M E E R  L E Z E N

Artikel | 1 uur om te lezen

ALTIJD SCHERP: MANAGE JE ENERGIE, NIET JE TIJD: HET GEHEIM VAN HIGH PERFORMANCE

Jim Loehr en Tony Schwartz | 6 februari 2017

De waarheid onder ogen zien (bis): de feiten op tafel-vragenlijsten

Een vervolg op Altijd scherp: een eigenzinnige samenvatting

 

 

VRAAG 1: HOE SCHERP BEN JE OP JE WERK, OP EEN SCHAAL VAN 1 TOT 10?

Wat belemmert je? Hoe ‘fris’ zit je op je werk? Wat zou er kunnen/moeten veranderen zodat je nog frisser zit, je er beter gezind bent, je goedgezind naar huis kan gaan? 

 

Score: 7,5/10

Mijn zes Pomodoro’s op dagbasis zijn heilig. Ik merk aan alles dat wanneer ze niet zijn gedaan er onrust heerst. Wat ik hiermee bedoel is dat er een kleine drie uur per dag moet worden geproduceerd (zes Pomodoro’s aan vijfentwintig minuten per stuk). Het is als de sporter die slechtgemutst is omdat hij niet heeft gesport. Produceren is mijn voeden, in de praktijk is dat meestal schrijven.

In de regel heb ik op werkdagen die drie uur thuis al afgewerkt. Dat maakt me des te meer present op in mijn job. Aanspreekbaar zijn op mijn werk is een ‘must do’. Ik mag me dan nog zo bekneld voelen, wanneer ik merk dat ik moeilijk door patiënten of collega’s te benaderen val omwille van het feit dat ik niet echt aanwezig ben, voelt dat evenmin goed. Ik heb er dus alle belang bij ‘mezelf te hebben gevoed’ vooraleer ik naar het werk ga. In dat geval is al de rest een bonus.

De eerste uren op mijn werk wordt ‘de tafel gedekt’: het sociale praatje, de noodzakelijke mail die wegmoet, het dringende telefoongesprek. Ik heb volop aandacht voor mijn vochtinname (ik drink heel veel water, een volgens mij zwaar onderschatte factor op het gebied van energie) en ik probeer niet al te zwaar te eten. Nog zo’n klassieker: “Frustraties leiden tot compensaties”. Heb ik het gevoel dat ik teveel tijd aan het verkwisten ben dan durft zich dat al eens te vertalen in een snackattack. Vermijd smalltalk waar je geen fluit aan hebt. 

Tip: wanneer er eerst een aantal dringende of vervelende dingen moeten gebeuren vooraleer je écht aan de slag kan gaan (en dat is niet te verwarren met ‘bezig zijn’), ga dan op zoek naar een tijdsblok dat daarvoor kan dienen. Een uurtje vroeger naar kantoor gaan is dikwijls de oplossing.

Pomodoro voor.jpg

VRAAG 2: IN HOEVERRE STROOKT JE ALLEDAAGSE GEDRAG MET JE WAARDEN EN DOELEN? WAAR WIJKT HET AF?

 

Opstaan

Positief: zelfontplooiing voeden, systeem, doel.

Ik sta meestal op om vijf  uur.  Opstaan is een slechts moment. Tussen het afgaan van de wekker en fysiek uit bed komen zitten hooguit tien seconden. Mel Robbins dingt wat mij betreft in haar boek De 5 secondenregel mee neer de Nobelprijs voor de innerlijke Vrede, ze staat niet voor niks in mijn persoonlijke hall of fame, zie ook aldaar (binnenkort). Wil je je dag bij naar de kloten helpen, blijf dan liggen bij de snoozeknop. In het andere geval, sta op. Het kost geen geld en is efficiënt. 

Doe jezelf een plezier en spring uit bed. Duizel, wees knorrig, zie tegen de dag op, heb pijn aan je ogen, gaap … laat het allemaal gebeuren maar doe het uit je bed. 

 

Ik mik op minimaal zes uur slaap per etmaal. Ik tel de uren die ik tijdens mijn hoofdslaap heb gehad en vul ze aan met powernaps in blokken van zesentwintig minuten (de ideale powernap). Ik overschrijd daarbij nooit de acht uur per etmaal.

5 seconderegel voor.jpg

De ontwaakfase

De ontwaakfase is de enige fase waarin ik de Pomodorotechniek niet toepas. Ik probeer ze te beperken tot drie kwartier maar in de meeste gevallen wordt het een uur. 

Het is verleidelijk om de ontwaakfase lang te laten duren. Maar onder het voorwendsel dat ‘even wakker worden’ een bijna fundamenteel mensenrecht is kan duurzame tijd worden verkwanseld en het kan bovendien prima dienen als een gelegitimeerde vorm van vermijdingsgedrag. 

 

Nogal wat kunstenaars geven aan van hun beste werk te hebben gemaakt in die ogenschijnlijk ellendige roes tussen slapen en wakker zijn, op een ontiegelijk vroeg uur. In het boekje Dagelijks rituelen (geen essential, wel een aanrader voor op het toilet) staan er een paar mooie voorbeelden van. Ik heb zelf ook die ervaring. Het is Willy Vandersteen, de geestelijke vader van Suske & Wiske en een toonbeeld van een bijzonder productief mens, die mij de noodzakelijke duw in die juiste richting gaf door simpelweg te stellen: “Het waren mijn beste uren.”

Dagelijkse rituelen voor.jpg

Deel 1: Ik rook een drietal sigaretten en drink koffie. Soms luister ik ondertussen ook een stukje Daily Stoic, een boekje met daarin voor elke dag van het jaar een korte overpeinzing uit het stoïcisme. (Let op, er zijn nogal wat boekjes met dezelfde naam. Zorg dat je de Ryan Holiday-versie hebt.)

Positief: naar mezelf kijken, heeft iets meditatief, alternatief voor het ‘zitten’ van Jan Geurtz (zie onder meer Verslaafd aan liefde, reflecteren, dankbaarheid tonen, mindfulness.

Negatief: roken is schadelijk voor de gezondheid.

 

Ik klink hierdoor wellicht dikdoende, maar dat is allerminst de bedoeling: het stoïcisme is een bijzonder toegankelijke vorm van filosofie, in feite een soort van ‘Filosofie voor Dummies’ avant la lettre (maar dan beter, die Voor Dummies-reeks bekoort mij slechts matig). Als je je een keertje aan filosofie wilt wagen - wat in feite iedereen eens zou moeten doen - begin dan bij deze Stoa (en niet bij De wereld van Sofie, door dat goedbedoelde boek ben ik nooit heen geraakt, het was me te overdonderend, het was nochtans op kinderen gericht …).

Let wel: ik zeg ‘wilt wagen’ en niet ‘wilt verliezen’. Verwacht van filosofie niks, dan is de kans het grootst dat je er wat aan hebt en wend het lezen van filosofie alleszins niet aan om tot oplossingen van je beknellingen te komen, want dat zal niet gebeuren of op zijn minst slechts tijdelijk van aard zijn. Om helemaal dikkenekkerig over te komen (ik heb nochtans recent gelezen dat je door het gebruik van moeilijke woorden juist dommer dreigt over te komen, maar ik doe het toch!): filosofie is een toonvoorbeeld van dualistisch denken. En het is mijn overtuiging dat we juist naar het non-dualistische denken moeten gaan. Ik neem me steeds maar voor het non-dualistische denken in mensentaal uit te leggen, maar ik stel het steeds uit omdat ik vrees door de mand te zullen vallen … Hoewel het in wezen iets simpel is valt het toch lastig uit te leggen, vind ik.

Daily Stoic voor.jpg

Ik leg me op na drie sigaretten naar de volgende stap te gaan. Ik beperk de hoeveelheid koffie ook tot één liter, anders blijf ik maar doorgaan en dan is het koffie-effect ook weg. Dan komt er slaperigheid en uitdroging voor in de plaats.

Deel 2: Ik richt mijn werkplek verder in ('de tafel is gisteren gedekt'): ik zet het juiste document klaar op de computer, de cursor op de juiste plek en steek een kaars aan in mijn boeddhaatje, met dat laatste vraag ik de muze om hulp. 

Positief: awareness en ik vraag ondersteuning bij het uitvoeren van mijn werkzaamheden.

Het idee van 'de gedekte tafel' komt uit Brian Tracy’s Eat That Frog. Tracy bedoelt het eerder in de zin van dat je goed vooraf moet bepaald hebben wat je precies wil gaan doen. Dat is zeker waar. Ik interpreteer het wat ruimer dan dat door letterlijk mijn werkplek de avond voordien in te richten (zie verderop). Maak jezelf niks wijs en ga voor het echte werk in plaats van wat te lummelen. Ik voel me daarin gesteund door Steven Pressfield die het in zijn Do the Work heeft over ‘prime working time’. 

Eat Frog voor.jpg

Deel 3: Een affirmatie van Louise Hay lezen

Positief: dankbaarheid.

Of affirmaties daadwerkelijk effect hebben valt moeilijk te bewijzen. In de letterlijke zin bestaat er niet zoiets als ‘daily affirmations’, zoals de legendarische new age-schrijfster Louise Hay ze noemt. Het is namelijk eigen aan een affirmatie dat je ze vaak dient te herhalen opdat je er zelf van doordrongen zou raken. Een ander woord voor affirmatie zou ‘bevestiging’ kunnen zijn. Herhaaldelijk tegen jezelf zeggen ‘ik ben goed bezig’ of ‘ik ben waardevol zoals ik ben’ zijn voorbeelden van affirmaties die erg efficiënt kunnen zijn. Ik lees elke dag een andere boodschap. Ik  vind het een prettige manier van vergewissen, van alert zijn. Soms doen ze niet meer dan dat, maar evengoed weten ze je vroeg in de ochtend flink te raken en in het beste geval draag je ze de hele dag vrolijk met je mee. Je moet er de new age-flauwekul wel af en toe bijnemen.

 

Ikzelf werk graag met de dagkalender ‘I Can Do It’ ’365 Daily Affirmations’ die elk jaar wordt uitgegeven, de ene keer al wat mooier dan de andere - het lijkt er wel op dat hij steeds lelijker wordt.  Die is eenvoudig te bestellen via bol.com of Amazon.nl - let wel goed op dat je de kalender bestelt en dus niet een boek, en dat het om de Louise Hay-versie gaat, er bestaan tientallen boeken met de titel 365 affirmations). De almanak is gebaseerd op Louise Hay’s klassieker Je kunt je leven helen. Hoewel ik huiver bij het idee alleen al met new age bezig te zijn, grijp ik toch geregeld naar het boek terug (ik beluister het vooral). Het betekent voor mij meteen een goede oefening in ontvankelijk zijn. Los daarvan: Je kunt je leven helen (Engels: You Can Heal Your Life) is het bestverkopende non-fictieboek aller tijden en de meer dan vijfendertigmiljoen kopers kunnen niet allemààl idioten zijn. Het is vooral een kwestie van de onzin (en die zit er zeker in) te te negeren. Spoiler: de prachtige scène in de De helaasheid der dingen waarin wordt beweerd dat ‘kinderen hun ouders kiezen’ komt uit dit boek.

Do The Work voor.jpg
Louise calendar.jpg

Deel 4: Ik verlucht de kamer (ongeveer 15 minuten, los van de buitentemperatuur) en breng daarna eventueel kamertemperatuur omhoog.

Positief: gezonde omgeving.

Het heeft me heel wat tijd gekost om, eerder toevallig dan nog, achter het belang van de juiste kamertemperatuur te komen. Nochtans is het helemaal niet vergezocht: je kan zo goed eten als je wilt, het perfecte slaappatroon hebben gevonden of wat dan ook, als je een tijdje in een te warme of - in mijn geval - te koude ruimte zit heeft dat hoe dan ook invloed op je gevoel van comfort. 

Ik heb jarenlang halsstarrig geweigerd de verwarming op te zetten (weliswaar uitsluitend op de momenten dat ik alleen was) en me te behelpen met pull-overs en mutsen. Dat was een beetje van financieel oogpunt en ook wel wat uit vriendelijkheid voor het milieu. Maar toen die situatie vooral bij mezelf energie begon te verslinden ben ik ermee opgehouden. 

Wees niet te krenterig op het gebied van verwarmingskosten. Je moet het natuurlijk vlot betaalbaar kunnen houden, maar laat je niks wijsmaken: het zijn niet de gezinnen die de grote vervuiling veroorzaken. Dat is de industrie. Ga bewust om met energie, zeker wel, steek niet alles in een allesbrander (onwaarschijnlijk hoe vaak dat nog gebeurt - en dat gaat niet over marginalen, want die hebben geen dure allesbrander), koop bij een (min of meer) eerlijke energieleverancier (ik raad Ecopower aan) maar zorg dat je het behaaglijk warm hebt. Dat gaat hooguit over een graad of twee verschil, de wereld gaat er echt niet sneller van naar de haaien. Milieubewust ben je veel effectiever op andere manieren. 

 

Deze tip heb ik uit het fantastische boek Good Morning, Good Life: 5 Simple Habits to Master Your Mornings and Upgrade Your Life van de Amerikaanse vlogster Amy Schmittauer Landino. Hoewel Ultra-Amerikaans (met een hoofdletter) kan ik er niet omheen dat Amy Landino een zegen voor mij is gebleken, ik ben een trouwe kijker van haar Amy TV-kanaal op YouTube.

Je kunt je leven helen voor.jpg
Good Morning, Good Life voor.jpg

Deel 4 bis (optioneel): Minimale Mac-tijd, 1 Pomodoro

Positief: cooling down, rust, systeem, ordenen

Soms worden, als ik het niet kan laten, notificaties weggewerkt. Die rode bollen zijn ontworpen om ernaar te kijken en kwijten zich uitstekend van hun taak. Je kan ervoor kiezen notificaties op je toestellen uit te zetten maar er is bij de meesten van ons toch zoiets als het fenomeen dat die ellendige stippen onze ijdelheid strelen. Ik heb weleens geprobeerd de iPhone in de grijstinten-modus te zetten maar dat voelde me toch wat te somber aan. Maar wat ik dus wel doe is al die meldingen een paar keer per dag samen in één moment bekijken. Voor het overgrote deel van de tijd staan al mijn devices (ik heb er maar twee hoor) in de niet storen-modus.

