• Joost Elli

We're Sons of Our Fathers

Nadat ze mekaar twintig jaar uit het oog verloren, beloven twee neven elkaar elke twee weken op vrijdag een brief te schrijven. Je vindt ze verzameld in de rubriek Brievenpost.



Kessel-Lo, 26 maart 2021


Beste Koen


Enig narcisme is mij niet vreemd. Mijn trouwste lezer ben ik namelijk zelf. Dat was nooit anders.

Mijn leven lang al, dat weet je, knutsel ik in de periferie. Schaars welt daarvan wat op, het meeste ontgaat. Laat ik het een schat aan onuitgegeven materiaal noemen, dat klinkt belangrijk. Ik droom van postuum verdiende eer. En zo aai ik mezelf over de bol. Iemand moet het doen.


Jouw manuscript raakt niet bij de uitgeverij. Je boek is klaar, daarover praten we al maanden. De vermaledijde bijhorende verzoekbrief lukt niet. Dat is springangst, Koen, niets anders. Door te springen kan je flink vallen, vertel mij wat.

Kom, we beuren elkaar wat op. ‘Goed talent komt altijd bovendrijven’ is een gemeenplaats. Waarom anders zwalken wìj op de bodem? En zegeviert Bazart (nomen est omen*)? Laat ons onszelf troosten dat het met lef heeft te maken, met de juiste mensen om zich heen. En discipline, dat ook, maar verwijt mij daarin niks. Ondertussen gaan we, jij iets langer dan ik, min of meer roemloos wèl al een halve eeuw mee.


Ik ben niet de vijftiger van twintig. Daarvan zijn er genoeg. Ik denk me vijftig te voelen zoals het hoort: onbijzonder. Ik begrijp niet, ik schreef het eerder, waar bij dat Abraham- of Sarah-zien die spreekwoordelijke rugzak over gaat**. Ik draag alleen een rugzak als ik een berg opwandel. Ik merk geen opwinding bij vijftig zijn. De enige mij ontgane voorgedane verandering zag ik op onze foto’s, van afgelopen winter. Ik ben niet langer de pocketuitgave van mijn vader. Ik bén mijn vader. En dat geldt ook voor jou. We werden onze eigen nonkels.


Het ongeleefde leven is de goedgevonden boektitel van de psychoanalyticus (watch out!) Adam Phillips . Het overkwam, denk ik, onze vaders. Mijn vader overleven, min of meer een doel, wordt een koud kunstje, dat weet jij, hij hield het bij net geen 52 jaar. Nog even uitzingen dus. Nu en dan beroert me dat.


Het bulkt van het talent rondom mij. Ik betrap mensen met gaven. Het ontbreekt hen aan brutaliteit hun werk in de wereld te zetten. “It takes balls of steel to ship”. Ze kiezen voor de geesteloze job, uit faalangst en zekerheid tegelijk, om vervolgens, leeggezogen, thuis te komen, en verder niks meer te ondernemen.


In zijn laatste levensjaren, medio jaren tachtig, ging mijn vader koken, in wat zowat de eerste kookclub van de streek moet zijn geweest. Hij was daarmee zijn tijd vooruit, afgezien van wat sterrenchefs was dat een vrouwenzaak. Hij had twee flinke zenuwinzinkingen (zo heette depressie toen) nodig om die stap te nemen. Een ferme crisis, ik beveel het iedereen aan.

Hij pakte er niet graag mee uit, bang voor de beschimping. Onder meer jouw vader, nonkel Pol, deed het: “Hang je nog steeds de janet uit?” Hij ging door. Elke donderdagavond trok dat kleine kale mannetje met zijn schort naar de keuken van feestzaal De Kring. Tegendraads. Wat een dapperheid. En wat een kookkunst.


Tot dan zag ik hem met zijn talenten niks doen. In zijn wittebroodsjaren kluste hij bij met architectenplannen tekenen. Als bouwkundig tekenaar, opgeleid aan Sint-Lukas, had hij die vaardigheid. De zorg voor drie zonen beëindigde dat. Hij bleef tekenen, maar slechts technisch en om den brode, bij de Kredietbank, hij hielp er talloze filialen ontwerpen. In die zin leefde hij alsnog een tamelijk creatief leven. Maar de kunst in zich zag ik hem nooit bedrijven.


Kort voor zijn dood dus ging hij pas hobbyen. Zomer ’88 stierf hij, heel plots, een beetje vrank zelfs, al zijn bewaarde tekenwerk dateert van dat voorjaar. Hij begon ook aan de tekenacademie, in de inspirerende Abdij van Vlierbeek. Ik ging even met hem mee, iets vader-zoon-achtigs, maar dat werd niks. Ik teken wel wat, een fruitstilleven lukt net, maar komt er symmetrie bij kijken is het me te moeilijk. Mijn vader daarentegen schopte het in geen tijd tot de primus. Wat een koninklijk werk zat in die man. Alleen, in zijn volwassen leven deed hij er nooit wat mee. Wat volgde waren prachtige portretten van Griekse goden en landschapstaferelen in potlood, een stijl die me altijd al aantrok. Daarna ging het naar aquarel, ik ging het spul met hem samen kopen, bij Velpia … Ik zag, op de valreep, hoe deze mens, mijn vader, in staat was zich aan iets te laven.


Ik hoorde van jouw moeder, tante Hilda, dat nonkel Pol ooit een boek schreef. Lijvig en goed. Maar nooit uitgaf. Jou, Koen, kende ik als een erg getalenteerd grafisch ontwerper en begiftigd tekenaar. Later kwam daar dat schrijven bij. Je maakte twintig jaar geleden al Grafschrift, erg goed, maar dat boek bleef in de schuif. We're Sons of Our fathers.


Wij moeten vooral nièt in de voetsporen van onze vaders lopen. Als we het geluk hebben nog wat te mogen blijven leven, is het onze plicht te blijven maken, en - zeker wat jou betreft - te gaan publiceren. We jagen verder niks na.


Genegen,

Je kozijn


Joost

1973, 8 augustus, Nieuwpoort-Bad (bij Sandeshoved) (België). Foto: Guido Elli.


* De naam is een voorteken.

** Zie: Meer over mezelf.


Mij vind je niet waar het bon ton is met Phil Collins te lachen. Sommige van zijn werken horen tot mijn topfavorieten. We're Sons Of Our Fathers is er daar een van, een ander is All Of My Life.


Deze post delen op Facebook of Twitter? Dat is heel eenvoudig: klik op de knop linksonder en klaar. Een comment toevoegen kan maar hoeft niet.

104 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

Ob-La-Di

Lenteren