Dat superieure ras toch
- Joost Elli

- 4 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Maandagochtend klokslag elf uur zit ik in Frituur Belgium. De man zet speciaal voor mij zijn ketels een beetje vroeger aan. Het overkwam hem één keer: dat het vet nog niet warm was en ik ongenadig mijn toevlucht nam tot het tegenovergelegen Frietland. Dat is hij nooit vergeten. Hij tikt mijn bestelling uit het blote hoofd, luidop in een soort Nederlands: grote friet, stoofvleessaus en tartaar (erop!) en een gebakken cervela. Traditioneel zit ik aan het raam en kijk de McDonald’s binnen, waar de laatste ontbijters hun McMuffins binnenwerken. De eerste scholieren vallen binnen. Op datzelfde moment dagen de oranje mannetjes van Takeaway.com op. In Frituur Belgium nemen ze vooral halve liters Jupiler mee, aangevuld met een curryworst of een Bicky, voor de vorm.
Op het plein zie ik hun collega’s strategisch samentroepen tussen de O’Tacos en de McDonald’s. Een economie van schijnveiligheid ten dienste van ‘de hardwerkende Vlaming’. Ze worden uitgescholden als ze op hun fatbikes razen, om toch maar een cent meer te hebben. Op weg naar een nukkige klant die geen fooi geeft.
Ik stop in de krantenwinkel. Steeds vaker zijn het mensen van kleur die de winkels runnen. De op een na laatste zelfstandige krantenzaak is nu ook ‘in vreemde handen’. Voor mij koopt een rosse twintiger voor tien euro krasloten; een blonde god vloekt tegen de gokkast, een straatwerker haalt drie blikken Stella uit de koelkast. In de dagbladhandel is de verkoop van tabak, alcohol en kansspelen ‘gereguleerd’. Verderop in de straat, het is nu halfeen, is het hommeles bij de Ladbrokes. De Turkse gerant weigert een man in pak de toegang. Ook de vuilnisbak-economie kent haar grenzen. Een gedoogbeleid dekt de ellende netjes toe. Thuis leg ik me op de zetel om wat van mijn copieuze maal uit te buiken.
Om zeven uur besluit ik terug de stad in te gaan voor een kapbeurt. Een mens moet iets doen met zijn avond. Keuze zat aan barbershops. Er heerst een ongezellige schemer. Van de feeëriek van mooie etalages schiet weinig over. Lelijkheid verdringt het fraaie; achter het glas alleen wat niet deugt. Opgetuigd met een overvloed aan tl en schreeuwlelijke lichtreclames. De kapper wil gerust nog wat aan mij verdienen: voor 18 euro klaart hij de klus. Wel graag cash.
Na afloop nog even de nachtwinkel binnen. Een stel meisjes koopt enkele flesjes Flügel. Achter mij heeft een mollige jongedame haar handen vol aan popcorn, twee Bifi-rollen en twee blikken Chupa Chups: een dodelijke cocktail. Een stijlvolle man koopt een fles Johnnie Walker en neemt er een speelgoedtractor bij.
L’étranger c’est mon ami. Want hij staat àltijd paraat. Zeg van ‘personen met een migratieachtergrond’ niet dat ze lui zijn. Denk ze weg en de helft van het nachtleven gaat op de fles. En bij uitbreiding de hele middenstand. Ze stichtten met hun ‘dagwinkels’ (daar komt geen enkel reclamegenie op) hun eigen 24-uurseconomie. Enkele straten verder kocht een clevere ondernemer twee aangelegen panden, sloeg er de scheidingsmuur uit en maakte er twee-in-één van. Tot acht uur is de ene deur open, daarna de andere. Geniaal. Aan klandizie geen gebrek. Het ‘superieure Kaukasische ras’ laat er zich niet van zijn mooiste kant zien.
Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!
Delen op Facebook of X kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.
Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).

2025, 14 november, Leuven (Diestsestraat) (België). Foto: Ben De Coster (IG: @de_rammenas/FB: @derammenas)




Opmerkingen