 

Ik kijk naar eventuele berichten van dierbaren en familie en selecteer op dringendheid. Meestal is er niet iets dat niet kan wachten tot na negen à tien uur, wanneer ik klaar ben met mijn basispakket. Hoewel van geen grote waarde ruim ik de spam op. Dat gaat snel. Het is een vorm van prikkels wegwerken en ik kijk meteen na of er geen belangrijke e-mail is in terechtgekomen. Het is een soort van ballast die vooral in mijn hoofd zit. 

Macintosh.jpg

Ik heb mijn aantal e-mails drastisch weten te verminderen en de meeste gaan direct naar de juiste mailbox. In minder dan een minuut tijd heb ik eventueel manueel bijgestuurd, de meesten kunnen wachten tot op zondag, mijn administratiedag. Kies voor een slim mailprogramma dat het werk voor jou doet (er zijn er honderden). E-mails triëren geeft je een vals gevoel van met belangrijke dingen bezig te zijn. 

Men verdenkt mij er mij weleens van een nerd te zijn maar dat is niet waar. Ik werk (onder invloed van mijn broer Steven, alle eer gaat naar hem) al van in 1992 met de Mac (de Macintosh) omdat de Mac werkt en omdat er zelden of nooit miserie komt bij kijken die pc-gebruikers zo evident vinden (er treden nooit ‘onverwachte fouten’ op). Ik ben geen nerd maar ik vind het wel fijn dat (goed bedachte en ontwikkelde! - dus niet door knoeiers) technologie mij van dienst kan zijn zodat ik meer kan doen van wat ik graag doe in minder tijd.

Nog een aanrader: als je e-mailadres van Telenet of Skynet hebt doe dat dan zo snel mogelijk van de hand. Het zal je verbazen hoe de hoeveelheid spam die je ontvangt slinkt. Ik heb er mij een dagje mee beziggehouden al mijn logins aan te passen (een goede manier trouwens om eens stevig kuis te maken in je logins). Ik houd al enkele jaren al mijn wachtwoorden et cetera bij in LastPass wat de klus aanzienlijk vereenvoudigt natuurlijk, omdat in zo een systeem alle mogelijke logins die je aanmaakt automatisch worden opgeslagen. 

Veranderen van e-mailadres is een lastige klus maar levert je een hoop rust op. Gewoon even doen dus.

LastPass.png

Deel 5: Ik ga naar het grote toilet.

Positief: dankbaarheid en awareness: ik ben mijn lichaam erkentelijk dat goed werkt. Ik ben me er bewust van dat ik gelukkig in goede gezondheid verkeer.

Deze werkt waarschijnlijk een beetje op de lachspieren. Maar draai het eens om: als je nièt naar het toilet kan gaan is dat een grote bron van ergernis. Ik moet bekennen dat het tante new age Louise Hay (zie ook hierboven) is die me er op heeft moeten wijzen. Maar het is een beetje waar heel dat awareness-gedoe om draait en ook waar Jan Geurtz vaak op doelt: kijken. Het belang van goed kunnen eten, een goed werkend spijsverteringsstelsel en een goede slaap kan moeilijk overschat worden. Over slapen en eten gaat het heel vaak, over stoelgangsproblemen veel minder. Of het moet ergens in de taboesfeer gebeuren. Zonder al te melig te willen zijn: wees dankbaar wanneer die machine van jou vlotjes draait. 

 

Deel 6: Ik rook opnieuw een sigaret. Hiermee sluit ik de ‘ontwaakfase’ af.

Positief en negatief: zie hoger.

Creatieve fase: schrijven, 6 Pomodoro’s

Vanaf deze fase deel ik het grootse deel van mijn tijd in met de Pomodorotechniek.

Positief: creatief zijn, ‘voeden’ , zelfontplooiing, mijn absolute ik zijn, assertiviteit, opkomen voor jezelf.

 

Ik ga aan het werk, meestal rond 5.45 uur.  Wàt ik precies ga doen is, als het goed is, gisteren bepaald. Het dagdoel is drie uur productiviteit. 

Dat is dus wat anders dan researchen. Dit is drie uur ‘maken’,  hetgeen zich vertaalt in zes Pomodoro’s. Negeer het feit dat je ongewassen bent, dat er eventueel nog wat rommel ligt (wat in principe niet het geval kan zijn, opruimen hoort namelijk bij voorkeur bij het 'dekken van de tafel'). Ga aan de slag. Zet alles op alles om die drie uur te halen, zodat wat er ook gebeurt (en er gebeurt altijd wel wat) die drie uren worden volbracht.  

Turning Pro voor.jpg

Dat is soms behoorlijk hard afzien, maar de voldoening is totaal. Steven Pressfield zegt in Turning Pro: “Als ik maar mijn resistance heb overwonnen, ik ben opgedaagd als een professional en dat is goed.” Dat je goed of slecht werk maakt niet uit. Austin Kleon zegt hierover in Steal Like An Artist: “Slecht werk doet vaak weer eens dienst voor wat anders.” Ik vergelijk het graag met intensief sporten: de voldoening komt vaak pas achteraf. 

Tijdens deze fase overigens staan alle notificaties uit. 

Herstelfase (om ca. 9 uur) 1 Pomodoro

Positief: herstel, zelfzorg, zorg voor de omgeving, zelfrespect, geestelijke ontspanning, resistance overwinnen, focus op doelen (geen tijd verkwisten) awareness, cooling down, zelfontplooiing, reflectie, kennis opdoen, voeden, beweging, even zelf niet denken, een goede voorbereiding is het halve werk (bijvoorbeeld: wat eet ik straks?), brood bakken, iets uit de diepvries halen, nadenken over goede voeding.

Steal Like An Artist Voor.jpg

De herstelfase omvat het huishouden doen, cooling down en de volgende stappen voorbereiden: de workout (opstelling van de fiets, televisieprogramma klaarzetten), het document van de ochtendpagina’s op het juiste punt van hervatten zetten en schone kledij uitzoeken als voorbereiding op het douchen. Vaak staat ondertussen een luisterboek op.

 

Ik heb geleerd de tijd die ik besteed aan het huishouden te bundelen. Het wordt anders algauw een manier om niet aan de slag te gaan. Het vraagt wat moed omdat ik aan het eind van zo’n Pomodoro moet stoppen met opruimen en aanverwante bezigheden, ook al zijn ze niet klaar. ‘Het nestje proper houden’ is voor mij essentieel, maar de verleiding bestaat om alleen maar daarmee bezig te zijn. Bij het huishouden doen loop je namelijk niet gauw tegen de grenzen van je comfortzone aan. Het belang overigens dat aan het huishouden wordt gehecht is vaak ook niet meer dan aangeleerd gedrag. 

 

Ontsnappen uit de (al dan niet ingebeelde) huishoudval kan door één keer een grondige Marie Kondo-sessie te doen (ik moet bekennen dat ik het al eens heb herhaald). Vervolgens ben je voor de rest van je dagen hooguit een vijftigtal minuten per dag met het gewone huishouden bezig. Het Marie Kondo-effect bestaat erin dat er meestal onmiddellijk wordt opgeruimd, om de eenvoudige reden dat helemaal niet moeilijk is. Maar er blijft altijd wel een restfractie huishouden vanwege het feit dat ik daar eerder niet teveel aandacht aan hebben willen schenken (bijvoorbeeld een bord in de vaatwas, sokken in de wasmand). 

(Niet al te lang!) opruimen is trouwens een uitstekende manier om even van je scherm weg te gaan, wat te bewegen en iets leuks te beluisteren (nieuwe muziek ontdekken, een podcast een kans geven, een luisterboek proberen). Het is met andere woorden een prima vorm van herstel. 

iu.jpeg

Opmerking: al wat ik tussen de bedrijven door ontdek wordt in Todoist (de perfecte digitale planner) geplaatst en op een welbepaald moment opgezocht. Opzoeken is voeden, zelfontplooiing, comfort verbeteren. Maar opgelet: opzoeken kan ook een vorm van vermijdingsgedrag zijn ('resistance' noemt Steven Pressfield het) en je, binnen je eigen veilige zone, de illusie geven aan het werk te zijn. Ik doe het overigens ook met boeken. Alles wat wordt opgezocht en relevant kan zijn voor later wordt opgeslagen in Evernote.

 

Deze ‘herstelfase’ is ook noodzakelijk om de weerstand tegenover de workout te overwinnen. Die moet zo snel mogelijk en gemakkelijk worden gedaan na de ochtendpagina’s. De voorbereiding op de workout mag niet te veel aandacht krijgen van mijn geest, dus leid ik af met een luisterboek. Vanaf het moment dat ik over de workout begin na te denken dreigt hij niet te gaan gebeuren. De fiets staat klaar, de drinkbus gevuld, de televisie aan, op het juiste (vooraf zorgvuldig geselecteerde!) programma, de timer staat klaar en is binnen handbereik. Ook hier geldt in zeker make de filosofie dat working time ook werkelijk working time is. Eens op de fiets gaat alle aandacht naar de na te streven hartslag van honderdtwintig per minuut. Intuïtief zoek ik naar smoezen om daaronder te gaan, maar dat voorkom ik dus door goed voorbereiden. Alles staat klaar vooraleer de timer aangaat, er is geen ruimte voor sjoemelen. Geef mij ruimte om te sjoemelen en ik doe het. 

Evernote.jpg

Een gouden tip uit Eat That Frog: creëer een gevoel van urgentie. En dat is het ook. Als je wil dat de dingen gebeuren die moeten gebeuren zal je er een gevoel van dringendheid aan moeten toekennen. Het rusten, welverdiend, komt later.

Of het luisteren naar een boek tot de fase ‘herstel’ behoort is discutabel. Het feit dat ik het wel doe is omdat ik, zeker op dagen dat ik niet naar het werk fiets, mezelf één uur ‘lezen’ per dag opleg. Ik heb erg veel aan die luisterboeken, ze bieden mij vaak steun en helpen beknellende gedachten te zien als wat ze zijn, namelijk niet meer aan gedachten. Mijn luisterboeken (het zijn steeds weer dezelfde, zie de Books to keep-rubriek) zijn van onschatbare waarde. Het druist wat in tegen het idee van dat met deze fase het hoofd moet worden leeggemaakt. Het compromis is dat ik zelden een nieuw boek opzet in de periode van cooling down. Het geval wil dat ik de rest van mijn boeken bijna uit het hoofd ken en dat ze op die manier geen inspanning vragen, sterker nog ontspanning brengen.

Creatieve fase: ochtendpagina’s schrijven (inclusief kleine maaltijd), 1 Pomodoro

Positief: reflecteren, naar achteren en vooruit, dankbaarheid, geest vrijmaken, inzichten verzamelen, gezonde voeding.

Negatief: geen tijd nemen om te eten, geen aandacht hebben voor het belang van een goede maaltijd.

Als het dan niet nu gebeurt, gebeurt het meestal niet en dat laat zich een hele dag voelen: de ochtendpagina’s zijn een essentieel onderdeel van het ochtendblok.

Ik eet dan meestal ook een handvol noten, voor het overige ontbijt ik niet, eerst moet het pakket van de baan. 

 

Soms start ik de dag met mijn ochtendpagina’s, maar de drie uur productiviteit staan toch nog net iets hoger op de ranking. Ik heb lange tijd voorrang gegeven aan nogal wat ochtendrituelen, zoals het soort waarover Amy Landino het heeft in haar boek Good Morning, Good Life. Het gevolg daarvan was dat ik al een stuk in de dag was gevorderd nog vooraleer ik effectief wat had gedaan. Het is discutabel. Ik beeld me in dat ochtendpagina’s schrijven voelt als een te krappe bh die ’s avonds eindelijk uitkan: het heeft iets geweldig opluchtend. Net zoals dat voor mensen die vroeg in de ochtend mediteren het geval kan zijn, wekt het schrijven van ochtendpagina’s vaak een prettig gevoel op dat zich dan vervolgens over de hele verdere dag uitdraagt. Julia Cameron gaat nog een stap verder door in The Artist’s Way te stellen dat het schrijven van ochtendpagina’s in wezen het nieuwe mediteren ìs. 

Artist's Way voor.jpg

6: Workout, 35 minuten

Positief: gezond lichaam, gezonde geest

Het is letterlijk bijna elke dag dat ik mezelf mijn hometrainer op moet hijsen. En, merkwaardig: eens ik erop zit is het doorgaans niet onprettig en kan het zelfs (héél erg sporadisch, erg uitzonderlijk) die rush opleveren waarover de échte sporters het af en toe hebben.

De tijdspanne van vijfendertig minuten komt uit De depressiekuur, meer details daarover later in de Books to keep-rubriek. In het kort komt het erop neer dat (minimaal) drie keer per week vijfendertig minuten fietsen aan vijfenzeventig procent van je maximale hartslag (in mijn geval honderdtwintig of nog beter honderddertig slagen per minuut) een anti-depressieve werking heeft. Ik streef hiermee op deze manier dus niet de Altijd scherp-norm na (die zweert bij intervaltraining). Ik doe dit al jaren en voel me goed bij deze formule. Ik merk vooral het verschil in stemming op wanneer ik het niet doe (al valt ook dat moeilijk hard te maken en is een placebo-effect nooit uit te sluiten). 

 

De workout is het lastigste moment in mijn ochtend. Meer dan in welk ander domein geldt: starting is the hardest part (een citaat van Mel Robbins). Maar in de geest van Turning Pro bekijk ik het vooral als belangrijk op te dagen. De vijfendertig minuten zijn heilig, zit ik een keertje wat vaker onder de honderdtwintig dan wijs ik mezelf daarover vooral niet af: iedereen heeft al eens een slechte dag op het werk.

Nog tegen de geest van Altijd scherp (zie Books to keep) in fiets ik elke dag. Het zou beter zijn (in meerdere opzichten zoals in verband met het opbouwen van conditie en het klassieke inspanning- en herstelprincipe) om om de dag te fietsen, maar ik merk dat dit de drempel om eraan te beginnen verhoogt. Het feit dat ik fiets heeft te maken met het feit dat ik er een dagelijkse routine van heb gemaakt: geen discussie, niet nadenken, geen wilskracht, gewoon doen. Maar hier valt dus nog winst te boeken.

Depressiekuur.jpg

Tip: een goede televisiereeks of een goed programma houdt je aan de slag. Bedenk een show die je alleen maar mag zien wanneer je op je fiets (of welk ander toestel dan ook) zit. Wees kritisch in je keuze, we hebben de luxe over een eindeloze hoeveelheid tv te kiezen. Ga niet voor de pulp, maar voor wat je echt weet te raken. Over hoe je dat aanpakt heb het later ongetwijfeld nog. Alvast dit: kijk niet alleen binnen de Netflix-catalogus. Ik merk tot mijn grote verbazing dat de meeste mensen van het bestaan van een groot (al dan niet tijdelijk) aanbod alternatieven niet op de hoogte zijn. Hier houd ik het op VRT NU (ja, VRT NU, ontzettend veel mensen kennen het nauwelijks of gebruiken het niet) en VTM GO (idem, sommigen zullen dan wel even over het idee heen moeten dat VTM alleen voor de basse-classe is).

Merkwaardig genoeg is een zwaar op hand zijnde reeks uitstekend om mij je aan de workout te houden. Het leidt af van dat ellendige benen- of armenwerk en meteen heb je je culturele kennis ook vaak bijgespijkerd. Doe er je voordeel mee. Zoek uit wat je wil kijken, op voorhand zodat je jezelf een beetje om de tuin kunt leiden om toch maar te gaan fietsen. Trich nooit, je mag alleen naar die reeks of film kijken terwijl je aan het workouten bent.

 

Nogal wat mensen trappen in de val van op het eerste zicht aantrekkelijke fitnessabonnementen. Doe wat je denkt dat nodig is, maar volgens mij is het weggesmeten geld. Anderzijds zie je anderen thuis zelf zo’n fitnesszaal inrichten. Ook dat is niet nodig. Maak een keuze van wat je gaat doen en focus je in eerste instantie daarop. Koop een degelijk toestel of gewichtenset aan en houd het daarbij. Investeer liever in kwaliteit dan in kwantiteit. Ik fiets ruim acht jaar op de Ergometer Electronic AM-3.0 van DKN Technology en die doet precies wat hij moet doen.

Ga bewegen omdat je ervan overtuigt bent dat het goed voor je is. Installeer het als een routine, elders op deze site wordt volop gemotiveerd waarom. Laat het niet afhangen van een vriend of vriendin of je vandaag beweegt.

Herstelfase ‘Cooling down’,  1 Pomodoro.

Positief: herstel, spelen, voeden, rust scheppen

Dit is een beetje het opruimen, het werkgeheugen leegmaken, die ene vervelende mail sturen, dat soort dingen. 

Wanneer er kikkers moeten worden geslikt, van die kleine, hele vervelende, dan doe ik dat hier. Indien mogelijk heb ik dat al eerder gedaan (zie punt 4 bis) vier gedaan, maar meestal is, àls er al een kikker is, die zo lastig dat ik hem toch naar hier heb uitgesteld. Omdat ik officieel te weinig ‘speel’ probeer ik ook een stukje van dit blokje hieraan te wijden. 

 

Er zijn permanent dingen om op te zoeken, die ik nog wil weten. De to do-list puilt ervan uit, ik heb daar last van en dit is soms een momentje dat ik daar wat aan kan doen. Dingen opzoeken heeft niks te maken met intellectueel te willen zijn. Ik hou er gewoon van, ik vind het altijd prettig om wat bij te leren en het wordt nog leuker wanneer dat dingen zijn die mijn leven kunnen vereenvoudigen. Mijn leven proberen te vereenvoudigen is in feite mijn missie. Het gevaar bestaat natuurlijk dat je dan zo iemand wordt die praat in weetjes, ik probeer erop te letten, echt waar.

Als de voorbereiding van de douche nog niet is gebeurd, dan gebeurt dit ook in dit tijdsblok.

Douchen, 1 Pomodoro

Positief: zelfzorg, reflecteren, dankbaarheid, resumeren, ideeën, herstel, zelfzorg, relaxen, voeden.

Met douchen is er bij mij altijd wel wat aan de hand. Hoewel ik het ontzettend belangrijk vind dat het dagelijks gebeurt is het iets waartegen ik kan aanhikken alsof het de meest vervelende klus van de dag is. Er is geen enkele keer dat het douchen géén deugd doet en toch associeer ik het met iets onprettigs. Vreemd. Misschien heeft het te maken met het feit dat eerst de grootste kikkers moeten zijn weggeslikt. Daar is wellicht een verband, want tot voor enkele maanden zat het douchen (in de geest van Amy Landino die ervan uit gaat dat je keurig op je werk verschijnt) vooraan in mijn dag. Ik ga nooit niet-gedoucht uithuizig werken, maar op de dagen dat ik ‘thuis werk’ ben ik het douchen wat minder belangrijk gaan vinden. Wanneer ik in de optiek van zelfzorg moet kiezen voor een gezond hoofd of een verzorgd lichaam om de dag beter door te komen, dan heb ik snel gekozen: zonder douche kom ik de dag wel door, zonder schrijven word ik heel erg nors. Dus, mocht ik al eens wat minder prettig ruiken, prijs je dan toch gelukkig dat ik de juiste keuze heb gemaakt.

 

Voor de duidelijkheid: het gaat hier om het functionele douchen. Daar hoort muziek bij die ik ken, die het genot helpt verhogen. Ik probeer hier niet bezig te zijn met Shazam en Spotify. Ik moet het mezelf een beetje opnieuw aanleren, gewoon zonder dubbele agenda naar goede muziek luisteren, zonder meer houden van de bijzonder fijne lijstjes die ik heb aangemaakt door de jaren heen, kortom gewoon genieten. Douchen helpt daarbij.

 

Dit is ook een poos van oefenen in dankbaarheid. Omdat er tijdens het douchen in feite niets anders gebeurt dan douchen is dit een van de momenten waarop ik er vrij goed in slaag me bewust te zijn van dat moment: “Wat is het fijn dat ik zomaar kan beschikken over letterlijk dagenlang muziek die ik wil, draadloos waar dan ook." Of nog: “Wat is het heerlijk dat er water uit de  komt. Wat is het fijn dat ik het warm kan maken in de badkamer. Dat ik zachte handdoeken heb, dat ik ze gewoon kan dumpen als ze versleten zijn en er zomaar nieuwe kan gaan kopen. Ruik de geur van de shampoo, de douchegel.” Ik probeer van het douchen een moment van mindfulness te maken. Het is in feite een topactiviteit die ik merkwaardig genoeg altijd met tegenzin aanvang. 

 

Voel je beknelling? Probeer daar dan niet zozeer vanaf te komen. Laat het een beetje zijn en ga wandelen of douchen. Net als een (ik zeg het niet graag maar: bij voorkeur gezonde) maaltijd kan wandelen of douchen je oplossingen aanreiken. Heel gek, heel erg melig, maar ook vaak heel erg waar. Je bestrijdt je nare gevoelens niet, je negeert ze door wat leuks en gezonds te gaan doen.

Douchen spoelt zorgen weg, daar bestaat genoeg light-literatuur over, sla er Flair maar op na. Het staat in de hogere regionen van de dingen die voor mij belangrijk zijn, maar ik kan – zij dat het zeer uitzonderlijk is – ook zonder een dag douchen. Nogmaals, als ik moet kiezen tussen mijn werk doen en douchen, dan geniet mijn werk voorrang. Het is eigenlijk heel simpel. 

 

Stel je de vraag: waar ga ik aan het eind van de dag het meest blij om zijn? Omwille van het feit dat ik me heb gedoucht? Of omdat ik mijn voorgenomen drie uur heb kunnen werken? Douchen is onderhoud. (In mijn geval) schrijven is voeden. Een mens kan best een tijdlang ongewassen overleven. In het slechtste geval gaat hij wat stinken. Maar een mens kan niet zonder eten, laat staan drinken. 

Douchen is anderzijds wel een prima alternatief voor de wandeling (zie verderop). Het is een van de betere reset-knoppen. Dat is dubbelwinst. Ik kan me soms uitgeput de douche inhijsen om er met nieuwe drang om te gaan scheppen uit te stappen. Ik kan het allemaal grondig beu zijn, maar na de douche is het anders. Dan zou ik zo terug aan de slag gaan.

A1. De ‘Naar buiten-‘ Pomodoro

Positief: altruïsme, zingeving, sociaal contact, buitenkomen, bewegen, integriteit.

 

Hier zit het altruïstische blok. Altruïsme betekent zoveel als onbaatzuchtig handelen en het zit hoog in mijn persoonlijke top van waarden. Altruïsme is niet te verwarren met wat de helpaholic of de nice guy doet: die is er alleen maar op uit om te helpen omdat hij daar exclusief zijn zingeving uithaalt. Hij is met andere woorden niks als hij niet iets voor een ander kan betekenen.

Er is altijd wel iemand die beroep op me doet. Dat heeft iets positief: het betekent dat ik sociale contacten heb en dat er mensen zijn die aan mij denken. Daar ben ik dankbaar voor. Hoezeer ik telefoons, e-mails en notificaties van sociale media soms ook vervloek (ik heb ze in aantal overigens al flink weten terug te schroeven), het is er wel een bewijs van dat ik er toe doe. Ik heb het natuurlijk niet over het geplingel dat zich voordoet in chatgroepen, daar blijf ik indien mogelijk simpelweg uit (zie ook de post ‘Afspraak maken’ in de rubriek personal blogs).

 

Ik moet heel erg bewaken dat ik dit blok inplan, anders zie ik niemand. Spontaan zou ik altijd of aan het slapen zijn of achter mijn scherm zitten. 

Hoezeer ook ik mijn agenda tracht vrij te houden, hij dreigt altijd vol te slibben. Gelukkig is dat met doorgaans fijne of op zijn minst gewoon zinvolle dingen. Ik probeer me permanent van zoveel mogelijk niet-voedende (dus ook nodeloos energieverslindende) dingen te ontdoen. Ik huur omdat dat me heel veel tijd oplevert en zorgen bespaart. Dat ik geen eigenaar van een huis ben is vooral iets waar anderen in mijn plaats last van hebben. Ik hoef geen tijd te steken in het uitzoeken van de beste HR-rendement-ketel of het wassen van de wagen, want die heb ik ook niet. Mijn activiteiten met het oog op respect voor de buren beperken zich tot een beetje onkruid wieden op de oprit of het gras maaien.

 

Ik kijk er altijd een beetje tegenop om ‘naar buiten’ te gaan. Omdat ik (zie eerder) met nieuwe, frisse ideeën zit na dat stortbad, en dus eigenlijk opnieuw aan het werk wil gaan, zet ik een Pomodoro die ‘vertrekken’ heet. Naar buiten gaan is een ‘kikker’, het liefst van al zou ik hem heel vroeg in de ochtend zetten, maar dat zweet de tegenpartij dan uit. Het is helder: als ik mijn blok van drie uur creëren niet heb gehad ben ik ongenietbaar. Dan ben ik de sporter die niet heeft gesport of het kleine kind dat te weinig heeft geslapen. Creëren gaat voor op slapen. Ik knabbel liever aan mijn uren slaap dan aan mijn uren creëren.

Soms, als ik eraan toegeef, zijn dit een aantal productieve uren. En daar ben ik dan blij om, maar ik blijf met een wrang gevoel zitten omdat ik in feite iets vervelends heb uitgesteld. Ik heb dan zoiets van een fijne avond met drank, maar ook met een kater achteraf.

B1. Buitenshuis (hier geen Pomodoro)

Positief: integriteit, beweging, dienstbaarheid, sociale contacten, present zijn, herstel, herbronnen, buitenlucht, vriendschap, Present zijn, leven in het NU, vriendschap, familiebanden, loyaliteit, dienstbaarheid, onbaatzuchtigheid, zingeving.

 

Omdat ik uit mezelf altijd wel een smoes weet te verzinnen om niet naar buiten te gaan, is dit tijdsslot een keer op twee in mijn agenda geblokkeerd. Over calendar blocking heeft Amy Landino op haar Amy TV trouwens een aardige vlog. Ik heb er met andere woorden een afspraak, ik word verwacht en ik voer integer zijn hoog in het vaandel dus ik ga.

Bergrijp me niet verkeerd, deze afspraakjes zijn bijzonder waardevol. Staan ze op één? Neen, ik kan gerust een tweetal dagen zonder een mens te zien. Ik kan er zelfs van genieten. Maar dan begint het, zelfs bij mij, toch wat te knagen. 

Kracht van het NU.jpg

Een van de meest waardevolle streefdoelen in mijn leven is het proberen te leven in het 'nu'. Present zijn is een permanent aandachtspunt en heb ik geleerd door er veel op te trainen. Er zijn boeken over volgeschreven, ik heb een aantal pogingen ondernomen, maar ik heb er eigenlijk nog niet één uitgelezen. Om de een of andere reden liggen auteurs die over het 'nu' beginnen te leuteren me niet, met op kop Eckhart Tolle. Zoek een afbeelding van hem en je begrijpt misschien waarover ik het heb (en dan heb je zijn stem niet eens gehoord). Maar er schijnt mij iets te ontgaan want alleen al meer dan drie miljoen Amerikanen eten uit zijn hand, zijn boek De kracht van het NU staat al jarenlang hoog in de bestsellerlijsten en hij kan de grootste sterren tot zijn aanhang rekenen.

 

Over ‘leven in het nu’ hangt dus een sluier van zeemzoetigheid en geitenwol, maar het is niettemin, eenmaal in de vingers, een ontzettend krachtig kunstje. Jan Geurtz brengt me het verst, door zijn simpele methode die eruit bestaat enkele keren per dag even te gaan zitten en te kijken naar hoe het met je gaat. Geen wierook, geen matten, geurkaarsen of gewaden.

Een waardevolle tip is dat je op onregelmatige tijdstippen met een app een biepje laat afgaan dat je daaraan herinnert. Ik gebruik hiervoor de app Mindful Mynah (blijkbaar alleen voor de Mac in de App Store, er bestaan ongetwijfeld alternatieven voor Andoid) die elke drieëntachtig minuten een gongetje laat horen, maar je kan natuurlijk om het even wat gebruiken. Waar je ook bent, wat je ook aan het doen bent, je gaat dan bij voorkeur even zitten, vijf minuten of zo, zet een timer, en kijkt naar je gedachten. 

Ik schuif dat momentje uiteraard, indien van toepassing,  vooruit, tussen twee Pomodoro’s in. De eerlijkheid gebied mij echter toe te geven dat ik er eigenlijk nooit helemaal in slaag het goed te doen. Maar ik hoor toch maar om de zoveel tijd dat belletje en dat op zich herinnert me eraan dat het toch vooral mijn gedachten zijn die mijn stemming bepalen. En in dat opzicht is het een bijzonder waardevolle tool. Het feit dat die timer op drieëntachtig minuten staat heeft trouwens te maken met het feit dat het gongetje dan onvoorspelbaar wordt. 

Mindful Mynah.jpg

Ik zeg zelden een afspraakje af, tenzij ik echt voel dat ik niet present kan zijn en er geen ernstige gevolgen zijn. Ik stel het afgesproken moment wel al eens kort uit. Tegenover mijn kinderen en familie ben ik daarover heel erg open. “Ik ga wat later komen, ik ga eerst wat slapen.” Mijn twee beste vrienden weten hoe laat het  is wanneer ze een tijdje niks van mij horen.

Hoewel ik misschien een andere indruk maak hecht ik bijzonder veel belang aan hoe het zit met mijn relaties met anderen. Daar staat dan weer tegenover dat ik niet (niet!) investeer in relaties die geen enkele waarde hebben. Als de relaties met mijn dierbaren en bij uitbreiding die met belangrijke kennissen niet goed zit dan maak ik daar werk van. Wanneer ik iets te lang niets verneem van mijn moeder, mijn kinderen of mijn beste vrienden dan bel ik hen op. Die band moet goed zitten, anders voel ik me onbehaaglijk. Soms ga ik dan zelfs telefoneren.

 

Ik ben niet zo vaak in de stemming om te telefoneren. En ik heb de neiging om in resultaten te denken. Vanuit ‘economisch’ standpunt word ik vaak verleid te denken dat een telefoontje plegen me alleen maar ‘kost’. Terwijl ik telefoneer doe ik niks anders. Wanneer het echt dringend is beantwoord ik een telefoon snel. Ik betrap mezelf er dan op dat ik dan bel met mijn oortjes in, zodat ik intussen toch ook wat kan rommelen. Dat is niet echt present zijn. Dat is trouwens een van de redenen waarom ik in de praktijk pas naar de avond toe begin te bellen. Ik heb op dat moment alles gedaan wat ik wilde doen (moest doen, beter gezegd, voor mijn eigen welzijn). Mijn gesprekspartner heeft recht op een aanwezige andere kant, ik stel alles in het werk om dat te zijn.

 

Het heeft vast te maken met de basisbehoefte die we als mens hebben aan sociaal contact, zelfs ik. Maar het is wederom iets als sporten: de invloed op mijn psychisch welzijn is enorm. Starting is the hardest part (niet zelf gevonden, ik heb het van Mel Robbins) geldt ook voor het onderhouden van mijn meest belangrijke sociale contacten. Maar ik dien het dus een beetje in te plannen, anders komt er niks van. Ochtendpagina’s schrijven zijn een prima manier om jezelf daarop attent te maken. 

 

Anderzijds ben ik voor mezelf ook heel duidelijk: ik ben eerder zuinig in het hebben van sociale contacten. Wanneer het alleen maar om de banden met anderen draait zit het fundamenteel mis.  

Dat is wat de huismoeders van weleer deden en de workaholics nog steeds doen: ze laten hun geluk afhangen van anderen, van iets buiten henzelf. Dat zijn de mensen die gek worden op zondag, die nationale feestdagen zinloze dagen vinden, die niets hebben aan een doordeweekse dag verlof (“Wat kan ik daar nu mee?”).

Ik ben jaren lang onuitstaanbaar geweest omdat ik mijn kern niet heb gevoed, ik zou het tot in den treure kunnen herhalen. Vergeet even de meligheid van die uitspraak en kijk naar de keiharde waarheid die erin zit. Laat ik er een cliché bovenop gooien: je kan pas een goed mens voor de ander zijn als je goed bent voor jezelf. En daar in fundamenteel opzicht eigenlijk niemand voor nodig hebt. In het boeddhisme klinkt dat zo: je natuurlijke staat van zijn is perfect. Je hoeft daar in wezen niks aan toe te voegen.

 

Ben ik dan nu nooit meer slechtgezind? Hell yeah. Als ik het niet bewaak ben ik zeer, zeer slecht gezelschap. Mijn levenspartners hebben dat geweten en het is een van de redenen waarom ik nog steeds, overigens met veel plezier, alleen woon. Als er al ooit nog iemand mijn pad kruist, dan zal ze hiermee om moeten kunnen. Ze hoeft bij manier van spreken voor elf uur ’s ochtends niet op mij te rekenen. En ze zal er begrip voor moeten hebben dat ik vaak vroeg onder de wol ga om om vijf uur in de ochtend aan de slag te kunnen gaan. In de plaats daarvoor krijgt ze vanaf een uur of twee in de namiddag een hele fijne partner. 

A2. Eten en nieuws kijken, 2 Pomodoro’s

Positief: Intellectueel voeden, betrokkenheid, maatschappelijke voeling, kritische blik aanscherpen, dankbaarheid.

Negatief: Zelfdestructie, geen awareness.

Dit is het uur van de dilemma’s. Hoewel ik weet dat ik rustig de tijd zou moeten nemen en me alleen maar zou mogen focussen op de maaltijd is dat iets wat ik maar moeilijk als routine krijg geïnstalleerd. Het journaal is daar voor een deel mee verantwoordelijk voor. Of anders: mijn onbekwaamheid om gewoon voor de buis te gaan zitten en gefocust te kijken. 

 

Hoewel ik graag één à twee keer per dag geüpdatet wordt (al lang niet meer vaker dan dat, vergis u niet – die nieuwsjunkies profileren zich graag als dusdanig omdat ze anders toch niet weten wat met hun tijd gedaan — je kan je natuurlijk ook afvragen waarom je dit hier zit te lezen) blijf ik het ervaren als tijdverlies. Ik krijg mezelf niet gemotiveerd om gewoon tv te kijken, zonder meer, laat staan naar het nieuws. Nieuws kijken is ook iets wat perfect combineerbaar is met een andere activiteit, in het geval van een film of een serie ligt dat natuurlijk helemaal anders.

 

In de praktijk betekent dit dat ik mijn maaltijd (waarom ik nog altijd niet heb gegeten legt Wallace Wattles uit in de beschouwing van The Science of Beinig Well - een deel van zijn klassieke trilogie, later in de Books to keep-rubriek) tracht uit te stellen naar één uur om ondertussen naar het nieuws te kijken (ik ben overigens niet te verlegen om te zeggen dat ik voor het VTM-nieuws kijk). 

Wat er ook van zij, ik kan een kick krijgen van te eten. Het heeft iets zelfdestructief, eten voor het scherm. Heel gek hoe ik er sommige perioden heel erg goed in slaag om rustig te gaan zitten en mindful (excusez le mot) te eten. Het is een feest, ik kom dan van tafel en zeg tegen mezelf: hoe lekker was dit? In wat een fijn land leven wij toch? Ik eet altijd waar ik zin in heb en het is altijd van een superieure kwaliteit? Ik ben dankbaar. Enzovoort.

 

Eten voor het scherm is nefast: het eindigt zo goed als onvermijdelijk in binchen. Ik weet het op voorhand en ik doe het toch. Ik weet mijn gedrag niet goed te plaatsen: ik heb de uren daarvoor geleefd zo goed en zo kwaad als het kan (ik verwijs in deze even naar mijn te vermijden rookgedrag) naar hoe ik wil en toch loop ik dan tegen een soort van behoefte aan een kick aan. Heel merkwaardig. Hier kan The Writing Diet misschien soelaas brengen, een fijn boek van Julia Cameron dat schrijven als tool gebruikt om bijvoorbeeld een snackattack te counteren. Ik heb me deze wellicht waardevolle reflex nog niet meester gemaakt. The Writing Diet is beslist aangenaam om lezen en er zitten een hoop waarheden in, evenwel is het geen blijver. Daarvoor zijn een aantal inzichten té old school en is met name het tweede deel behoorlijk discutabel. 

Writing Diet voor.jpg

Spelen/administratie/opzoeken, beoogde Pomodoro’s 3

Positief: Voeden, sociaal contact, zelfzorg, loslaten.

 

Austin Kleon zei iets in de aard van: “Tijd vind je waar je verloren knopen vindt, in kleine gaatjes”.

 

Als er iets is wat ik niet goed in mijn leven krijg ingepland dan is het wel ‘speeltijd’. Het is voor mij zeer lastig om iets nutteloos te doen. Terwijl zogeheten nutteloze activiteiten helemaal niet nutteloos hoeven te zijn omdat ze juist zorgen voor herstel. Maar wanneer ik me zit op te jagen in het feit dat de activiteit nutteloos is brengt ze natuurlijk ook geen rust.

 

Ik heb de neiging heel veel op te slaan (het klinkt wat blasé) en hoewel ik dat natuurlijk prettig vind kan het mijn werkgeheugen ook danig belasten. 

Dit is een moment waarin ik vaak de handgeschreven briefjes wegwerk. Het grote administratiewerk gebeurt op zondag, maar het RAM-geheugen vrijmaken is iets wat ik af en toe moet doen op dagbasis en soms zelf meermaals daags, gewoon voor mijn eigen comfort. Dat gebeurt niet ten gronde, hier gebeurt het voorsorteren. De prioriteit gaat naar deze handeling, rest hier tijd wordt hier nog wat opgezocht of gespeeld. Dit tijdsblokje is ook het moment waarop ik eventueel wat berichten lees en beantwoord. Dat is niet onbelangrijk (dat een beetje bijhouden schept bijkomende rust), maar zorg dat het gebundeld gebeurt: je kan als je dat wilt een hele dag berichtjes beantwoorden maar dat heeft meer met tijdverdrijf en behoeftigheid dan met productiviteit te maken.

 

Ik stel alles in het werk om de administratieval te vermijden, dat doen immers al veel te veel mensen. “Ik heb graag alles direct in orde,” is een manier om te zeggen dat je eigenlijk niets beters weet te verzinnen waarmee je je dag moet vullen. Wat lijkt op discipline is eigenlijk eerder een vorm van dwangneurose, al dan niet gevoed door angst en controledrang. Vaak komt er ook aangeleerd gedrag bij kijken.

 

Het merendeel van mijn administratie gebeurt op zondag. Dat klinkt saai, ik ben er me van bewust.

Zo goed als alle post komt bij mij digitaal binnen, hetzij per e-mail, hetzij via de digitale kluis (ik gebruik Doccle, zowel op het web en als app benaderbaar, niet de meest fraaie toepassing ooit, maar wel veilig en het wordt ondersteund door de meeste grote spelers die je om geld vragen: de FOD belastingen, de meeste banken en ziekenfondsen, De Watergroep). Er ligt met andere woorden al geen papier meer in de weg (check ook Marie Kondo). 

Doccle.jpg

Het is onthutsend om vast te stellen hoeveel leeftijdsgenoten nog met papier werken. Dat merkwaardige gedrag is meestal gevoed door achterdocht: de computer is niet veilig. Onzin: er is geen veiliger manier waarop je bankiert dan met een pc, met de smartphone zijn je bankzaken zelfs nòg minder gevoelig voor fraude. Wat je natuurlijk niet moet doen is ingaan op phishing, dat zijn nep-e-mails van oplichters. Wie een klein beetje oplet haalt ze er zo uit en bovendien kunnen die schurken je eveneens proberen om de tuin te leiden met een telefoontje dus dat is geen reden. Het is eigenlijk heel simpel: geef nooit je bankgegevens door, niet per e-mail en niet per telefoon. Met een goede passwordmanager (LastPass) dus zit je sowieso goed. Tenzij je je wilt wentelen in druk doen ga je voor digitaal.

Overigens voer ik mee de strijd aan tegen internetfraude door verdachte e-mails door te sturen naar www.safeonweb.be (verdacht@safeonweb.be, gewoon de e-mail forwarden). De meeste grote banken hebben zelf een helpdesk die je bij twijfel kan mailen, bij KBC is dat bijvoorbeeld secure4u@kbc.be. Ik beveel KBC trouwens aan (mijn vader heeft zijn hele leven bij de Kredietbank - later KBC - gewerkt, geheel objectief ben ik dus niet), hun KBC Mobile-app is ronduit goed (je hoeft er tegenwoordig zelfs geen KBC-klant meer voor te zijn om hem te mogen gebruiken).

Safeonweb.png
kbc app.jpg

Je administratie doen is geen zinvolle dagbesteding. Het moet gebeuren, natuurlijk, maar er zijn – net als e-mails – maar weinig dingen die niet een paar dagen of zelfs een week lang kunnen wachten. Mijn meeste e-mails worden door mij onmiddellijk verwijderd. Ik kijk ze ’s morgens (zie eerder) eens na en meestal ook ergens tegen de middag, nu in dit tijdslot dus. Ik ga zelden onmiddellijk op een e-mail in. In een oogopslag kan je zien of een e-mail iets van waarde heeft of niet. Zit er ‘waarde’ aan dan gaat die onmiddellijk naar de map ‘Op het moment in gebruik’. Investeer even tijd in hoe je je mailbox goed kan organiseren, het zal je een hoop tijd opleveren. Blijf weg van die ellendige e-mailprogramma’s die providers zelf aanbieden, er zijn letterlijk tientallen gratis alternatieven die veel meer mogelijkheden bieden. Eens je die je een beetje naar je hand hebt gezet (wat overigens niet moeilijk is) is het een pak prettiger. “Ik krijg me elke ochtend met moeite door mijn e-mail geploegd,” zei een vriend me is. Dat is niet minder dan een keuze die je voor jezelf maakt.

 

Strikt genomen moeten e-mails die dienen als de bevestiging van een bestelling niet worden bijgehouden omdat je ze doorgaans altijd wel kan terugvinden onder je account bij de firma waar je hebt besteld. Maar zolang een pakje niet is geleverd zit het toch in je werkgeheugen en daarom zet ik dat soort e-mails toch in de map ‘Op het moment in gebruik’. Op zondag ga ik dan door die map door. Er gebeurt dan iets magisch: vrijwel alle mails die je hebt bijgehouden omdat ze zogenaamd belangrijk kunnen worden weggegooid. 

 

Houd je niet bezig met het meezoeken naar oplossingen op vragen waar je geen betrokkenheid bij voelt. De ‘groepsmail’ is gelukkig wat aan het uitsterven en dat is maar goed ook. Tenzij je natuurlijk de behoefte hebt ‘om iemand te zijn’. Ik vind het soms prettig om mee naar antwoorden te zoeken. Maar ik laat alleszins over dat soort e-mails al een paar uur overgaan. Er springen altijd wel wat mensen op die wèl met veel enthousiasme oplossingen willen aanreiken. Goed, laat ze doen! Tenzij je vind dat jouw bijdrage er echt toe doet. Laat anderen in jouw plaats denken, hak op het juiste moment mee de knoop door en doe ondertussen iets prettig. Het is verbazend hoe vaak deze techniek werkt.

