• Koen Vandenborre

Bekentenissen van Herman

Kessel-Lo, 19 november 2021


Dag Joost


Ik heb vannacht over Herman Brusselmans gedroomd. We zaten op een terrasje in Knokke-Heist, achter zo’n glazen wand die het duinzand buitenhoudt en een vals gevoel van privacy binnen. De schelle muziek die boven onze hoofden uit de luidsprekers klonk, moest vooral de vrijpostige meeuwen op afstand houden. Dat scheen te werken. Onze plek bleef gespaard van de groen/witte schijtklodders die de rest van de zeedijk besmeurden.


‘Dat Marvin Gaye in Oostende verbleef is genoegzaam bekend, maar slechts weinig mensen weten dat Jackson Pollock een deel van zijn jeugd in Knokke-Heist doorbracht.’ Herman nam een hap van zijn Danonefruityoghurt en met het plastic lepeltje wees hij naar de klodders op de zeedijk. ‘Het was hier dat hij zijn inspiratie opdeed voor zijn beroemde action paintings. Zonder de schijtende zeemeeuwen van Knokke-Heist geen Jackson Pollocks’.


‘Dat wist ik niet,’ zei ik naar waarheid.


Ik bestelde een limonade, Herman een aardbeienmilkshake. Ondanks het warme weer hield hij zijn motorjack aan. De iconische haren, vrij van roos, over de schouders gedrapeerd. Ik vroeg hem hoe lang we mekaar ondertussen kenden. Herman mompelde iets over de schuimbekkende zee en het klootjesvolk en keek vervolgens met getormenteerde blik in mijn richting. Hij nipte van zijn aardbeienmilkshake en met een roze schuimsnor zei hij: ‘Het is jouw droom, beslis jij maar.’


‘Prima. Dan stel ik voor: sinds de herfst van ’94. Ik liet Ex-drummer signeren op de Antwerpse boekenbeurs, het klikte meteen tussen ons. Jij sommeerde de schrijfster die samen met jou een signeertafel deelde, op te rotten aangezien niemand haar boek kocht en ze bovendien lelijk was. Al wist jij het, als ik me goed herinner, wat plastischer te verwoorden. Je nodigde me uit plaats te nemen op de vrijgekomen stoel, bood me een sigaret aan, monteerde me een Bacardi-cola en blafte de lange rij literatuurliefhebbers toe dat ze zeker nog anderhalf uur zouden moeten wachten op een gesigneerd exemplaar van je nieuwste roman. Niemand protesteerde, je was nu eenmaal God en wachten op Brusselmans was nog altijd beter dan onverrichter zake huiswaarts te keren om opnieuw de confrontatie aan te gaan met de eigen ledigheid.


‘’94! Ex-drummer was dat ’94? Om heel eerlijk te zijn sinds ik de alcohol heb afgezworen is het met mijn geheugen gesteld als met mijn erecties, een vage herinnering. Soit. Ik neem aan dat ik niet in jouw droom zit om herinneringen op te halen. Wat wil je van me, en waarom zitten we hier in godsnaam in Knokke-Heist, of all places? Zelfs de Duitsers lieten dit zeegat links liggen. Waarom denk je dat het hier vol zit met nakomelingen van ondergedoken Joden en oud-weerstaanders. De enige deportatie die hier ooit heeft plaats gevonden, was van horecapersoneel ter ondersteuning van nazipartijdagen met de complimenten van stamvader Lippens.'


‘Herman ik denk niet dat het gepast is … ik denk trouwens niet dat het klopt.’


‘Opnieuw … jouw droom. Ik zeg wat jij denk, en dat mag je letterlijk nemen – en dat bedoel ik dus niet “figuurlijk” want daar is tegenwoordig ook steeds vaker discussie over. Breek me de bek niet open over al die mongolen die tegenwoordig voor de klas staan en Nederlands geven.’


‘Mmm. Misschien moeten we maar van onderwerp veranderen. Er is iets dat ik je al heel lang wil vragen. Als je het goed vindt en tijd hebt, tenminste.’


Herman haalde de schouders op en stak een nieuwe sigaret aan met het gloeiende kontje van de oude.

‘Eind jaren tachtig las ik elke nieuwe Brusselmans die uitkwam. In tussentijd las ik non-fictie over de Vietnamoorlog en de biografieën van Krishnamurti en Wittgenstein. Ik was zoekende, Herman, en jij hebt me op weg geholpen naar de literatuur. Je had het in interviews over In Cold blood van Truman Capote, Empire Falls van Richard Russo, Catcher in the Rye van Salinger, De avonden van Gerard Reve … jouw boekentips hebben me leren lezen.’


‘Dat was geenszins mijn bedoeling maar als het je iets heeft bijgebracht, stuur ik je graag alsnog een factuur.’


‘Heu ... Wat ik wil zeggen is, dat je de laatste tijd steeds vaker negatief in het nieuws komt. Er doen geruchten de ronde dat je racistische en seksistische uitspraken doet die er ver over zijn. Wat ik vrees Herman is dat je in deze tijd van ontwaken vroeg of laat gecanceld gaat worden. En net nu ik mijn integrale collectie Brusselmans-boeken naar De Slegte wil brengen in de hoop van de opbrengst een sensitivity training te kunnen volgen. Herman, ik vrees dat jouw aberrante gedrag mijn verdere persoonlijke ontwikkeling in de weg staat.’


Er viel een pijnlijke stilte, mede omdat Herman ondertussen was opgestaan om naar het toilet te gaan en ik alleen aan onze tafel achterbleef.


‘Man, van aardbeienmilkshakes moet ik altijd zo vreselijk zeiken en dat is met mijn prostaat echt geen pretje. Luister het was gezellig. We moeten dit zeker nog een keer doen – dan wel liefst in Gent – maar nu moet ik er echt vandoor. Mijn hoofd loopt om van al die penetrante zeelucht. Het verbaast me hoegenaamd niet dat het hier vol met tuberculosepatiënten loopt.’


Enigszins teleurgesteld door het abrupte einde, maar toch dankbaar voor de quality time, bedankte ik Herman voor de gezellige babbel. Herman bestelde nog snel een reep chocolade met nootjes voor onderweg, ik rekende af en begaf me naar de parking.

‘Er werd op mijn schouder getikt. Herman stond bleek weggetrokken achter me. De motorhelm onder de arm. Ik heb een lift nodig. Een Marokkaanse vastgoedmakelaar is er met mijn Triumph vandoor.’


‘Heb je hem zien wegrijden?’


‘Wie?’


‘De dief.’


‘De dief? Natuurlijk niet, die gasten zijn wel zo leep om te wachten tot er niemand kijkt.’


‘Hoe weet je dan dat –’


‘Er loopt hier twee soorten volk rond: vastgoedmakelaars die uit zijn op profijt en rentenierende bejaarden die op zoek zijn naar een villa. Ik zie die half dementerende schuifelaars niet onmiddellijk met mijn Triumph wegscheuren. De kans lijkt me dus groot dat het een Marokkaanse vastgoedmakelaar moet geweest zijn.’


‘En dat het een Marokkaan is leid je af uit?’


Er volgde een diepe zucht. ‘Nu probeer ik eens aan positieve discriminatie te doen en het personage van vastgoedmakelaar als Marokkaan te introduceren in mijn narratief, om die gasten eindelijk ook eens een rolmodel te geven binnen een succesvolle sociale klasse, is het weer niet goed.’


‘Herman mijn hoofd loopt om. Waar moet je zijn?’


‘Zet me maar af in het centrum van Gent. En geen gezever over de snelheidslimiet, ik heb haast. Tegen morgenochtend moet nog ik drie columns afwerken en een hoofdstuk schrijven voor mijn zelfhulpboek over stoppen met roken: Bekentenissen van Herman. En als er dan nog wat tijd over is, zou ik mijn vrouw nog eens graag achterwaarts –’


‘– Stap in Herman. Ik breng je thuis.’

Uitgeslapen groeten,

Koen



Vind je deze blog leuk? Geef hem onderaan een hartje!


Deze blog delen op Facebook of Twitter? Klik op de knop linksonder en klaar. Een comment op de sociale media toevoegen is ook altijd leuk.

2021, 17 november, Kessel-Lo (België). Foto: Roos Vandenborre.


Meer over Herman Brusselmans.

Meer over Jackson Pollock.

27 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

Beeldspraak