeuren. De mensen, dat zijn wij. Het resultaat is vooral nutteloze kwaadheid en ergernis aan wie niet zomaar volgt.
Jonge mensen hebben altijd snelle verandering gewild. Alleen wordt de versnelling nu moreel afgedwongen. Alsof een mentaliteitswijziging te downloaden valt. Verandering vraagt tijd. Ik had het erover met mijn neef Koen, mijn compagnon de route in de zoektocht naar een zinvol bestaan. Af en toe probeer ik wat lucht in onze gesprekken te brengen. “Wat schaft de pot?” vroeg ik. “Pensen van kleur,” antwoordde hij nors. Weg frivoliteit, want zo kwam het gesprek op vlees eten. Zijn dochters spreken hem er geregeld op aan. “Geef het tijd,” had hij hen geantwoord. “Wij zijn opgegroeid als vleeseters. Dat verander je niet op commando. Over een jaar of dertig zijn wij er niet meer.” Zo werkt het meestal: de tijd doet haar werk, en intussen botsen generaties. Dat beseffende is het allemaal niet eens zo erg.
Ik ben halfweg de vijftig en ik misdraag me vaker dan ik besef. Wat vroeger onhandig was, heet nu onwelvoeglijk. Zie ook mijn vrouwenmopje. Ik ben niet langer alleen maar dat verfoeide ‘grappig’ of ‘schattig’ (‘geil’ en ‘stoer ‘was ik nooit). In de plaats daarvan word ik steeds vaker als de ranzigaard gezien. Ik roep op ermee te leren omgaan. Ik, en een hele generatie met mij, ben niet boosaardig. Ik ben gewoon nu en dan flink vervelend. De vraag is wanneer vervelend schadelijk wordt.
Misschien ligt daar een sleutel tot een beter mentaal evenwicht: niet alles gladstrijken, maar opnieuw leren verdragen. Obstakels toelaten. Want de leukste dingen in het leven zijn moeilijk. Zonder frictie is er geen verdieping en blijft alleen vluchtig verlangen over. Het Silicon Valley-ideaal is een leven zonder ervaringen: geen twijfel, geen spanning, geen dubbelzinnigheid. En net daar groeien inzicht en integriteit. Dat zag ik op die filmset. Ze lieten zich niet uit hun lood slaan door een flauwe mop. Ze discussieerden, faalden, krabbelden overeind en gingen door, samen, tot het werkte. Deugdelijk om te zien. Straffe jongeren bestaan nog steeds. Als ze maar niet van elk ongemak worden gered.
Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!
Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.
Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).

2025, 14 december, Leuven (Klein Begijnhof) (België). Model: Kristof Bliki
Lees hier het artikel Waarom mentale veerkracht uit de jaren 60 en 70 vandaag steeds zeldzamer wordt (Frans De Bosschère, Match Maastricht, 2025)




Opmerkingen