• Joost Elli

De kleren maken de man niet

Het is zover, ik ben anders gaan leven! Niet alleen koop ik bewust — aardappelen recht van het veld, tomaten van de plukboerderij, de korte keten —, ik éét ook gezonder: Paleo, dus Boliviaanse zaden, Canadese noten en Nieuw-Zeelands grasgevoerd runds. Van dat laatste zeggen kniesoren dat ik mijn ecologische voetafdruk verdubbel, maar hey — ik doe tenminste wat.

Natuurlijk draag ik alleen nog ethisch verantwoorde kledij, niet langer Made in Bangladesh, maar Hergestellt in Deutschland. #WhoMadeMyClothes.


Die laatste ommekeer maak je niet zomaar. Plots horen daar chique boetieks bij, die ik jarenlang voorbijliep. Het is best spannend, me onder de burgerij mengen. Het vraagt voorstudie.


Die bovenklasse is gelukkig snel doorgrond. Ze gedraagt zich stereotiep en schuwt de clichés niet. Zo winkelt ze op zaterdag langs platgetreden paden: voor wagyu filet pur naar de edelslager, voor de Pitchfork Cheddar naar de kaasmeester en de rode poon komt van bij de possionnier. Voorspelbaarheid stelt gerust.


Waar shopt de burgerij dat strakke pak en het tailleur? Vast bij BOSS. En daar, zit in mijn hoofd, moet ik dus zijn voor een ethisch vervaardigd pulletje. Want prijzig is vast eerlijk.


Kopen bij BOSS leek mij ernstig. Vraag 1: welke indruk maak ik bij mijn intrede? Van de architect, de logicus, de debater? De verdediger, de virtuoos, de entertainer? Doe ik een typetje? De gepijnigde kunstenaar-in-kostuum (Nick Cave), de zakenman? De advocaat misschien? Zonder veel moeite lijk ik op Hans Rieder. Het werd ‘gedurfd informeel’.


Twee weken geleden: de vuurdoop. Goddank geen volk. Winkelen op afspraak is top.

Mijn vriend Bart hielp mij de drempel over. Ik zou niet doodgaan. In nood kent men zijn vrienden.

Een bekende styliste onthaalde hartelijk. Ze keek naar Bart. Bart komt altijd net van bij de barbier en is het soort mooie man dat zelfs met Zeeman straalt. “Het is voor hem,” zei Bart.


“Ik zoek een strak pulletje,” klonk het fors, alsof ik het honderd keer voor de spiegel oefende. Dat was ook zo. “Zoals de etalagepop er een draagt,” hielp Bart, goedbedoeld maar tegelijk afbreuk doende aan mijn geveinsde doortastendheid. “Ik weet wat jij zoekt!,” zei de styliste. Ze tutoyeerde.


“Je doet me aan iemand denken,” voegde ze toe. “Hoezo?,” vroeg ik. Toch niet aan Sven Ornelis? Vast aan Kamal Kharmach, een guitige dikkerd dus? Of toch Hans Rieder?

“Aan David Dessers*,” zie ze. “Oei.” “Dat is een mooie man!” Dat overkwam mij weer. David Dessers, van Groen, the creative genius of the Leuvense circulatieplannen die niemand snapt, de parkeerplaatsen-hater. Ze kent hem natuurlijk goed, ze zetelen samen in de gemeenteraad. Maar ze wist duidelijk niet dat ze hier te maken had met Joost Elli, de fameuze blogger, die Dessers al een paar keer flink de mantel uitveegde. Maar goed, ik onthoud dat een bekende styliste mij een mooie man vindt. In ieder geval met mondkapje.


Dat strakke pulletje vond ze maar niks. “Het lijkt een pyjama. Maar wacht: ik heb wat voor jou!” Ze wilde niet ontgoochelen. Of gewoon verkopen, dat kan ook. “Je ziet dat ik mijn best voor je doe! Probeer dit!” Een polo … De polokraag kan voor mijn dochters nooit. Ik begrijp hun afkeer ervoor niet, iets in hun opvoeding wellicht, dat ik heb gemist. Maar kijk, dat truitje paste best, en de twijfelende klant werd overtuigd. Laat mensen in hun waarde en ze eten uit je hand. Dat wist ook de styliste. Verwaande verkoopsters, doe met deze wijsheid uw voordeel.

