• Joost Elli

Goeie bollen

Kessel-Lo, 22 april 2022


Beste Koen


Hoe gek het idee dat over vijftig jaar misschien iemand nog over je mijmert. Niet om de rotzak of de afwezige vader die je was, maar gewoon, vanwege je gezelligheid en in het bijzonder door precies dàt snoepje of koekje, dat schijnbaar alleen jij kocht. Want bij de buren lag wat anders in de kast. Stel zich de vraag: waarom lag precies dàt in die kast?


Mijn ouders hielden aan merken. En het viel me op dat er een aantal vooral nièt in kwamen, als stonden ze op een zwarte lijst: KING een RANG (te Hollands?), Rolo (te Amerikaans?), Jaques (te Waals?), Kwatta (te Diets?). Het Vlaams-nationalistische kantje van mijn vader schemerde bij ons zelfs op tafel door: we aten Volvet-smeerkaas en niet La vache qui rit, pickles van Camp’s en niet van l’Etoile, mosterd van De Ster en niet van Bister. Kijk, hoe ver het kan gaan met wat je leert te eten.

Ons aller overgrootouders, zeg maar aan het begin van de vorige eeuw geboren, kenden die merktradities niet: op een moment kozen ze wat uit de eerste generatie junk en hielden daar de rest van hun leven kennelijk aan vast. En dan wordt het leuk, want je leest in die keuze familiegeschiedenis, roots. Als neven, Koen, delen we wel een paar van die legendarische waar. Bij ons meter vast in het assortiment: Napoleons, TUC-skes, Perrette en Cent Wafers. Ogenschijnlijk lukraak gekozen of uit goede smaak, maar het zijn vier producten die rechtstreeks linken aan de Antwerpse Kempen. Zowaar haar heimat. Zuivere streekproducten.


Ik betreur de mondialisering, Koen, je weet het, ik ben een nostalgicus. Ik had het er al over, in mijn stukje The Life Artois. Veel oorspronkelijkheid is weg. Van hoe de Antwerpse bakker in 1912 in de Hoogstraat de Napoleon bedacht rest niks: een kleine twintig jaar geleden namen de Zeeuwen de bol over en verzonnen, zoals je van Hollanders verwacht, eindeloos veel smakeloze varianten op het onomstotelijke kroonrecept van de Lempur (zo heet de originele zure eigenlijk), smaken die in niks meer met ons meter hebben te maken. Zo verneukten ze de Indonesische keuken en zo doen ze het met onze confiserie. Mijn vader zei het al: bij de Hollanders moet je niet zijn voor goede smaak. Het zijn niet voor niets overgezwommen Engelsen. Het mens draait zich om in haar graf. (Toegegeven, hun Drop-variant - die kon niet mankeren - werkt wel).


Kijk wat er met Perrette gebeurde: “Meter, mag ik een Perretteke?” was tot 1986 een door ons veelgestelde vraag. Dan gooide Kraft Foods, nadat ze het patent kocht van Meurisse - van oorsprong Adolphe Meurisse-Melzer, op en top Antwerps, vanop de Eiermarkt - Perrette, Vlaanderens en bij uitbreiding ’s werelds oudste chocolade-‘reep’, uit de winkels en koos ervoor het Zwitserse Milka als dé reep in het chocoladeland België te vermarkten. Weet je wat een Milka-koe écht is, Koen? Dat is een koe die vanuit een stal door een luik naar een Alpenberg kijkt. Gelukkig maakte Perrette, de deerne uit Jean de La Fontaine-fabel Het melkmeisje en de melkkan, naar wie de reep werd genoemd, het allemaal niet mee. Van alles wat Meurisse bedacht schiet alleen nog ZERO over. Pfff, hoe slordig kan men zijn met cultureel erfgoed?


Zo blijft TUC (Trades Union Corporation, gewoon omdat het goed klinkt), uitgevonden door de Antwerpse Eduard Parein, nog zowat het enige resterende echt Belgische product (hoewel natuurlijk wel in handen van een multinational) in het aanbod.

Minder goed vergaat het de Cent Wafers: tot vorig jaar nog geproduceerd in Herentals, dreigen ze, na overbrenging van de productie naar Oekraïne, nu uit stock te raken. Om maar te zeggen: met je geschiedenis sol je niet. Vroeg of laat krijg je je verloochening als een boemerang terug in het gezicht. Dat ik niet flauw doe, Koen, bewijst het feit dat er een aantal lovenswaardige initiatieven worden genomen teneinde die oorspronkelijke producten nieuw leven in te blazen: Perette, Callebaut en Meurisse gaan allemaal weer onder die naam produceren.


De keuze van nonkel Vic, broer van meter, doet het wat dat betreft beter: zijn eeuwige Wycam’s Borstbollen zijn niet uit de markt te krijgen. Ik ken niemand die ze eet en toch vond ‘Wyckmans Camille’ - niet toevallig weer een Schotenaar, ik associeerde tot voor kort Wycam’s altijd met een gedistingeerd Engelsman - ze al meer dan zestig jaar geleden uit. Ze hebben niet het minste beloofde ‘weldadig effect op keel en luchtwegen’, maar dat doet niet eens te ter zake. Niemand is er wild van en toch blijven ze bestaan. Ik zal ze altijd blijven associëren met nonkel Vic, die zijn blik tijdens de mis rond liet gaan, bij wijze van Motilium bij de hostie, denk ik, die je in principe nuchter at. Hij had ze altijd op zak, klaar om te dealen. Je hebt voor geen geld, en als je maar genoeg van die suikerbommen gaffelt is de opwinding onovertroffen. Het zijn goeie bollen.


Zoals steeds genegen,


Je kozijn

Joost


Vind je deze blog leuk? Geef hem onderaan een hartje! Delen op Facebook of Twitter kan ook: klik op de knop linksonder en klaar.

2022, 11 april, Leuven (Sint-Pieterskerk, preekstoel, 1742 Jacob Bergé) (België). Foto: Bart Cloots. Model: Floris Cloots.


Wycam's: wycams.be Perrette: perrette.be

Meurisse: meurisse.com


28 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven