top of page
  • Foto van schrijverJoost Elli

Neuzeneuzen met dementen

Mijn nonkel verliet zopas het ziekenhuis ‘tegen advies’. Hij kreeg een ernstig auto-ongeluk en de revalidatie is zwaar. Toch geeft hij er, moegetergd door het gepamper, de brui aan. Want ja hoor, ook hier in het UZ Pellenberg, een van de beroemdste revalidatieklinieken van Europa, spelen ze het klaar elke tachtigplusser (en nog veel jonger ook) als seniel te benaderen. Zijn therapieprogramma liet het ergste vermoeden: groepsergo en groepskiné.


Dat is dan je lot: tegen wil en dank in allerlei vreselijke situaties terecht komen. Want wie niet deelneemt is algauw pretentieus. Dus doe je voor de goede vrede mee. Mijn moeder is na twintig jaar nog altijd getraumatiseerd hoe ze mijn grootvader in het bejaardentehuis met Driekoningen met een kroon op zijn hoofd aantrof: de lucky bastard had het stuk driekoningentaart met de boon erin.


Toen ik ooit een tijdje op het CIC (crisisinterventiecentrum) verbleef werd ene brave heer Ernest bij wijze van vervolgbehandeling ingedeeld in de groep crisiszorg ouderen. De kranige man had de pech net vijfenzestig te zijn geworden. Van toen af moest hij van zijn depressie zien te herstellen tussen een hoop hoogbejaarden. “Geef mijn part maar aan de hond,” zei Ernest toen hij het tafereel aanschouwde, van half ingezwachtelde oudjes, in hun rolstoel als een kudde bij elkaar gezet, met Radio 2 op de voorgrond. Ernest had de mogelijkheid zich te kunnen verweren, zich uit te spreken tegen die onzin. Zoals ook mijn nonkel. “Ik moest van die kinesisten pirouettes draaien,” zei hij. “Jongens, toch, vroeg ik die gasten, maken jullie thuis soms pirouettes? … En daarna ging het in groep van handjes draaien, koekkebakken vlaaien.”

In Tienen, op de verslavingsunit, zijn er twee zogeheten groepen: eentje voor de elite en eentje (ze zeggen het met niet zoveel woorden) voor het plebs. Zo hoeft het nu ook weer niet, maar goed: het is een begin van een soort van keuze. Als de patiënt maar mondig genoeg is of de groepsdruk voldoende groot, kan er wat veranderen. Want van de professional zelf komt het zelden. Het is me een raadsel hoe professionelen er nog steeds toe komen mensen als kinderen te willen behandelen. Ook jonge mensen, stagiaires en schoolverlaters hebben, niet altijd, wel vaak onverminderd die neiging. Terwijl je zou denken dat hen precies tijdens die opleiding erin wordt geramd dat dit hoegenaamd nièt de manier is. Sociale vaardigheden bij hulpverleners blijft een aandachtspunt. Want gaat het niet om infantiliseren dan is het dikwijls gewoon allemaal erg onbeholpen taalgebruik, een sociale handicap. Een goede vriend zocht in nasleep van zijn hartoperatie contact met een kinesist in de buurt. Hij stond doodsangsten uit, was blij dat alles goed verliep en dat hij nu eindelijk, zij het nog steeds met knikkende knieën, de finale fase van zijn revalidatie in kon gaan. “Ach meneer,” zei de jongeman, van het iets te vlotte sportieve type, “van alle hartaandoeningen die er zijn is dit de minst erge. Die ingreep stelt echt niks voor. Dit wordt een fluitje van een cent.” “Ik denk het niet,” zei mijn maat. “Dit gaat tussen ons niet werken. Ajuus.” We kunnen er allemaal eens de schouders bij ophalen, maar wanneer mensen hun broodnodige behandeling stoppen alleen omwille van het feit dat ze volstrekt ongepast benaderd worden is er toch wat mis.


Hetzelfde lot is weer- en woordeloze dementen beschoren. Alleen is dat des te schrijnender. Bij het Nederlandse Woonz vatten ze het mooi samen: “Mensen met dementie zijn altijd volwassen mensen. Ongeacht de fase van hun dementie dienen zij als volwassenen behandeld te worden. Het kan vernederend en intimiderend zijn als er tegen hen een kinderlijke stem wordt opgezet of wanneer mensen te dichtbij komen. Worden er samen kinderliedjes gezongen? Doe dit dan ook op een volwassen manier; met een volwassen stem en zonder kinderlijke bewegingen.” Als ik dit soort waardevolle informatie vind na drie minuten googelen, waarom komen die hogeropgeleiden daar na drie jaar dan nog niet achter?”

Dan, vraag ik me af, waarin daar het fenomeen van zorgclowns past. Een vervelende trend om de Cliniclowns, die ongetwijfeld bij kinderen bijzonder goeds doen, door te laten dringen in de bejaardenzorg. Of ze dragen nog meer gekke namen: contactclowns, gentleclowns en ze vallen godbetert onder de Belevingsgerichte zorg. Clowns, alleen al het idee, en de namen waaronder ze opereren voorspellen weinig goeds: Lachrimpeltjes en NeuzeNeuze. Ik begrijp de keuze voor slapstick, waar dementerenden kunnen voor vallen, zeer zeker. Alleen vraag ik me af wat die potsierlijkheid van de clown daarbij komt doen. Het zal wel zo zijn dat sommige mensen er oprecht plezier aan beleven. Maar wat dan met de bejaarde persoon die het maar niks vindt? En dat niet krijgt gezegd? Zet de dikke en de dunne op. Daar is niks kleinerend aan. Minder is meer. Die clowns zijn gewaarschuwd: ze kunnen van mij een optater op hun rode neus verwachten. Hoe ver ook ik heen ben, dat zal nog wel lukken.


Vindt u deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!

Delen op Facebook of Twitter kan ook: klik op de knop linksonder en klaar. Wilt u graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: uw reactie is zichtbaar).

2023, 18 oktober, Kampenhout (België). Foto: Dieter Demerre. Modellen: Liesbeth Selleslach en Joke Willemoens.


Uitgelezen? TELKENS ALS JE NAAR ONS KOMT, mijn single, blijft voor u onverminderd beschikbaar op Spotify, op YouTube of te koop in de iTunes Store (99 cent).



Een aantal jaren geleden schreef de Nederlandse journaliste Heiba Targhi Bakkali op het online journalistiek platform De Correspondent een bijzonder inspirerend artikel: 'Deze arts ontdekte hoe het leven met zware dementie draaglijk kan worden', naar aanleiding van een gesprek met dementiedeskundige Anneke van der Plaats ('de koningin van de dementie').

Het is hier gratis te lezen.


58 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Commentaires


bottom of page