Ik bleef staan
- Joost Elli

- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Op een avond fietste ik door donkere straten van Kessel-Lo. Vanuit het niets hield een man mij tegen en spuwde mij in het gezicht. Ik bleef staan en keek hem aan. “Gij hebt gehoord dat er gezegd is: oog om oog en tand om tand,” prevelde ik. “Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het kwaad; wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.” Het is een fragment uit de Bergrede: de meest bekende én ongemakkelijkste life-coachingsessie ooit.
Vredelievend zijn is mijn tweede natuur. Dat is wat anders dan de gemaakte glimlach. Ik handel meestal vanuit een ‘respectvolle, accepterende en empathische grondhouding’. Ik zeg het nooit luidop, want behalve pastorale medewerksters jaagt dat iedere vrouw ver weg. De enkelen die het ooit met mij probeerden riepen boos na dat het tjeefs was voor ‘conflictvermijding’. Ik kan ze het niet kwalijk nemen: een katholieke opvoeding en een opleiding verpleegkunde zijn de perfecte cocktail voor ontmannelijking (de volgende trap is ontmenselijking). Leven met een sok wens ik mijn ergste vijand niet toe. Nu maak ik met de revival van het geloof wel kans op populariteitswinst. Jezus van Nazareth is de grootste influencer aller tijden. De Bijbel is in feite zijn postume YouTube-kanaal avant la lettre. Het boek is het succesvolste contentplatform uit de geschiedenis. Wat de Kerk daar achteraf allemaal van maakte, is een ander verhaal.
Mijn katholieke opvoeding laat zich in mijn leven voelen. Ze maakte alleszins deels van mij de mens die ik vandaag ben. Dat is misschien niet al te fameus, maar ik heb in elk geval geen puinhopen nagelaten. Alle brokken die ik maakte, zijn gelijmd. Ik kijk recht in de spiegel en ik slaap goed. Met alle dwaasheden en onvolkomenheden die daarbij horen. Een ‘goed’ leven leiden is niet eens zo moeilijk. Ik ontwikkelde de gewoonte om niks langer te laten etteren. De meeste meningsverschillen stellen trouwens na een nachtje slapen niks meer voor. Als het ego maar niet te groot is. En daar wil de motor al eens sputteren. Er is eigenlijk slechts één heidens karwei: de vergevingsgezindheid, de vergiffenis na ernstige schade, waarvan de belediging en de krenking op macroniveau wellicht een van de lastigst te verteren vormen zijn. Dan ontstaat, al dan niet uitgesproken, de onopgeloste vete. Ik heb er jaren, geheel tegen mijn wil in, met zo eentje gelopen. Ik getuig dus uit welingelichte bron: een sluimerende, zelfs slapende ruzie kost tonnen energie. Alleen zullen de betrokkenen het nooit toegeven. Het gaat hen om de eer, waar behalve zijzelf verder trouwens niemand ene moer om geeft. Van een ander, enigszins milder maar daarom niet minder venijnig kaliber is de vernedering op microniveau. Zoals de spuwer.
Het wordt lastig hiervoor een vergoelijkingstheorie te bedenken. Dan rest het rationaliseren. Dat mildert het oordeel. Verder is het nooit een slecht idee astrantigheden te negeren. Maar bij een rochel in het gezicht leek mij enige milde vorm van verzet toch wel gepast. Zelfs van een sok.
En het was toen dat me de Bergrede te binnen viel. Nu was ik niet meteen van plan hem te verzoeken nogmaals mij in het gezicht te spuwen. In de plaats daarvan polste ik uiterst rustig naar zijn motief. “Wat doet u nu?” Hij antwoordde dat mijn fietslicht hem verblindde. “En daarom spuwt u in mijn gezicht?” Hij beval mij mijn licht te laten bijstellen en herhaalde furieus dat hij werd verblind. “En daarom spuwt u in mijn gezicht?” verifieerde ik. “Wel, toch bedankt om mij daarop te wijzen.” Waarop ik rustig doorfietste. “Klootzak!” riep hij nog na.
Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!
Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.
Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).

2025, 25 mei, Leuven (Abdij van Keizersberg, Onze-Lieve-Vrouwebeeld door Benoît Van Uytvanck, 1906) (België). Foto: Truus Elli.




Da’s een Elli-gen-expressie om jaloers op te zijn 👍
Klinkt als de Troliebergrede.