“Willen jullie champagne?” Dit werd wel heel gezellig. Vieren ze hier elk verkochte trui met drank? Hier zat vast meer achter. Champagne als verkrachtingsdrug.


“Ik heb nog een idee.” Daar kwam de kat op de koord. Ze verdween opgewonden en kwam terug met een gestreepte sweater. “Een marinière!,” zei ik meesmuilend. “Nee, dit is gewoon een trui met wit-blauwe strepen,” zei ze. “Mooi he?” “Is dat nu niet wat … gay?," vroeg ik, misschien iets te luid. “Zijn we dàt punt niet voorbij?,” wierp ze tegen, enigszins verrast, ze ging er vast vanuit dat Bart en ik een paar waren: Bart de chaser en ik de chubbybear, zoiets. “Het ligt gevoelig,” grapte Bart. Toch maar niet, hier was ik nog niet klaar voor. “Lees De roos en het zwaard van Asterix maar eens, dan zie je wat de Bretonse streep met zelfs een heel volk kan doen!” Over Asterix ging het bij BOSS vast nooit eerder.


Nog steeds benieuwd naar het profiel van de BOSS-klant kreeg ik er op de valreep een te zien. “Mijnheer d’Olieslagers! Wordt u al geholpen?,” vroeg de styliste. ‘Mijnheer’, inderdaad. En weg was ze. Voor deze klant werd gezorgd.


D’Olieslagers, daar hoort vast een dure golfnaam bij: dat kon nooit Piet of Jan zijn maar Dieudonné of Beauregard. Neen, dat krijgt hij vast zelf niet uitgesproken. Ik doopte hem Tanguy.


Deze dertiger, type model-met-beardstache, in casual maatpak, daaronder de Alexander McQueen-sneakers van Conner Rousseau, kwam niet onvoorbereid. Afgaande op zijn hagelwitte schoenen kon het niet anders dan dat hij binnenhuis in zijn wagen stapte en zich stationeerde op zijn eigen koopparkeerplaats, tien meter verderop. Hij rijdt vast met een wagen waarvan ik alleen al de banden niet wil betalen. In zijn hand de iPhone 12 Pro Max waarmee hij druk was. Er was iets dat niet kon wachten, een tennisuitslag of zo. Om zijn hals droeg hij de Apple AirPods Max, zomaar. Deze man had alles. Behalve een lach.


Bij de uitgang knoeide ik met de alcoholgel. Ik liep weer naar de kassa. “Ik heb een kwakje gemorst,” riep ik. D’olieslagers keek op, ietwat geïrriteerd. “Wie morst moet opkuisen,” klonk het schalks bij de verkoopsters. Misschien deed het hen wel deugd eens te mogen grappen. “Kijk uit waar u dadelijk loopt, mijnheer d’Olieslagers,” riep ik nog na.


“Ik heb een foto nodig, voor de blog,” vroeg ik drie musicalvriendinnetjes later die dag. “Het opzet: jullie vinden mij onweerstaanbaar.” Ik moest het geen twee keer vragen. De kleren maken niet altijd de man. Ik had vast een fijnere zaterdag dan Tanguy d'Olieslagers. Goede actrices, daar bij Mithe.


2021, 26 juni, Leuven (België). Foto: Kristel Lamerichs (vocalcoachingleuven/FB: @vocalcoachingleuven/IG: @vocalcoachingleuven). Modellen (v.l.n.r.): Anna Vereertbrugghen, Helen Henrioulle, Eva Vanderwaeren.


Meer over Musicalcompagnie Mithe op musicalcompagniemithe.com/FB: @musicalcompagniemithe/IG: @musicalcompagniemithe.


Vind je deze post leuk? Geef hem een hartje!


Deze post delen op Facebook of Twitter? Dat is heel eenvoudig: klik op de knop linksonder en klaar. Een comment toevoegen is altijd leuk.



88 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven