• Joost Elli

Het is nooit inclusief genoeg

“Ik heb ook negatieve opmerkingen gehad van mensen die geen beperking hebben en dan vertellen aan mensen met een beperking wat inclusie is.” (William Boeva). — Beste William, mijn wankele geestestoestand wil je echt niet hebben.


Toen een goede vriend zijn nieuwe paard de groep inliet speelde het een oog kwijt. Kuddegevecht, ongelukkige val en het was gebeurd. Hij doet aan roping. Met zijn ene oog kan Moose niet langer meedoen. Mijn vriend zag zijn investering gekelderd. Toch houdt hij Moose. Omdat hij dat beest erg graag mag. Erg inclusief. Alleen, om te ropen werd zijn paard waardeloos. Dat is de harde waarheid.


Wat in vredesnaam is toch die inclusie waarmee we rond de oren worden geslagen? Volgens het Vlaamse gelijkekansenbeleid: ‘het bestrijden van achterstellings- en uitsluitingsmechanismen, door onderscheid op basis van gender, seksuele oriëntatie, ontoegankelijkheid en handicap’. Een mondvol. Kortom: het omgekeerde van uitsluiting en discriminatie. Belangrijk: ‘de verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet bij de achtergestelde groep: de maatschappij past zich aan en ziet diversiteit als een meerwaarde’.

Je verwacht dat bakfietscoalities die wolligheid bedenken, op inspiratieweekends, maar er hangt een groot VN-verdrag aan vast. Het is niets vrijblijvends: internationale gemeenschappen zoals de EU en staten streven officieel een inclusieve maatschappij na. Alleen weet niemand precies wat het is. Politieke tradities en ideologieën kleuren de invulling. Elk land heeft een eigen agenda. Dan volgt de lastige vraag: wanneer zijn we inclusief genoeg? En dat is natuurlijk koren op de molen van de - het woord moet vallen - wokies. En wappies.


Vanaf wanneer heeft iemand een beperking? Wat doen we met het begrip normaal (en is alles wat daar dan van afwijkt ‘abnormaal’)? Rek het begrip waarde op zo ver je wil, vanaf het ogenblik dat iets of iemand, door om het even welke oorzaak, tot minder in staat is dan iets of iemand anders wordt het of hij of zij minderwaardig. In de zin van: betekenislozer, van minder nut voor de maatschappij. Dat lijkt een botte redenering. Maar het is wat pasgepensioneerden al eens voelen of langdurig werklozen. Er minder toe doen. Voor mij gaat inclusie over het omarmen daarvan. Niet over gelijkstellen. En al helemaal niet over normaliseren. Erkennen dat dat verschil er is. Heeft Vlaanderen het niet over diversiteit als meerwaarde? William Boeva heeft het over “wij zijn voor sommigen in de maatschappij een last”. Neen, een zorg. Je kan dat verschil niet wegdenken. Er gaat veel geld naar gehandicaptenzorg. En de meeste mensen hebben daar geen probleem mee. De maatschappij draagt die zorg, niet die ‘last’, met veel plezier. Dat is waar een solidaire samenleving om draait. Erkennen dat er mensen zijn die het lastig hebben en die een warm hart toedragen. Daar zit hem een gevoeligheid: sommigen willen niet als dusdanig worden gezien. Dan dreigt het non-debat.


Inclusie en normaliseren zijn twee verschillende begrippen. Sommige andersvaliden (laat ik dat nineties woord nog eens gebruiken), en meer nog hun belangenbehartigers, willen dat anders. Ze gaan daarin heel ver, en als het dispuut dan ook nog eens door de wokefilter wordt geduwd is elke zin voor relativering weg. De vaststelling dat een 100% inclusieve wereld niet bestaat laat hen vaak achter in volkomen miserabiliteit. Het is altijd een beetje uitkijken met meningen van mensen uit zelfhulpgroepen. Ze zitten met hun neus zodanig bovenop de problematiek dat er tunnelvisie ontstaat. Ze zetten randfenomenen in hun denken centraal en verwachten dat de wereld daar samen met hen rond draait. Dat gaat nooit gebeuren. Misschien valt er hen wel met de vinger te wijzen: ze scheppen totaal verkeerde verwachtingen.

