Pico en het onbegrepen gedrag
- Joost Elli

- 18 minuten geleden
- 4 minuten om te lezen
Over de doden dan toch niet alleen niets dan goeds. Onlangs stierf Walter Michiels alias Pico in FC De Kampioenen. De loftrompetten werden volop gestoken. En het ging er gelukkig ook over hoe Walter aan lager wal was geraakt.
Zij het dan wel ietwat omfloerst. “Hij kon niet geholpen worden” was zo’n beetje het enige dat in de buurt kwam van de verzwegen waarheid: Walter was jarenlang een lastpak voor zijn omgeving. Ik ben daar maar een paar keer getuige van geweest. Hoe hij bij In Den Engel van het terras werd gestuurd, omdat hij daar altijd maar kwam zitten, zonder iets te verteren, druk in de weer met zichzelf. Of hoe hij roepend en tierend met zijn fiets over de Bondgenotenlaan slingerde.
Walter had een beter leven kunnen hebben. Had iemand het hem op zijn minst deels uit handen genomen. Hij is er een voorbeeld van hoe het te lang fout kan gaan wanneer mensen geacht worden zelfredzaam te zijn terwijl dat niet lukt. Ongetwijfeld werd er moeite gedaan om hem op andere gedachten te brengen. Maar Walter was nu eenmaal een zorgmijder.
Het is natuurlijk een basisrecht. Het recht op autonomie. Maar in een tijd dat internationale verdragen met de voeten worden getreden, loont het de moeite zich de vraag te stellen tot waar dat recht reikt. Het is intussen een boutade geworden, maar niettemin zit er een kern van waarheid in de stelling dat jouw vrijheid eindigt waar die van een ander begint. Zware woorden.
In Nederland trekken de politiediensten aan de alarmbel. Tot aan de Dienst Speciale Interventies toe hebben ze er de handen vol aan het moeten ingrijpen op wat ze er ‘onbegrepen gedrag’ noemen. Nederlanders laten de dingen graag gezellig klinken. Denk aan mensen die de inboedel van hun appartementje kort en klein slaan, of hun hebben en houden de straat op gooien, interveniëren bij mensen die helemaal over de rooie gaan, vanuit het niets.
Een politieman vatte het mooi samen: “Er is een groep mensen die te goed is voor een instelling, maar te slecht voor de maatschappij. Je ziet het vaak: de patiënt weet er niet mee om te gaan en de buurt weet er geen blijf mee.” Intussen blijft het reguliere werk liggen. Als het de maatschappij meer kost dan het opbrengt zijn er finaal geen winnaars. Er is natuurlijk zoiets als zorg dragen voor elkaar en een omgeving waarin plaats moet zijn voor iedereen. Maar is het verkeerd om daar kritisch over te zijn?
Er is die vreselijke trend van de vermaatschappelijking van de zorg. En er wordt heel veel ingezet op het bereid zijn tot het aanvaarden van hulp. Paal en perk stellen aan bepaald gedrag ligt gevoelig. Daar heb je natuurlijk weer dat zelfbeschikkingsrecht. En natuurlijk: wie of wat gaat en mag dat doen? Wie mag ingrijpen in de autonomie van een mens? Dat is een gevoelige kwestie. Hoe dan ook merk je in heel dat verhaal tegenstrijdigheden: mensen die ontoerekeningsvatbaar worden verklaard krijgen in de praktijk tot op grote hoogte inspraak over hoe ze hun leven verder willen zien verlopen. Aan de medemens wordt niets gevraagd. Dat dat tot desastreuze gevolgen kan leiden viel vorige week nog te lezen. In Nederland kon een moeder jarenlang ongestraft haar gang gaan met het mishandelen van haar dochter. De hulpverlening zat er bovenop, maar mevrouw kreeg telkens het laatste woord. Er werd haar vrijwilligheid gegund.
Waar wil ik eigenlijk naartoe? Mensen zitten niet te wachten op onbegrepen gedrag. Zolang het alleen maar bizar is, is er weinig aan de hand. Het is een dilemma. In de stationsbuurt hangt van alles rond, dat hoort erbij. Maar als mensen vervelend gaan doen, of erger nog gevaarlijk worden, dan gaat het mis. Het voelt wrang om te kijken naar kwetsbaren (dat blijft me toch zo’n eufemisme) die zich bij elkaar trachten te houden. Hoe ze dolen, op zoek naar een beetje respect. Waar ze simpelweg niet op hoeven te rekenen. Want dat is een illusie. Het is geen kwestie van goed of slecht. Mensen zijn niet zomaar apathisch. Ze hebben het gewoon druk. En kwetsbaren lijken er daardoor maar zelden bij te kunnen horen.
Ik was ooit op bezoek in een Korsakovkliniek in Nederland. Uitbehandelde patiënten leefden daar aan de rand van de instelling in containerwoningen. Ze hadden hun eigen voortuintje en het dagcentrum lag op tien minuten lopen. Een eigen plek, waar ze welkom zijn en die ze inrichtten naar hun zin. Voor het overige vulden ze hun dagen met koffie drinken en roken. En nu en dan een praatje maken met elkaar. Het klinkt haast als een pleidooi voor een reservaat. Als je in een sterk bos staat kan je de storm beter aan dan wanneer je alleen staat. De meest stabiele patiënten die ik ken zijn zij die zich in hun lot hebben geschikt. “Ik ben een psychiatrische patiënt, dus ik besta.”
Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!
Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.
Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).

2026, 18 februari, Leuven (Zeelstraat) (België). Foto: Bart Cloots.
Bekijk de reportage over onbegrepen gedrag van het duidingsprogramma Eén Vandaag op NPO hier (gratis, eerste item).




Opmerkingen