Onthoud dit ook voor op je werk: de meeste e-mails zijn onbelangrijk. Als je de nieuwsbrief op het werk wilt opvolgen, plan die leesbeurt dan in in je agenda. 

 

Je kan je mailbox dus heel veel zelf laten fiksen. Maar daardoor komt er natuurlijk heel veel tijd vrij waarmee je misschien niet echt blijf weet. Misschien kom je jezelf wel tegen. Is het niet vreemd ‘dat we onszelf niet graag tegenkomen’?

Maak jezelf niks wijs en verpruts je tijd niet met dingen te doen die er niet toe doen. Als je op je werk tijd hebt om nieuwsflash uitgebreid te lezen denk dan eens na over je jobinhoud. Het zal, ondanks je burn-out, met dat werkvolume wel meevallen.

Om te beginnen is de helft van zo’n brief al niet relevant, dus dat is meestal snel afgehandeld. Echt noodzakelijke informatie kan je later indien nodig terugvinden op het intranet of iets dergelijks. Nieuwsbrieven lezen valt onder de categorie ‘vullen’, ze leveren je maar weinig op. Ik krijg er nog een stuk of vier, over dingen die ik écht belangrijk vind. Verander je e-mailadres en schaf zoveel mogelijk nieuwsbrieven af.

Avond: De tafel dekken

Positief: bewust zijn, dankbaar zijn, rust scheppen, productiviteit bevorderen.

Productief zijn is voor mij een belangrijke waarde. Hoe onzinnig ook mijn bezigheden soms lijken, voor mezelf is een dag niet productief geweest een dag niet geleefd.

 

Maak van het moment waarop je je dag afrondt een belangrijk moment. Het heeft me wat moeite gekost maar de winst is enorm. De moeilijkheid zit er voor mezelf nog het meest in om te gaan bepalen wat ik precies de volgende dag ga doen. Mijn routines wijzen me alleszins voor een deel zonder al te veel moeite, maar vaak is het zo dat ik er niet goed uitkom wàt ik precies met de drie uren creativiteit ga doen. Dat vraagt overpeinzing en dus tijd. Het is belangrijk om de tijd die je daaraan besteed dus vooraf in te plannen. Anders gaat de energie die je er ’s ochtends in moet stoppen al af van je dagreserve die je hard nodig hebt om te kunnen creëren.

 

Productietijd is productietijd, laat dat je devies worden, in om het even wat je onderneemt. Of het nu gaat om het schrijven van een boek, het klaarmaken van een feestmaal, een daguitstap met de kinderen of de grote kuis op zolder, zorg er ten allen tijde voor dat je goed beslagen ten ijs komt. Ik vind het zoveel prettiger om te gaan slapen op deze manier, wetende dat min of meer alles klaarstaat om de volgende dag meteen te kunnen gaan genieten.

’s Avonds de volgende dag voorbereiden heeft iets meditatief. Er wordt door heel wat auteurs beweerd dat het een goed moment is om te reflecteren over hoe de dingen vandaag zijn gegaan, ik houd het wat dat betreft liever bij mijn ochtendpagina’s. Maar het is zoveel leuker om al even vooruit te blikken op wat komen gaat.

 

Hou je ochtend zoveel mogelijk vrij om de dingen te doen die er toe doen. Het vraagt altijd een beetje moeite van me om ’s avonds toch dat moment van tafeldekken te nemen, maar ik ben steeds blij wanneer het is gebeurd. Het is intussen ook meer en meer een routine geworden, het kost me met andere woorden steeds minder energie. 

Wanneer je er tegenop ziet met dit soort dingen bezig te moeten zijn (je baalt er bijvoorbeeld van om het aanrecht eens wat te fatsoeneren of die vaatwasser uit te ruimen), weet dan dat je dat ’s anderendaags nog veel meer zal haten. “Vandaag kost het minste energie.” 

Wanneer zet je simpelweg jouw favoriete plaat nog eens op? Of luister je naar een debat op tv (in plaats van een reeks te volgen)? Het zijn dingen die je tijdens het tafeldekken kan doen. 

VRAAG 3: IN HOEVERRE BELICHAAM JE JE WAARDEN EN VISIE? OP HET WERK, THUIS EN IN DE GEMEENSCHAP? WAAR SCHIET JE TEKORT?

 

Het blijft een lastige klus om in alle waarden die er zijn te gaan selecteren en de belangrijkste eruit te weerhouden. Uiteindelijk kom ik bij deze zes uit: 

- eerlijkheid en integriteit (ik neem deze begrijpen voor het gemak even samen)

- empathie

- intellectuele nieuwsgierigheid

- onzelfzuchtigheid

- zingeving. 

 

Voor de goede gang van zaken leg ik de moeilijkste begrippen waar nodig wat verder uit. Ik belicht de thema’s werk, thuis en de gemeenschap per waarde, dat lijkt mij het handigst.

 

Eerlijkheid en integriteit

Een ander prettig woord voor eerlijkheid is fideel. Het was ooit een jongensnaam, hoe grappig. Eerlijkheid als voorname waarde kiezen heeft iets makkelijks aan zich, nogal wat mensen zullen er algauw voor kiezen. Lastiger wordt het wanneer je wordt gevraagd wat je daarmee bedoelt. 

Ik lees eerlijkheid als ‘getrouwheid’ en de belangrijkste vorm ervan is de getrouwheid aan mezelf. Het heeft me helaas (of misschien is dat juist goed) een hoop ellende gekost om daarachter te komen. Meteen antwoord ik ook naast de vraag. Maar je kan niet verwachten dat anderen eerlijk tegenover jou zijn wanneer je het niet tegenover jezelf bent.

 

Ik kan niet zeggen dat ik in mijn beroep geheel en al eerlijk ben. Hoewel ik als verpleegkundige heel bewust low profile ben gaan werken in de nacht loop ik geregeld toch tegen een aantal ethische bezwaren aan waarmee ik vervolgens niets doe. Die houding druist een beetje in tegen mijn (al dan niet vermeende) integriteit. Wie integer is, zo wil immers de definitie, houdt vast aan zijn waarden en normen, te allen prijze. Integriteit en eerlijkheid zijn in feite aan elkaar verwant.

Om goed te zijn zou ik dus, wanneer zich dat voordoet, moeten ageren tegen wat ik beleef als het onethisch bejegenen van patiënten. In de plaats daarvan kies ik er meestal voor te zwijgen. 

 

Ik krijg het aan mezelf toch nog op zijn minst voor een deel verkocht: het feit dat ik uitsluitend ’s nachts werk, en de patiënten dus in de meeste gevallen gewoon slapen, levert me heel veel tijd op om bezig te zijn met mijn persoonlijke ontwikkeling. Dat mag letterlijk worden genomen: heel veel van het schrijfwerk dat ik doe gebeurt tijdens de nacht. Ik voed me ’s nachts, tijdens mijn werk, met andere woorden volop. Mezelf voeden is een aspect waaraan ik jarenlang ben voorbijgegaan. Overigens wordt iedereen daar beter van, ook de patiënt. 

 

Toen ik een zestal jaar als hoofdverpleger aan de slag was voelde dat in menig opzicht verkeerd aan. De keuze om hoofdverpleger te worden was nochtans gemaakt vanuit een aantal positieve waarden. Niet in het minst dacht ik op die manier mijn bijdrage aan het verbeteren van de behandeling van Korsakovpatiënten te kunnen vergroten. Al snel bleek die hele toestand een ramp en liep ik tegen mijn eigen beperkingen aan: het laatste waar ik mee bezig was, was het welzijn van de Koraskovpatiënt. In de plaats daarvan kwam een hoop onbenullige administratie en was ik vooral bezig met personeelsperikelen. 

Het feit dat ik uit die job ben gestapt was alsnog een blijk van integriteit: dit kan en mocht ik niet blijven doen, ik was mezelf nog nooit zo ontrouw geweest.

 

Ik wil mezelf recht in de spiegel kunnen kijken en dat is wat ik nu doe. Ik ontloop misschien een op te nemen verantwoordelijkheid naar patiënten toe (vanuit mijn gevoel voor rechtvaardigheid zou ik het moeten doen), maar ik troost mij met het idee dat er anderen zijn die in mijn plaats die rol wel wensen op te nemen en dat ik op zijn minst trouw ben aan mezelf. 

Ik heb op een blauwe maandag een bijzonder zinvolle kerntalentenanalyse ondergaan (ik raad het iedereen aan, twee goede musicalmetgezellen van mij doen er om den brode aan, zie de Speelse vrienden-rubriek ) en daaruit bleek dat ik mij jarenlang voor mijn medemens heb ingezet (alleszins beroepshalve) en dat dit koste is gegaan van mijn creatieve kant. Vandaag is die situatie omgekeerd en het is waarbij ik mij het prettigst voel. Het is bovendien een goede oefening in omgaan met tekortkomingen: je kan nu eenmaal niet alles willen. Voor de duidelijkheid: wanneer er op het werk dingen gebeuren die absoluut niet stroken met mijn waarden dan zal ik het niet nalaten daarop heftig te reageren. In het andere geval zou er van recht in de spiegel kijken immers geen sprake kunnen zijn. 

 

Hoe het met mijn eerlijkheid en integriteit thuis is gesteld hoef ik niet lang uit te weiden: het is van in mijn jeugd geleden dat ik nog zo dicht tegen mijn eigen kern heb aangezeten. Het heeft iets zeemzoeterig of zelfs pathetisch wanneer ik het zo stel, maar het zijn de woorden die de lading het best dekken.

Het is ooit wel anders geweest. Mijn partners hebben het geweten. Ik vergeef me nog mijn eerste huwelijk. Hoewel ik er mooie tijden heb mogen beleven, niet in het minst omwille van die twee schatten van kinderen die eruit zijn voortgekomen, was het niet mijn meest doordachte keuze waarvan de gevolgen zich na luttele jaren al in de vorm van een echtscheiding lieten voelen. Het was gewoon niet het goede moment. De ontrouw die ik heb gepleegd was een en al aan het adres van mezelf. 

In mijn tweede relatie had ik beter moeten weten. Het zou nogal goedkoop zijn de schuld bij de ander te leggen, maar het is wel een feit dat ik werd gedwongen een keuze te maken die me opnieuw de das heeft omgedaan. En die keuze was, na de nodige knipperlichtjaren, voor mijn tweede partner helder: òf we gingen nu eens eindelijk samenwonen òf de relatie werd definitief beëindigd. Mijn fundamentele liefde voor haar maakte dat ik, tegen mijn gevoel in en na jarenlang die boot te hebben afgehouden, overstag ging voor het eerste.

Het is niet gek dat mensen ervoor kiezen te gaan samenwonen, in de optiek van dat het veel voorkomend is. Dat het met het oog op het ontwikkelen van een waardevolle relatie met elkaar en in het bijzonder met jezelf de beste keuze is, is een andere kwestie. In de korte bespreking van (o.m.) Verslaafd aan liefde (zie Books to keep) kom ik daarop terug.

 

Integriteit en onbaatzuchtigheid (zie verderop) hebben in mijn beleving met elkaar te maken en ook eerlijkheid hangt hiermee samen. Ik heb het hier over integriteit in de zin ‘betrouwbaar zijn’. Ik probeer heel erg berekenbaar te zijn, eerlijk en open in mijn communicatie. Het levert me veel meer gemoedsrust op een vraag te weigeren in de plaats van ze toe te zeggen en er in het slechtste geval nooit meer op terug te komen. Ik hou niet van praatjesmakers en ik vind het heel vervelend mezelf op een belofte die ik niet nakom te betrappen. 

Integriteit heeft ook met assertiviteit te maken, durven nee zeggen. “Kan je mij helpen een waterkraan te vervangen?” “Neen, daar hou ik echt niet van. Daar besteed ik niet graag mijn tijd aan. Ik wil je graag af en toe helpen, maar dat is niet mijn ding.” Integer zijn staat veraf van alsmaar ja zeggen. Dat laatste heet altruïsme en dat is ziekelijk. Wat onze huismoeders vroeger deden, zichzelf wegcijferen voor hun gezin, is niet nobel. Diegenen die hen daarop aanstuurden hadden op de brandstapel terecht moeten komen.

Ik geloof dat ik kan stellen dat ik doorgaans erg betrouwbaar ben omdat ik mijn toezeggingen zorgvuldig overweeg. Ik val zelden of nooit op een halve ja te betrappen. Ik handel voor mezelf op deze manier omdat ik weet dat het omgekeerde erg vervelend en zelfs kleinerend kan zijn. Het is heel simpel: iemand die ja zegt en vervolgens nee doet is je meestal gewoon vergeten en dat doet pijn. Of heeft last van een gebrek aan assertiviteit en dan ben je daar verder ook weinig mee.

Empathie

Empathie is het vermogen zich te kunnen verplaatsen in gedachten en gevoelens van een ander. Ook wel: het gaan meevoelen van de emoties van die ander.

Ik durf te stellen dat empathie een talent is van mij. Ik meet dat af aan het feit hoe ik tamelijk vaak (vooral dan in mijn beroep) het gebrek daaraan bij anderen zie. Ik sla natuurlijk af en toe wat ballen mis en jezelf empathisch verklaren heeft vaak ook te maken met het voorbijgaan aan het feit dat je misschien wel aan het interpreteren bent. Het maakt in wezen niet zoveel uit of je analyse juist dan wel fout is. Het belangrijkste is, en daar ga ik voor mezelf dag in dag uit prat op, dat je kijkt naar het gedrag van anderen en je je afvraagt wat die nu éigenlijk wil vertellen. 

Wanneer ik mezelf als een goed psychiatrisch verpleger zie dan heeft dat veelal te maken met mijn empathisch vermogen. Een patiënt die agressief is heeft wat te vertellen, om een voorbeeld te geven. Dat soort inlevingsvermogen zie ik bij anderen nogal eens ontbreken.