Mensen met een beperking hebben in feite in de eerste plaats weerbaarheidstraining nodig. Want wees er maar zeker van: achter je rug om noemen ze je de autist, die schele, de dwerg, flappie … We kunnen het allemaal wel anders willen, toch zal het gebeuren. Ik ga niet vrijuit. En de meesten onder ons niet. Dat William Boeva denkt dat zijn publiek nauwelijks nog op zijn gestalte let en alleen nog maar naar de inhoud van zijn shows luistert vind ik een pijnlijke gedachte. Ik mag hopen dat hij daar zelf op kwam. En dat het hem niet werd ingefluisterd door een of andere naïeve therapeut die nog nooit wat meemaakte.


Ik stel een gedurfde vraag: dient elke vorm van inclusie het algemeen belang? ‘Het algemeen belang is datgene dat voor het welzijn van het volk in zijn geheel nuttig, gewenst of nodig is’. Dat is voor de duidelijk niet wat de meerderheid wil: het uitgangspunt is dat van een democratische rechtstaat, en - niet onbelangrijk - waarin ook oog wordt gehouden op de belangen van minderheden en individuen. Dat overstijgt dus een politieke uitslag. Maar evengoed: het algemeen belang heeft voorrang op het individueel belang. Vanaf welk moment wordt inclusie dan schadelijk voor dat algemeen belang? Ik zou het van het ‘gezond verstand’ willen laten afhangen. Maar ik kijk met die term wel uit, hij impliceert dat er ook ongezond verstand is. Intuïtie klinkt veiliger.


Uiteindelijk blijven sociale woonblokken en concentratiescholen gewoon bestaan. Zonder draagvlak leidt het idee van een inclusieve samenleving tot niets. Het gaat zoals altijd: groeit een idee niet vanuit de buik van de samenleving is het een maat voor niks. Zie ook het gemengd succes van het inclusief onderwijs. Daar primeert toch vooral het eigenbelang. Er zijn successcholen en er zijn er andere. En die laatsten zitten situeren zich vaak in een onverwachte hoek. In het hipsterige Molenbeek blijkt de segregatie in het onderwijs groter dan in de wijken zelf: er zijn arme scholen met een kansarmere schoolbevolking dan in de wijk, want de middenklasse zendt haar kinderen naar elders. Een vierde van de ochtendfiles in Brussel zijn te wijten aan verplaatsingen naar school. Lees: naar een witte school. In Borgerhout heeft men het over de Korianderbrigade: ze achten de buurt goed genoeg voor hun kruiden, maar niet voor hun kinderen. Dat klinkt als ‘eigen volk eerst’.


Eigenlijk zijn wokies vooral tegen. Voelen ze zich vaak uitgesloten, met op kop door die witte cisgender man (op die term zit onderhand ook wel sleet). De vraag is in hoeverre mensen bereid zijn naar je te luisteren als je voortdurend in de aanval gaat.

Intussen stelt Moose het goed. Hij vond zijn plekje in de kudde en is geliefd. Als er geroped wordt doet hij gewoon even niet mee. En dat is niet erg.



Vind je deze blog wel wat hebben? Geef hem onderaan een hartje!

Delen op Facebook of Twitter kan ook: klik op de knop linksonder en klaar. Wil je graag reageren? Dat kan beneden op deze pagina (opgelet: je reactie is zichtbaar).

2022, 19 juni, Lubbeek (België). Foto: Luc Mues. Model: Moose.


Het interview met William Boeva in Laat op VRT Eén (William Boeva over gemengde reacties op zijn open brief: "Je weet niet wat het is als je niet in die wereld zit") kijk je hier.



Uitgelezen? TELKENS ALS JE NAAR ONS KOMT, mijn nieuwe single, luister je op Spotify, kijk je op YouTube of koop je in de iTunes Store (99 cent).

49 weergaven

Gerelateerde posts

Alles weergeven