 

Mijn vermogen tot inleven levert me heel veel goeds op en daar ben ik dankbaar voor. Wil dat dan zeggen dat ik begiftigd ben met een uitzonderlijk talent? Hoegenaamd niet. Ik heb het door scha en schande geleerd, door te kijken naar de dingen die zich aan mij voordeden, door er aandacht voor te hebben. Heel vaak zijn onaangename reacties van mensen te herleiden tot het feit dat ze zich miskend voelen, genegeerd, minderwaardig, vaak dan nog onterecht. Dat krijg je helaas voor hen niet opgelost, maar het feit dat je zulk gedrag herkent vrijwaart je alleszins van meer ellende. 

Empathisch zijn is doorgaans niet eens moeilijk. Vaak is ongewenst gedrag met iets heel simpels uit te leggen, maar met name in de geestelijke gezondheidszorg heeft men het daar knap lastig mee. Men zoekt het liever in het gebruik van dure woorden en schermt er graag met zogeheten kennis van psychiatrische ziektebeelden

Het leidt soms tot hilarische interpretaties als ‘de patiënt is psychotisch’ of ‘zijn bipolariteit treedt weer op de voorgrond’ terwijl het vaak gewoon gaat om bijvoorbeeld een patiënt die het te warm heeft, dat niet krijgt uitgedrukt en dat enkel kan vertalen in prikkelbaarheid. In het beste geval wordt de patiënt daarmee geen schade berokkent, helaas ben ik er veelvuldig getuige van hoe een gebrek aan objectiviteit en inlevingsvermogen leidt tot dramatische behandelplannen.

 

Heel veel gedrag, of het nu op het werk, in (liefdes-)relaties of in de gemeenschap, heeft te maken met het feit dat mensen willen worden gezien en het liefst van al nog graag ook. Wie met dat gegeven rekening houdt schiet al een heel eind op. Empathie is niet ingewikkeld. 

Intellectuele nieuwsgierigheid

Ik hou er niet van mezelf als een intellectueel te beschouwen. Daarvoor ben ik te bescheiden. Ik hou er niet van me überhaupt als wat dan ook te beschouwen. Zelfverklaarde intellectuelen zien zogenaamde niet-intellectuelen (wat is dat eigenlijk?) als minderwaardig. Dat maakt ze zelf per definitie oninteressant: ze missen een van de meest fundamentele waarden en dat is nederigheid.

 

Goed, dat gezegd zijnde: ik ben dol op het lezen van non-fictie en ik ben eigenlijk continu aan het studeren en als dat met intellectuele nieuwsgierigheid wordt bedoeld, welja dan ben ik maar intellectueel nieuwsgierig. 

Ik moet bekennen dat ik in mijn vakgebied, de geestelijke gezondheidszorg, al lang niet meer begerig ben naar nieuwe inzichten. Dat staat een beetje haaks op hoe ik voor de rest in het leven sta, waarin ik een min of meer constante drang voel om bij te leren. Dat laatste heeft te maken met persoonlijk ontwikkeling. 

Ik vertel nogal eens aan mensen dat ik relatief anoniem in de nacht ben gaan werken omdat ik die hele psychiatrie wel een beetje heb gezien. Na een carrière van bijna dertig jaar heb ik het gevoel dat ik elk verhaal al wel een keer of vijf heb gehoord. Het valt me om die reden lastig om me telkens weer te moeten opladen. Ik vond het niet langer kloppen dat de patiënt daar het slachtoffer van was: hij maakte dit verhaal immers voor de eerste keer mee. Ik heb als gevolg daarvan het enthousiasme bij de jongere collega’s gelegd. Het lijkt mij bijna abnormaal dat je zegt dat je na drie decennia psychiatrie nog steeds even gedreven bent als de eerste dag van je carrière. Dat heeft volgens mij veel meer te maken met de angst om te veranderen. 

Helemaal afstotelijk wordt het wanneer een of andere professionele melkmuil met enige hooghartigheid oude wijn in nieuwe zakken probeert te slijten. En er lopen er wel wat van rond in dat wereldje van de geestelijke gezondheidszorg. Dus houd ik de eer aan mezelf, stop met het demotiveren van jonge enthousiastelingen en verdwijn ik in de nacht.

Dat geeft me op zijn beurt, ik zei het al eerder, volop kansen mezelf verder te ontplooien op persoonlijk vlak. Ik kan het iedereen aanraden: stop in voorkomend geval met je onbevredigende job (waarin je zit omwille van fundamenteel verkeerd gemaakte keuzes zoals financiële zekerheid), ga wat zinvol en prettigs doen zodat je nog energie overhebt wanneer je thuis komt en ga lezen. Er is niets prettigers (nu ja) dan eens flink door elkaar geschud te worden (ik doe het met mezelf al jaren).

 

Het risico van, zoals ik, bijna vijftig jaar te zijn is te worden versleten voor een zielig mannetje in zijn midlifecrisis. 

 

Mijn jarenlange leeservaring heeft me beslist een hoop kennis opgeleverd en een van de belangrijkste inzichten is dat je in feite nooit mag ophouden met bij te leren. Intellectuele nieuwsgierigheid wordt vaak verward met een of andere vorm van geestelijke wellness. De boekenhitlijsten spreken voor zich, er wordt van zelfhulpboeken gesmuld. Merkwaardig genoeg willen maar weinig mensen daar ook voor uitkomen (tenzij dan misschien wanneer het om een boek van Dirk De Wachter gaat, want dat is een grote Nick Cave-fan en die past in het Canvas- en Radio 1-plaatje, dan kan het plots wel).

Ik heb het er elders op deze site al over gehad: als je alleen maar leest dan leidt dat nergens toe. Ik hou ervan een belangrijk deel van mijn bezigheden als studeren te bestempelen. In die zin breng ik mijn gekozen waarde van intellectuele nieuwsgierigheid in de praktijk. Ik ben altijd wel een boek aan het samenvatten en ik zeg het met enige schroom omdat nogal wat mensen dat ‘raar’ vinden. Persoonlijke groei stopt, zoals het woord in feite zelf al impliceert, nooit. Ik ga ervan uit dat wanneer ik morgen bij mezelf met een ernstige ziekte wordt geconfronteerd ik ook daarover weer ga lezen. Het spreekt voor zich dat je jezelf niet mag verliezen in lezen, want op die manier wordt het natuurlijk gewoon een vorm van vermijdingsgedrag. Ik neem dat lezen ook niet al te ernstig. Ik haal er vooral veel plezier uit en ik ben vaak drie of vier boeken door elkaar aan het lezen. Lees veel, probeer uit en je zal uitkomen bij een of meerdere auteurs die je geweldig gaan liggen. Gooi de miskopen gewoon weer weg (Marie Kondo!) en je houd op den duur een schitterende, bescheiden collectie over waarin je je ten alle tijde kan wentelen.

Onzelfzuchtigheid

Ik heb er wat tijd voor moeten nemen om erachter te komen dat altruïsme in feite een totaal verkeerde eigenschap is die ten allen tijde moet worden vermeden. Het komt er zo een beetje op neer dat de altruïst het belang van anderen laat primeren op wat hij zelf eigenlijk wil. Het voorbeeld van de tot de haard veroordeelde huismoeder hierboven is in feite een vorm van altruïsme. Altruïsme is het tegenovergestelde van egoïsme.

Iemand die zichzelf wegcijfert in het belang van de ander is fundamenteel verkeerd bezig. Er zit achter die dynamiek vaak ook een flinke portie psychiatrie. Het gaat om mensen die zichzelf van nature niet compleet voelen en hun voldoening moeten halen uit de goedkeuring van anderen. Ze zijn met andere woorden voortdurend op zoek naar erkenning van hun bestaan en zijn bereid daar een hoge prijs voor te betalen. Nog zieliger wordt het wanneer de persoon in kwestie zich daar niet eens van bewust is omdat het gedrag wordt in gegeven door bijvoorbeeld de godsdienst waarbij die aanhangt.

 

Merkwaardig genoeg wordt de altruïst meestal door zijn omgeving op handen gedragen. Je maakt, ook nu nog, een betere indruk door je voor iemand anders te engageren dan dat je voor jezelf opkomt. “Hij staat altijd klaar, voor iedereen!” wordt er dan volop de loftrompet gestoken.  Iemand die ervoor kiest om af en toe wat tijd op zichzelf door te brengen wordt algauw als ‘speciaal’ gezien of, erger nog, als een egoïst.

 

Ik maak er een punt van elke dag iets voor iemand te betekenen. Dat is niet eens moeilijk, ik schreef het al eerder. Dat heeft met zingeving te maken en -alle boeken die ik heb gelezen ten spijt - hoe de dynamiek van dat goede gevoel dat dit oplevert precies in elkaar zit is me nog niet helemaal duidelijk. Het is gewoon prettig om iets voor een ander te kunnen doen. De erkenning die je ervoor krijgt is meegenomen, maar let op: dat is niet waarvoor je het doet. In dat geval ben je alsnog naar die bevestiging op zoek.

Ik hecht er bijzonder veel waarde aan dat ik de dingen die ik doe onbaatzuchtig zijn. Zou Confucius écht hebben gezegd dat alle werk betaald moet worden? Ik vind het ronduit vervelend wanneer ik word beloond en al helemaal met geld. Hoewel ik allerminst de meest sociale figuur uit mijn omgeving ben, hecht ik bijzonder veel belang aan familiebanden en mijn enkele vriendschappen. Dat is waar bij mij om draait. En dat vertaalt zich vaak het makkelijkst in iets voor elkaar doen.

 

Het valt op te merken (kijk waar zo’n analyse als deze al niet goed voor is) dat ik op professioneel en maatschappelijk gebied weinig aan onzelfzuchtigheid doe. Het heeft natuurlijk ook wat te maken met de aard van mijn job, er doen zich simpelweg weinig gelegenheden voor. Maar, los dan van mijn aandeel in de vzw Dropping Hearts, gebeurt er op maatschappelijk vlak in die richting weinig. Mijn engagement bij Mithe zou natuurlijk als dusdanig kunnen worden bekeken. Bezig zijn voor Mithe verenigt vaak al mijn waarden.

 

In mijn relaties ben ik onder meer door mijn onstuitbare drang in het zoeken naar goedkeuring ten onder gegaan. Achter het ogenschijnlijk goedbedoelde gedrag van de altruïst zit meestal een dikke, vette “zie mij graag”. Met name in mijn tweede relatie heb ik mij er flink aan bezondigd. Er restte mij nauwelijks nog tijd voor mezelf en dat had ik vooral aan mezelf te denken. Op het moment dat ik samenwoonde was ik vooral de bezig met de hele tijd bezig te zijn, de boel op orde te houden. Mijn partner was een verschrikkelijke sloddervos en ik houd van een opgeruimd huis. Dit gecombineerd met het feit dat ik daar eigenlijk niet permanent wilde zijn was de perfecte mix voor een giftige cocktail. Ik kon niet praten over mijn ongelukkig zijn, ik had immers geen keuze, ik diende te blijven en ik vluchtte dan maar in drank en huishoudelijke bezigheden die vervolgens elke dag min of meer door haar werden genegeerd. Dat laatste had niks te maken met het feit dat ze mij daarmee wou koeioneren, het zegde haar gewoon niks. Ik voelde mij op mijn beurt niet erkend in mijn inspanningen, ging nog meer drinken, nog meer klussen en nog minder praten. Dwangmatig bezig zijn om niet te moeten voelen wordt vaak verward met altruïsme. Het eigen huis, de was en de plas, het onderhoud van de tuin, de wagen, het zijn allemaal drogredenen die vaak moeten dienen om niet ten gronde met elkaar te moeten praten en die bovendien maatschappelijk gezien helemaal oké zijn (druk, druk, druk). 

 

Ik geloof dat ik in mijn huidige leven een goed evenwicht heb gevonden, zie ook hierboven bij het stukje over integriteit. Het belangrijkste verschil met al die jaren voorheen is dat ik mijzelf op de eerste plaats heb gezet. Eerstes kom ik en ik stel alles in het werk opdat het zo zou lopen. In de praktijk vertaalt dit zich in heel erg vroeg opstaan. Over het verloop van mijn dag, dat allemaal indachtig wordt uitgebreid ingegaan in vraag 2.

Zingeving

Het is opvallend dat nogal wat mensen het over zingeving hebben, maar dat slechts weinigen in eenvoudige woorden kunnen uitleggen waar die beladen term nu eigenlijk precies voor staat. Wat is bijvoorbeeld het fundamentele verschil met het begrip hobby, om maar wat te noemen? Alleen al van het op deze manier banaliseren van het woord gaat de gemiddelde psycholoog in kramp.

 

Hier en daar wordt het woord spiritualiteit als synoniem aangehaald, maar dat is me wat te vaag. Het kan natuurlijk niet anders of een of andere bolleboos heeft er een piramide voor bedacht (altijd uitkijken met piramiden, driehoeken, cyclussen enzovoort!) en in dit geval is het de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslov zijn piramide die nog enigszins nuttig kan zijn (ik haal verderop geen schema’s van psychologen meer aan, beloofd!). Maslov stelt dat nadat je je meest basale behoeftes hebt bevredigd (lees: eten, onderdak, veiligheid) zingeving komt. Mmm, wat nu?

“Zingeving is belangrijk!,” tier ik weleens. Maar door deze analyse hier te maken stel ik vast dat zingeving eigenlijk helemaal geen waarde op zich is. Je kan niet tegen jezelf zeggen: “Hier ga ik nu eens zingevend op reageren!”. Althans, zo zie ik het. Terug dus naar de tekentafel en mijn waarden herzien. Goddamned.

Maslow.png

Jan Geurtz vat het zo samen: “De zin van het leven is de zin ìn het leven.” Ik ben inderdaad een beetje opgehouden naar de zin van mijn bestaan te zoeken. Dat is een bijzonder ingewikkelde zoektocht waarop je nooit een bevredigend antwoord zal vinden en in dat opzicht dus volstrekt nutteloos. 

De tafels in Standaard Boekhandel liggen er vol van, met boeken die alsnog proberen je te sturen. Het behoeft eigenlijk allemaal geen boeken. Het antwoord is simpel en het ligt in de eenvoudige vraag: waar word jij blij van? Vervolgens kan je dan gaan kijken of je vaak genoeg blij wordt. En als dat niet zo is aan wat dat zou kunnen liggen. En dan kan je deze tekst van voren af aan gaan herlezen. En dan kom je hier weer uit enzovoort.

 

Eigenlijk is filosofie helemaal niet zo interessant. Natuurlijk is filosofie boeiend, maar laat je er vooral niet door doldraaien. Het is, net zoals dat bij een heleboel beroemde psychologen het geval is geweest, puur een kwestie van geluk voor hen geweest dat we sommige filosofen van weleer nog steeds lezen. Een filosofische mening is net als jouw eigen gedachte ook maar gewoon bedacht. 

Het doet me een beetje denken aan de vraag of kunst belangrijk is (en op het gevaar af hierover eindeloos uit te weiden: of dit dan ook moet worden gesubsidieerd). Is kunst belangrijk? Zonder kunst gaan we niet dood. Zonder eten en drinken gaan we wel dood. Alleszins is kunst dus niet levensbelangrijk. Maar, ik geloof dat ik het op Klara hoorde (jep, ik ben er zo een, zo’n man met een bril die Klara al eens opzet, we zijn geloof ik met een honderdtal): kunst schopt en schudt, houdt ons dagelijkse leven eens onder de loep, dat soort dingen. Als kunst dus uitnodigt tot verder nadenken in plaats van gewoon maar te blijven ronddraaien in die dwaze mallemolen dan is kunst op zijn minst niet onbelangrijk. Maar het echte denkwerk zal je nog altijd zelf moeten doen. Net zo is het met filosofen (en al helemaal met hedendaagse filosofen die de ouden nog maar eens gaan analyseren): filosofie kan bijzonder inspirerend zijn, maar ook niet meer dan dat. Wat je met dat geprikkeld worden doet ligt helemaal bij jou. Wat je vooral niet moet doen is een filosoof onvoorwaardelijk aanhangig worden. Kijk wat je er mee kan doen en eigenlijk gaat hier het spreekwoord dat je er kan uitpikken “wat in jouw kraam past” helemaal op. Laat je al helemaal niet indoctrineren door psychologen. Er is beslist hele goede psychologie, laat me daar duidelijk in zijn. Maar er bestaat ook heel wat gebakken lucht waarvan ik het een raadsel vindt dat ze na al die tientallen jaren nog altijd lezers bereikt. Het verschil tussen Freud en Piet Huysentruyt is klein. Ze hebben elk ‘een waarheid’ die ze goed weten te verkopen. Bij Huysentruyt is die vaak zelfs gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde chemie. Op de keper beschouwd lult Freud maar wat uit zijn nek. Hij doet dat goed, maar uit ook al is het goed gedaan uit je nek lullen blijft niettemin uit je nek lullen.

Freud.png

In mijn voortdurende neiging het probleem steeds weer om te draaien stel ik mij geregeld de vraag: wat is voor mij zingeving in elk geval nièt? Het is een absolute aanrader dat ook eens te doen, maar let op: de stroom van antwoorden die op deze vraag komen lijkt eindeloos. Waar wil je vooral nièt mee bezig zijn? Als je die dingen uit je leven weet te ruimen komt er een hoop tijd en energie vrij die je vervolgens met gemak kan besteden aan wat er wèl voor jou toe doet. 

Ik heb er een erestrijd voor mezelf van gemaakt zoveel mogelijk onzin uit mijn leven te bannen. Maar let op, dat is heel wat anders dan je verantwoordelijkheden ontlopen. De man die zonder boe of ba vrouw en kinderen in de steek laat zonder er verder nog naar om te kijken onder het mom van dat hij zichzelf dan eindelijk gaat kunnen ontplooien is een klootzak. Dat is de egoïst en dat valt hoe dan ook te veroordelen. Maak jezelf niks wijs: van je verantwoordelijkheden te ontlopen word je niet beter. Misschien dat het aanvankelijk allemaal wat opluchting brengt, maar vroeg of laat loop je er weer tegenaan.

 

Ik zou urenlang de dingen kunnen opsommen die ik uit mijn leven heb geband. En, niet onbelangrijk, die ik nog steeds ban. Ze komen her en der op deze site aan bod. Maar bij wijze van duwtje in de rug geef ik graag enkele voorbeelden. 

Ik kom er voor mezelf steeds weer op terug: de meeste mensen doen zichzelf een hoop te vermijden ellende aan. Ik reed nooit met mijn kinderen rond naar vier sportclubs. Ze zaten er in slechts één en ik liet ze er zelf naartoe fietsen. Ik woon in een klein huurappartement omdat ik me dan verder nergens zorgen over moet maken (in geval van problemen bel ik de huisbaas, klaar). Het feit dat ik huur geeft me bovendien de gelegenheid zodra ik daar zin in heb te verhuizen. Dat schept gemoedsrust. Krijg ik morgen plots te maken met een rotbuur en bakt die ze al te bruin dan ben ik gewoon wèg. Bye!  Ik kies ervoor klein behuisd te zijn: op die manier houd ik met gemak mijn leefomgeving netjes. Ik woon liever klein en goed gelegen, overal dichtbij, in de plaats van ruim en veraf. Om de meeste dingen die ik wil doen te bereiken heb ik minder dan een kwartier tijd nodig: mijn werk, elk restaurant uit iedere denkbare hoek van de wereld, alle soorten sporten, om het even welke soort van winkel, de bibliotheek … Noem het op en binnen het kwartier sta ik er. In minder dan een half uur sta ik in centrum Brussel zonder parkeerzorgen. Ik heb geen wagen die me veel kost. Ik heb zelfs geen geweldig goede fiets (ooit was hij dat wel).

VRAAG 4: IN HOEVERRE STROKEN JE KEUZES OP HET FYSIEKE VLAK MET JE KERNWAARDEN? OP HET GEBIED VAN VOEDING, BEWEGING, SLAAP, DE BALANS TUSSEN INSPANNING EN HERSTEL?

 

Ter herhaling even mijn kernwaarden: 

- eerlijkheid en integriteit (ik neem deze begrijpen voor het gemak even samen)

- empathie

- intellectuele nieuwsgierigheid

- onzelfzuchtigheid

- zingeving. 

 

Deze vraag is lastiger te beantwoorden in die zin dat mijn ‘fysieke gedrag’ maar moeilijk valt af te meten aan mijn kernwaarden. Ik doe desondanks een poging.

Ik hoef van het belang van goede voeding, beweging en slaap natuurlijk niet overtuigd te worden. Het feit dat ik er al behoorlijk wat over heb gelezen is daar voor mezelf een bewijs van. In de rubriek Tipping the life fantastic komen ze alledrie nog aan bod. In die optiek is de waarde intellectuele nieuwsgierigheid vervuld. 

 

Merkwaardig is dat ik mezelf weleens ‘ontrouw ben’ (dat klinkt een beetje vreemd in deze context) op het gebied van eten. Onze voeding, met name de kwaliteit en de hoeveelheid, is van ontzettend groot belang op de mate waarin we ons welbevinden. Ik wil geen pleidooi houden voor bio (laat je niet belazeren door de bio-industrie!), maar ik ben er wel stilaan van overtuigd dat wàt je eet niet alleen op fysiek vlak een enorm verschil kan maken maar zeker ook op psychisch vlak (in de geestelijke gezondheidszorg wordt merkwaardig genoeg aan dat laatste vaak gewoon voorbij gegaan). Maar het internet staat vol van allerlei theorieën die wat hierboven onderschrijven (of net niet), dus beschouw ik dit (alleszins niet hier) niet langer als het opzet van dit artikel.

 

Mijn voedingspatroon, en met name het ideale gewicht dat daarbij hoort, goed geregeld krijgen is iets wat me maar met wisselend succes lukt. Ik zou anderzijds ook kunnen aanvaarden dat het is wat het is: ik ben nu eenmaal van het pyknische type (een fijn woord om mijn lichaamsbouw te omschrijven, zie het als een soort van Lambik van Suske & Wiske) en daar valt weinig aan te veranderen. Het feit dat ik een jaartje ouder wordt doet er ook geen goed aan.

Wallace trilogy voor.jpg

Wat me het meest bezighoudt is het feit dat ik, vaak tegen beter weten in, toch kies voor junkfood. Voor de duidelijkheid: dat is vaker niet dan wel. Maar dat heeft dan veelal te maken met het zoeken naar een kick. Het stoort me, maar er zijn momenten (ze zijn schaars, dat wel) dat ik de zin niet bedwongen krijg. Dat druist dus in tegen mijn voornemen om eerlijk te zijn tegen mezelf. Er zijn een aantal goede eenvoudige tools die ik soms inzet teneinde een snackattack te voorkomen. Er is vooreerst de vaststelling die Wallace Wattles doet in The Science of Being Well: honger (of bij uitbreiding een niet te stuiten zin in eten) hebben is geen prettig gevoel, het gevoel van teveel te hebben gegeten is dat nog minder. Het is dus soms een kwestie van wat vooruit te kijken, een techniek trouwens die ik op allerlei verleidingen toepas. De vraag die je je moet stellen is: “Waar ga ik straks het gelukkigst mee zijn?” Op die manier ben ik trouwens ook gestopt met drinken. Eten kan iets verslavends hebben (mensen met boulimie weten daar natuurlijk alles van) en zoals Jan Geurtz zegt in De verslaving voorbij (een must-read): “Je zal nadat je gestopt bent algauw merken dat het leven een stuk aangenamer is voorbij die verslaving(en).” Een tweede tip bij het verijdelen van een eetaanval is erover te gaan schrijven. Zie ook eerder, Julia Cameron's The Writing Diet. 

Verslaving voorbij voor.jpg

Natuurlijk is het nog veel belangrijker dat je gaat kijken waaròm je zondig moet gaan snacken of schransen. Dat heeft in mijn geval vaak te maken met een gevoel van tijdverspilling dat meestal aan de aanval vooraf gaat. Geen idee van wie de quote komt, ik geloof dat het uit zo’n lifestyle tv-magazine op de NPO komt, maar hij slaat de spijker op de kop: “Frustraties leiden tot compensaties”. Het beste wat je kunt doen is die aanval alleszins al vast te stellen en de schade proberen te beperken. Wanneer ik trek krijg om te schransen dan zet ik een pak rijstwafels klaar. Het verschil met een zak chips hoef ik verder niet uit te leggen.

 

Ook op het gebied van beweging houd ik al jaren een patroon aan waar ik me erg prettig bij voel. Ik doe zo goed als al mijn verplaatsingen per fiets en daarbovenop zit ik elke dag vijfendertig minuten op de hometrainer, daar ging het elders al over. 

 

Ik kan mezelf recht in de ogen kijken, op al deze gebieden. Ik doe er echt mijn best voor en meer kan je uiteindelijk niet doen. “Je moet niet je best doen, je moet het goed doen,” kreeg ik ooit van een strenge nonkel te horen. Hoe kan je nu beter slapen door harder je best te doen? De dingen die daaraan vooraf gaan heb je natuurlijk wel in de hand. Maar nogmaals: over eten, bewegen en slapen wordt elders voldoende ingegaan. 

VRAAG 5: IN HOEVERRE STROKEN JE EMOTIONELE REACTIES IN BEPAALDE SITUATIES MET JE WAARDEN? IS DAT IN HET ENE GEVAL ANDERS DAN HET ANDER? ZO JA, IN WELK OPZICHT? OP HET WERK? THUIS?

Ik heb een verleden van kwaadzijn. Ik heb er ernstig mee te dealen gehad en vooral mijn tweede partner heeft het mogen uitzweten. Kwaadzijn heeft mij aan de alcohol gebracht en heeft me mijn tweede relatie gekost. Kwaadzijn is zowaar een van de, zoniet dé, meest verslindende vormen van energie.

 

Deze vraag zit zo’n beetje verstopt in het midden van deze lijst maar mogelijk is het een van de belangrijkste overpeinzingen die je jezelf kunt maken. Het wordt misschien wat makkelijker door de kwestie wat eenvoudiger te stellen: Waar word je slechtgezind van? Met wat krijgen ze je op je paard? Wanneer dreig je de pedalen te verliezen? Op welk moment overkomt je een woedeuitbarsting, ook al wil je dat echt helemaal niet?

Ik word gelukkig een stuk minder vaak kwaad dan voordien. En het merkwaardige is dat wanneer het me toch nog eens overkomt - o cliché - het gebeurt aan het adres van zij die mij het meest dierbaar zijn. Tegenover mijn kinderen red ik het meestal nog net een driftbui binnen te houden, maar mijn moeder moet ze soms doorstaan. In dat laatste geval heeft dat vaak te maken met het feit dat ik niet goed verdraag dat ze ouder wordt. Dat soort dingen moet je bij jezelf eens flink nagaan. Meestal ben je niet echt boos op diegene op wie je je boos maakt. Het zijn de omstandigheden en de hulpeloosheid die je ervaart die maken dat je niets beter weet te verzinnen dan kwaad te worden. Het heeft ook met fatsoen te maken: op je werk kan je jezelf dan misschien wel beheersen, in de familiale sfeer kan je (in dit geval jammerlijk genoeg) wel jezelf zijn.

Het komt overal terug op deze site: alles, maar dan ook alles, heeft te maken met het feit of je het leven aan het leiden bent dat je wilt leven.

 

Ik heb behoorlijk wat leergeld betaald om te staan waar ik nu sta. En wellicht gebeurt het nog. Ik zou daarover kunnen treuren maar dat levert me weinig op. Misschien is de belangrijkste les die ik uit al die ellende heb getrokken wel het feit dat alles omkeerbaar is. Er is maar één uitzondering: je kinderen kan je niet terugsturen. En gelukkig maar.

Ik heb twee relaties gehad, een drankprobleem, op vier verschillende plaatsen gewoond, binnen mijn job tig keren van plaats gewisseld (zowel fysiek als in de functies die ik deed) en ik heb er geen moment spijt van. “Hij zou eens stilaan moeten gaan weten wat hij wilt,” hoor ik mensen dan fluisteren (dat valt overigens wel mee hoor, want beeld je niks in: de meeste mensen zijn alleen maar met zichzelf bezig en het boeit hen totààl niet waar jij mee te maken krijgt - los dan misschien van je allerdierbaarsten). 

 

Hoe dan ook, een paar driftbuien niet te na genomen, ben ik er een stuk rustiger op geworden. Ik werd altijd door mijn omgeving als een minzaam persoon beleefd, maar dat had dus meer te maken met zelfbeheersing.

Wanneer het gaat over integriteit kijk dan eerst en vooral eens in hoeverre je integer en eerlijk bent tegenover jezelf. Probeer je alleen maar bezig te houden met de dingen die je graag doet. Ga daarin zover als nodig is: stop die relatie, verkoop dat huis, flikker die zoon die veel te lang bij je blijft wonen eindelijk eens dat huis uit en stop met elke dag te koken terwijl je dat in feite allemaal niet zo belangrijk vindt. Gooi alle ballast overboord. Kan dat met alles? Dat kan letterlijk bijna met alles.

 

Blijf intussen ook letten op je fysieke energie, het ging er hier al talloze keren eerder over. Maar het kan niet genoeg onderstreept worden: wanneer je niet fatsoenlijk eet (en al helemaal niet wanneer je te weinig eet) en onvoldoende slaapt dan kan je het met de rest zal schudden. Ga bewegen heel simpel - geen fitnessabonnement - en je zal van de resultaten het gebied van je zelfbeheersing versteld staan.

VRAAG 6: IN HOEVERRE FORMULEER JE DUIDELIJKE PRIORITEITEN EN BLIJF JE GEFOCUST OP JE TAKEN? STROKEN DIE PRIORITEITEN MET WAT VOLGENS JOU BELANGRIJK IS?

Het antwoord op deze vraag komt in grote delen van wat hierboven staat al terug. 

De enige conclusie die ik bijkomend kan trekken is dat ik onvoldoende tijd spendeer aan wat ik dus noem ‘het spelen’. Nietsdoen is in mijn leven een substantieel gemis. 

VRAAG 7: IN WELK OPZICHT WORDEN JE VOLGENDE GEWOONTES BEÏNVLOED DOOR DE ENERGIE DIE JE BESCHIKBAAR HEBT? JE SLAAPGEWOONTES, JE EETGEWOONTES EN JE BEWEGINGSGEWOONTES?

In feite heeft de hoeveelheid energie die ik heb op mijn slaapgewoontes relatief weinig invloed. Wat op zich geen geweldig goede zaak is. Het is goed gedreven te zijn, alleszins op de manier waarop ik dat ben, maar het zou niet ten koste mogen gaan van het aantal uren slaap. Dat is bij mij wel het geval.

Er zit niks dwangneurotisch in mij, niks manisch, hooguit (ik doe het voor de liefhebbers - en ook voor mijn niet-liefhebbers om ze voor te zijn en voor de liefhebbers van diagnoses) iets autistisch. Maar door mijn bevlogen zijn ervaar ik slapen de afgelopen jaren als een noodzakelijk kwaad. En niet als een prettige manier van herstel.

 

Het werken in de nacht heeft aan mijn perceptie van mijn slaap natuurlijk ook geen goed gedaan. Het is in mijn werkregime van acht nachten werken en daaropvolgend zes dagen thuis heel erg lastig om er een vast slaappatroon op na te houden. Gedurende de week dat ik aan het werk ben slaag ik er in het beste geval in vijf uur na elkaar te slapen. Omstreeks acht uur ga ik naar bed, doorgaans iets na één uur 's middags ben ik weer uit de veren. Dan ga ik vrijwel onmiddellijk aan de slag. 

Ik neem me voor mijn drie uur creatief zijn af te haspelen voor ik naar het werk ga zodat ik er tijdens mijn werkuren niet meer hoef mee bezig te zijn (toegegeven, dat klinkt een beetje raar). 

 

Wat volgt (zie ook eerder) zijn het schrijven van de ochtendpagina’s en de workout. Het is zelden of nooit dat ik mij niet aan dit schema houd. Rekening houdende met het feit dat ik om negen uur in de avond ten laatste naar mijn werk dien te vertrekken hoef je geen rekeningwonder te zijn om te zien dat er voor nog wat extra uurtjes slaap weinig ruimte blijft.

Vroeg of laat betaal ik hier de prijs voor, dat besef ik. Te weinig slapen is nefast voor van alles en een keertje goed slapen laat je al snel zien wat een wereld van verschil het maakt.

 

Hoewel ik het eigenlijk voor mezelf niet als dusdanig gezegd wil hebben is mijn bewegingspatroon wel degelijk onderhevig aan mijn energiepeil. In de meeste gevallen ga ik met de fiets naar het werk maar wanneer ik al te weinig aan het slapen ben durf ik het al wel eens te skippen. Terwijl het net dan zo belangrijk is. Bewegen doe ik (zie ook elders) vooral omwille van het antidepressief effect. Ook in dat opzicht is het van betekenis voldoende te slapen, ik merk immers dat wanneer ik té moe ben ik slechts met heel veel moeite de honderdtwintig hartslagen per minuut haal. 

Het is heel erg lastig om alles in één dag gepropt te krijgen. Ik bedenk me af en toe dat ik halftijds bezig ben met mezelf op de been te houden … 

Een mens heeft zonlicht nodig, dat is geen fabel (zie ook De depressiekuur) en daarom probeer ik een half uur per dag te wandelen. Dat lukt me aardig. Er zijn evenwel ook periodes dat ik me er moeilijker toe kan opladen en ook dat heeft veelal te maken met het feit dat ik onvoldoende slaap. Het mag intussen duidelijk zijn dat slapen, wat af en toe ook mag worden beweerd, ontzettend belangrijk is.

 

Eten kan een enorme energieboost geven. Maar het kan je evengoed lam leggen. Ik kan de keren niet tellen dat ik in mijn leven uitgeteld op de bank ben beland na en copieus maal. Het is merkwaardig bij mezelf vast te stellen hoezeer de dingen aan elkaar schijnen te hangen. In periodes dat ik veel energie heb ben ik geneigd veel meer aandacht te besteden aan mijn voeding. Ik krijg het idee maar niet losgelaten dat nu en dan een flinke hap junk me ontzettend veel deugd kan doen. Het heeft er maar mee te maken met wat je bezig bent. En zo komen we min of meer uit bij het aspect van zingeving: als het maar boeiend en leuk genoeg is met wat je bezig bent, dan is er ook nauwelijks behoefte een compenseren met een vette hap. Trek hebben in junk of ander comfortfood is een uitstekende raadgever. Er is dan wat aan de hand. Het is behoorlijk lastig om uit die vicieuze cirkel te raken. Net omdat junk je nog meer zin doet krijgen in junk. 

De Engelse schrijver van zelfhulpboeken Allen Carr heeft me al van allerlei zonden trachten af te houden, alleen in het geval van alcohol is hij daarin ook effectief geslaagd. Ik kan nu eenmaal geweldig kicken op junkfood. Carr beweert ook dat er inzake gemak en prijs geen verschil is tussen junkfood en gezond eten. Niet mee eens: het tweede boeit me niet wanneer ik met een snackattack heb te maken en er is niks zo gemakkelijk dat een kant-en-klaar blik opentrekken.

 

Gelukkig merk je wel aan jezelf dat het eigenlijk allemaal niet zo geweldig gezond is, wat je aan het doen bent. Dan komt de zingeving weer op de proppen. Ik kan het voor mezelf doorgaans beheersen: een aantal slechte eetgewoontes laat ik omdat ik heb ondervonden dat ofwel de rest van mijn dag erna min of meer om zeep is of, in geval van een avondlijke hongeraanval, het me een minder verkwikkende nachtrust oplevert. Ik zou nog even kunnen doorgaan, maar laat het ons hier op houden: zorg dat je je leven wijdt aan iets wat je leuk en geef voldoende aandacht aan je slaap. Als je die twee dingen een beetje voor mekaar hebt volgt er al heel veel - zonet alles - vanzelf.

VRAAG 8: HOEVEEL NEGATIEVE ENERGIE INVESTEER JE IN VERDEDIGINGSMECHANISMEN (FRUSTRATIE, BOOSHEID, ANGST, WROK, JALOEZIE)? IN VERGELIJKING MET POSITIEVE ENERGIE, DIE JE GEBRUIKT VOOR GROEI EN PRODUCTIVITEIT?

Cynici (let maar op, ze komen dit lezen, juist om cynisch erover te kunnen doen) zullen het graag horen: ik ben op een kantelpunt in mijn leven. Oh ja, er gaat nog altijd bijzonder veel energie naar een soort van boosheid en frustratie, maar het heeft geen vergelijk met hoe het ooit is geweest. 

 

Er vloeit ontzettend veel energie naar het trachten te begrijpen van de wereld rondom mij. Dat komt op mijn bijna vijftigste wellicht een beetje zielig over. In mijn blogs gaat het er voortdurend over. Ik maak me echter sterk dat ik voldoende mensen rondom mij heb die ik wel weet te volgen. En zo is het al lang goed voor mij.

 

Maar dat laatste maakt natuurlijk niet dat ik nooit met die gekke wereld heb te maken. Ik woon er namelijk tussen. In die optiek dat hij letterlijk aan me voorbijraast in de vorm van onder meer soccer mums in te grote leaseauto's. Ik weet dat ik me er niet aan mag ergeren maar ik doe het toch. Ik wéét waarom iemand een grote wagen behoeft - namelijk omdat er voor het overige niet echt met veel meer uit te pakken valt - en toch voel ik mij erdoor gekleineerd. Is het een werkpunt? Wellicht wel. 

 

De grootse energiekiller doet zich voor in de vorm van mij over het hoofd gezien te voelen. Dat heeft een zekere historiek (en heeft voor de duidelijkheid niet met mijn bescheiden gestalte te maken - ik hoor de flauwe moppen al komen). Ik ben jarenlang door een of ander ongelukkig lot geplaagd geweest door lawaaierige buren. De potdove oma, de trombonist, de pianospeelster, de touwspringster op hakken (roep skipping heet dat tegenwoordig), ik heb ze allemaal gehad. De hoofdprijs gaat naar de zwakbegaafde marginale tafelspringer die jaren onder mij heeft gehuisd. Er mag van mij herrie gemaakt worden, ik ben niet het type dat in een drukbevolkte buurt gaat wonen en dan moeilijk gaat doen. Maar het vooraf even komen vragen of melden kost niks. Het zou kunnen worden afgedaan als een geweldige vorm van behoeftigheid of erkenning. Dat is iets voor de beroepsmisvormde psycholoog dan om dat te doen. Ik noem het gewoon beleefdheid.

 

Lees er ook zeker de blog Afspraak maken op na. Er is geen woord van gelogen. Natuurlijk loopt het in de praktijk vaak niet helemaal zo, maar het is wel de manier waarop ik zoveel mogelijk aanstuur. Ik ben zeer loyaal, integer, betrouwbaar. Maar wel bij voorkeur vooraf besproken. Mocht het nog niet helder zijn: ik ben niet 24/7 beschikbaar. Zoek me nooit -nooit!- op alleen maar omdat je met je tijd geen blijf weet. Er is maar één uitzondering op die regel en die is: als je mij opzoekt alleen maar omdat je met je tijd geen blijf weet, zeg mij dat dan gewoon. Ik zal je hartelijk ontvangen.

VRAAG 9: HOEVEEL ENERGIE INVESTEER JE IN JEZELF EN IN ANDEREN EN BEN JE TEVREDEN MET DIE VERDELING? WAT VINDEN DE NAASTEN VAN DE BALANS DIE JE HEBT GEVONDEN?

Af en toe heb ik het gevoel dat ik een jaar of twintig ontbering aan creativiteit aan het inhalen ben. En dan vraag ik me af of het soms egoïstisch is, het feit dat ik nu niet bepaald zin heb in een relatie. Of het wel normaal is, of het niet iets wat iedereen wil enzovoort.

Zelfs bijna vijf jaar na het beëindigen van mijn tweede relatie ben ik nog steeds zoekende naar dat goede evenwicht. Heel vaak - heel erg vaak- bedenk ik mezelf in mijn ochtendpagina’s: hoe in godsnaam zou hier, in dit leven van mij, zoals ik het nu leid, een vrouw moeten passen? Ik zeg het wel eens grappend en grollend: de ideale vrouw is diegene die tegen mij zou zeggen “Ik een relatie? Daar heb ik helemaal geen tijd voor.”

 

Ik heb het er ook over in mijn al te uitgebreide antwoorden van vraag 2: ik probeer elke dag iets voor een ander te doen. Dat neem ik heel erg letterlijk. Ik doe (bijna) elke dag iets voor iemand anders. Daar voel ik me heel erg prettig bij en ik zie het als een bijzondere bron van vreugde.  Geven is veel leuker dan krijgen. Het zijn geen grootse dingen, ze vallen de begunstigde vaak zelfs niet eens op. Ik denk dat anderen het zullen bevestigen: ik ben heel erg makkelijk te strikken voor een dagje mee klussen of iets dergelijks. De enige voorwaarde is dat ik zelf vooraf goed mijn grenzen stel. Ik ben slechts boekbaar of afspraak.

 

Dat hele gedoe van ‘Afspraak maken’ en ‘boeken’ kan op den duur misschien wat klinken als een mop die je iets te vaak hebt gehoord. Maar het is zo belangrijk voor mij dat de drie uur creativiteit gebeuren, elke dag, ook in weekends, ook op feestdagen. Hoe de rest allemaal verloopt, het hangt er al dan niet rechtstreeks van af.

VRAAG 10: HOEVEEL ENERGIE VERBRUIK JE MET JE ZORGEN MAKEN EN JE GEFRUSTREERD VOELEN? OVER GEBEURTENISSEN DIE JE NIET IN DE HAND HEBT? EN PROBEER JE INVLOED UIT TE OEFENEN OP DIE GEBEURTENISSEN?

Met je zorgen te maken over dingen die er niet zijn of die toch niet in de hand hebt koop je natuurlijk niets. Dat is de theorie. Daar tegenover staan de gedachten die komen en gaan en waarvan er toch af en toe een hardnekkige zit die ’zorgen’ heet.

Het overkomt me nog maar zelden dat ik iets probeer te veranderen in situaties waar ik toch heen invloed op heb. Ik heb geleerd - o, cliché - dat tijd heel veel oplost. Er zijn altijd wel idioten die vanuit een zekere profileringsdrang het vuile werk wille opknappen waardoor de meeste wansituaties zich na een tijdje min of meer weer normaliseren. Ondertussen doe ik wat prettigs. 

Wallace D. Wattles heeft erover in The Science of Being Rich: dat je de wereld nog het meest een dient bewijst met gewoon te doen waarin je goed bent, wars van alle ellende. Van compassie alleen is nog nooit iemand beter geworden.

Ook hier ben ik Jan Geurtz toch weer schatplichtig: dankzij hem heb ik natuurlijk ook geleerd dat ‘zorgen maken’ ook maar gewoon gedachtes zijn. En in die zin geen realiteit.

VRAAG 11: TOT HOE SLIM INVEESTEER JE JE ENERGIE, EN WAT LEVERT DAT OP?

 

Heel slim.

Joost Elli

augustus 2020